Verruiming aantal uur opvang door ondernemer niet toegestaan

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Openingstijden    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 2007-KIN07-0003

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

De ondernemer mag het afgesproken aantal opvanguren per dag niet wijzigen tijdens de looptijd van de overeenkomst. Daarin staat alleen iets over een tariefwijziging , maar niets over verruiming van het aantal uur. De ondernemer moet de consument het afgesproken aantal uren opvang bieden.   Het geschil vloeit voort uit een tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst betreffende de opvang van twee kinderen in een kindercentrum van de ondernemer gedurende twee dagen per week.   In geschil is de vraag of de ondernemer het overeengekomen aantal opvanguren eenzijdig kan wijzigen.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.   Met toezending van het plaatsingsbewijs 2007 heeft de consument vernomen dat de openingstijden van het kindercentrum met ingang van 2007 worden verruimd van 10 naar 11 uur per dag. De consument vindt het vanzelfsprekend dat dit extra kosten met zich meebrengt. Haar klacht richt zich ertegen dat zij wordt verplicht voor deze verruimde tijden te betalen terwijl zij daarvan geen gebruik gaat maken. De consument is van mening dat de overeenkomst op deze manier eenzijdig wordt gewijzigd. De consument constateert dat deze eenzijdige wijziging door de ondernemer wordt gelegitimeerd met een beroep op artikel 4 van de overeenkomst kinderopvang welke de ondernemer de mogelijkheid biedt de prijs te verhogen als gevolg van door de ondernemer gestelde eisen. Een verruiming van de openingstijden en een daarmee gepaard gaande prijsverhoging komen de consument echter niet voor als een eenzijdig te besluiten wijziging. De “gestelde eisen” betreffen volgens de ondernemer: verbetering van de oudertevredenheid, een tegemoetkoming aan de motie Van Aartsen-Bos en het versterken van de concurrentiepositie. De consument is echter van mening dat deze eenzijdige wijziging in haar geval niet tegemoet komt aan de verbetering van de oudertevredenheid. De overige genoemde verbeterpunten dienen naar de mening van de consument een commercieel belang en mogen niet aan de ouders worden doorberekend, tenzij deze daarvoor kiezen. De consument is derhalve van mening dat de kosten van de verruiming alleen doorberekend dienen te worden aan de gebruikers van de verruiming en voorts dat op duidelijke wijze aan de ouders dient te worden voorgelegd dat er sprake is van een contractwijziging. Daarbij dient aan de ouders afzonderlijk de keuze te worden gelaten om hier alsnog al dan niet mee in te stemmen.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.   De ondernemer stelt dat er tijdig en uitgebreid overleg heeft plaatsgevonden met de Ondernemingsraad en de Cliëntenraad en dat beide raden overtuigd waren van de noodzaak voor de verruiming van de openingstijden en de verantwoorde aanpak daarvan.   Ten aanzien van de inhoudelijke bezwaren van de consument tegen de verruiming van de openingstijden licht de ondernemer toe dat de ondernemer per 1 januari 2007 binnen al zijn (vijftig) kindercentra de openingstijden op een beperkte en uniforme wijze heeft verruimd, onder andere om de oudertevredenheid te verhogen. Daarbij is gekozen voor een doorberekening van deze verandering aan alle ouders, in de wetenschap dat de kosten voor de opvang in veruit de meeste gevallen in 2007 zelfs lager en zeker nauwelijks hoger zullen zijn dan in 2006. De ondernemer constateert dat de consument dit op zichzelf niet bestrijdt. De ondernemer ziet in deze benadering opvallende voordelen omdat de verruiming door de meeste ouders wordt gewenst en de kostenverhoging beperkt of zelfs afwezig is in verband met de fiscale wijzigingen per 1 januari 2007. Gelet op het tevredenheids-onderzoek en de veranderde wetgeving voor de buitenschoolse opvang is de ondernemer voorts van mening dat de urgentie hoog was (en is). Dat een kleine minderheid van de ouders geen gebruik zal gaan maken van de verruimde openingtijden en bezwaar zal kunnen maken als de daarmee verband houdende kosten worden doorberekend acht de ondernemer inherent aan het besluit. Voorts is de ondernemer van mening dat de consument het karakter van de overeenkomst miskent, en stelt dat een kindplaats wordt aangeboden per dag of dagdeel, waarbij de tarifering wordt uitgedrukt in een uurprijs. Hoeveel uren daadwerkelijk worden gebruikt, werd en wordt niet bijgehouden en is niet van invloed op de prijs. De ondernemer acht de met de verruiming van de openingstijden samenhangende prijsstijging niet in strijd met de overeenkomst. De ondernemer is van mening te hebben gehandeld op grond van artikel 4 van de overeenkomst. De oorsprong van het betreffende onderdeel van artikel 4 (prijsverhoging als gevolg van door de ondernemer gestelde eisen) bestaat uit het expliciet verschaffen van een contractuele mogelijkheid om als ondernemer te kunnen voorzien in omstandigheden die bij het aangaan van de overeenkomst nog niet bekend zijn, maar die zich tijdens de looptijd van de overeenkomst voordoen. In het onderhavige geval stelt de ondernemer de eis dat de oudertevredenheid moet worden verbeterd, voldaan moet worden aan de uitvoering van de motie Van Aartsen-Bos (ten behoeve van bso) en dat de concurrentiepositie versterkt dient te worden. Op grond van artikel 4 luidt de eis van de ondernemer dat, gelet op risico’s als klantverlies, vraaguitval en ontevreden ouders, het gebruiksrecht van alle ouders tijdens de plaatsing dient te worden verruimd, hetgeen leidt tot een prijsverhoging om aan die eis te voldoen. De ondernemer is daarbij van mening dat het om een bijzondere overeenkomst voor langere tijd gaat, waarbij – juist gelet op die langere periode – reeds op voorhand tussen partijen is afgesproken dat de vergoeding eenzijdig kan worden gewijzigd, onder andere als gevolg van door de ondernemer gestelde eisen aan de dienstverlening. De ondernemer heeft zich gebaseerd op die afspraak tussen partijen en is derhalve van mening dat een zeer wezenlijk verschil bestaat met [een eerdere uitspraak van de commissie]. De ondernemer is van mening dat de kern van die uitspraak wordt gevormd door de overweging dat de tussen partijen gesloten overeenkomst bepalend is en vervolgens de vaststelling dat de ondernemer geen contractuele grondslag had voor de wijziging zoals die was doorgevoerd (anders dan in deze casus). Daarnaast is de ondernemer van mening dat er ook een fors inhoudelijk verschil tussen beide gevallen bestaat, met name waar het betreft de reden voor de verruiming. De ondernemer is voorts nog van mening dat geen sprake is van een wijziging op grond van artikel 12 van de overeenkomst. De ondernemer wijst erop dat een “artikel 12 wijziging” in de praktijk altijd te maken heeft met een wijziging in de plaatsing en op verzoek van ouders. In het onderhavige geval is sprake van een gelijkblijvend aantal dagdelen en een wijziging van de dienstverlening van de ondernemer waarbij de prijsverhoging contractueel wordt doorberekend op grond van artikel 4. Dit was ook de reden dat er in het schrijven van 23 oktober 2006 niet om een akkoord van de ouders werd gevraagd.   De ondernemer is van mening dat klacht ongegrond is.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De klacht ziet op het eenzijdige besluit van de ondernemer om de openingstijden van het kindercentrum te verruimen en de kosten daarvan in alle individuele overeenkomsten door te berekenen ongeacht of de betreffende consument gebruik maakt van de ruimere openingstijden. De ondernemer beroept zich daarbij op artikel 4 van de overeenkomst en met name op het daarin gestelde dat de ondernemer het recht heeft een prijsverhoging in de vergoeding te verwerken die ontstaat als gevolg van door de ondernemer gestelde eisen. De ondernemer ziet daarin een grondslag voor een prijsverhoging die ontstaat door een door de ondernemer om diverse redenen noodzakelijk geachte verruiming van de openingstijden.   De commissie is dienaangaande van oordeel dat het de ondernemer in beginsel vrij staat om, binnen de wettelijke kaders, de door hem aangeboden dienstverlening aan te passen aan veranderde inzichten en eisen. Dit behoort tot de beleidsvrijheid van de ondernemer. De commissie is evenwel tevens van oordeel dat de ondernemer een verruiming van zijn dienstverlening inclusief de daarbij behorende prijsverhoging, zoals hier in geding, slechts aan de individuele consument kan opleggen indien en voorzover de tussen partijen geldende overeenkomst hiertoe uitdrukkelijk de mogelijkheid biedt.   De overeenkomst geeft in artikel 1 punt 4 een omschrijving van de producten die de ondernemer aanbiedt. Onder sub a wordt aangegeven dat hele dagopvang (kdv) plaatsvindt gedurende 10 aaneengesloten uren per dag, met uitzondering van één week tussen Kerst en Oud en Nieuw. De plaatsingsbewijzen vermelden de overeengekomen dagen (kdv), het overeengekomen aantal uren en de bruto uurprijs. Artikel 4 van de overeenkomst voorziet in de mogelijkheid voor de ondernemer om de vergoeding aan te passen en artikel 12 regelt de wijziging van de plaatsing. Artikel 6 geeft aan dat het een overeenkomst voor onbepaalde tijd betreft.   Anders dan de ondernemer is de commissie van oordeel dat de door de ondernemer doorgevoerde wijziging van het aantal uren per dag(deel) en aantal weken per jaar, welke zich laten vertalen in een verhoging van de vergoeding, een wijziging van de plaatsing (het product) betreft en niet louter een wijziging van de vergoeding (de prijs). Dat de opvang, ongeacht het daadwerkelijke gebruik, slechts kan worden afgenomen per dag of per dagdeel doet daar niet aan af. Het product kinderopvang ziet in hoofdzaak op toezicht gedurende bepaalde tijden en op de inhoud/kwaliteit van dit toezicht. De duur van het toezicht benoemd als dag of dagdeel alsmede het aantal weken per jaar, is duidelijk in de overeenkomst beschreven. De consument kan daaraan dus rechten ontlenen. Weliswaar biedt artikel 4 van de overeenkomst de mogelijkheid de kosten door te berekenen die ontstaan als gevolg van door de ondernemer gestelde eisen, echter deze nadere eisen kunnen naar het oordeel van de commissie niet zover strekkend zijn dat daarmee een wezenlijke wijziging wordt aangebracht in het product (omschreven in artikel 1 punt 4 sub a van de overeenkomst) zoals partijen dat zijn overeengekomen. Voor een wijziging van de plaatsing is de toestemming van beide partijen vereist, conform het gestelde in artikel 12 van de overeenkomst.   Nu de overeenkomst de ondernemer geen ruimte biedt om het overeengekomen aantal opvanguren per dag(deel) gedurende de looptijd van de overeenkomst eenzijdig te wijzigen, en de consument niet instemt met de door de ondernemer voorgestane wijziging van het aantal uren, dient de ondernemer waar het betreft het aantal uren opvang, de overeenkomst onverkort na te komen. Dat wil zeggen opvang voor twee kinderen op twee dagen per week, gedurende 10 aaneengesloten uren per dag, met uitzondering van één week tussen Kerst en Oud en Nieuw. Wel mag de ondernemer de uurprijs verhogen naar € 5,78 omdat dit een herziening betreft op grond van artikel 4 lid 1 van de overeenkomst.   De consument heeft gesteld geen gebruik te maken van de ruimere openingstijden. De ondernemer heeft dit niet weersproken. Indien en voorzover de consument een deel van de ruimere openingsuren alsnog wel zou willen afnemen vormt dat een punt van nadere onderhandeling tussen partijen.   De commissie acht derhalve de klacht van de consument gericht tegen de eenzijdig door de ondernemer doorgevoerde wijziging in de lopende overeenkomst gegrond.   Met inachtneming van het voorgaande wijst de commissie het door de consument verlangde af indien en voorzover dat betrekking heeft op de verhouding van de ondernemer tot alle ouders die kinderopvang bij de ondernemer betrekken. De procedure bij de geschillencommissie leent zich er niet voor dat de individuele consument (mede) als belangenbehartiger van andere ouders optreedt.   De commissie wijst het door de consument verlangde terzake de nakoming van de overeenkomst toe.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer moet de tussen partijen gesloten overeenkomst inhoudende de opvang voor twee kinderen op twee dagen per week, gedurende 10 aaneengesloten uren per dag, met uitzondering van één week tussen Kerst en Oud en Nieuw, onverkort nakomen, tegen een uurprijs van € 5,78 in 2007.   De ondernemer moet de onverschuldigd betaalde kosten die verband houden met de verruimde openingstijden aan de consument terugbetalen. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 50,– aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 50,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Kinderopvang op 5 juni 2007.