Verschil tussen opzeggen lopende overeenkomst en annuleren eerste overeenkomst.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Waterrecreatie    Categorie: HISWA-voorwaarden Huur en Verhuur Lig- en/of Bergplaatsen    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 85740

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil heeft betrekking op de huur van een jaarligplaats.
 
De consument heeft de klacht op 15 januari 2014 per brief voorgelegd aan de ondernemer.

De consument heeft een bedrag van € 2.094,73 onbetaald gelaten en bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument heeft de ondernemer op 16 november 2013 eerst mondeling en daarna direct schriftelijk laten weten de ligplaats vanwege gezondheidsredenen te annuleren. De ondernemer heeft daarop gereageerd met de mededeling dat de opzegging van de overeenkomst eerst per 1 januari 2015 in gaat, omdat de opzegging voor 2014 te laat zou zijn. De consument is het daarmee niet eens. De consument beroept zich op artikel 6 lid 2 van de HISWA-voorwaarden, waarin wordt aangegeven wat de voorwaarden zijn van annulering van de huurovereenkomst binnen 3 maanden tot 2 weken voor de ingangsdatum van de huurovereenkomst. Op basis van deze bepaling is de consument van mening slechts de helft van het jaarliggeld verschuldigd te zijn. Omdat de ligplaats al per 19 november 2013 leeg is achtergelaten en de consument niet meer terug zal komen, is de consument van mening geen toeristenbelasting verschuldigd te zijn. Evenmin een vergoeding voor de aansluiting voor elektra.      

Ter zitting heeft de consument verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De echtgenote van de consument heeft al langer rugklachten. Eind 2013 is de knoop doorgehakt en is de ondernemer bericht dat de huurovereenkomst voor de ligplaats wordt beëindigd.
Ondanks dat de consument de ondernemer heeft geïnformeerd dat hij het geschil heeft voorgelegd aan de commissie, is de ondernemer toch doorgegaan met de incassoprocedure.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

De consument huurt sinds 2007 een ligplaats bij de ondernemer onder de van toepassing zijnde HISWA-voorwaarden. De overeengekomen huurperiode loopt van 1 januari tot 31 december (kalenderjaar). De consument heeft op 16 november 2013 de huurovereenkomst opgezegd. Deze is bevestigd per 1 januari 2015, omdat voor 2014 de opzegtermijn van 3 maanden verstreken was. De consument wil echter maximaal 50% van het liggeld voor 2014 betalen, omdat hij zich beroept op artikel 6 lid 2 van de HISWA-voorwaarden betreffende annulering binnen 3 maanden tot 2 weken voor ingang van de nieuwe huurperiode. In de HISWA-voorwaarden staat echter duidelijk dat dit alleen geldt bij het aangaan van de eerste huurovereenkomst.    

Ter zitting heeft de ondernemer verder nog – in hoofdzaak – het volgende aangevoerd.

De ondernemer heeft het incassobureau alleen om advies gevraagd. In tegenstelling tot wat de consument stelt heeft de ondernemer geen verdere buitengerechtelijke stappen ondernomen, toen hij vernam dat de consument naar de commissie was gegaan.
Voor de ondernemer is van belang om te weten of hij de HISWA-voorwaarden correct toepast.
Uit coulance biedt hij aan de in rekening gebrachte toeristenbelasting en de vergoeding voor de aansluiting voor elektra te crediteren.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De HISWA Algemene Voorwaarden Huur en Verhuur Lig- en/of Bergplaatsen kennen twee verschillende regelingen voor het beëindigen van huurovereenkomsten:
 
Artikel 6 (annulering), waarop de consument zich beroept;
Artikel 7 (duur en verlenging van de huur)), waarop de ondernemer zich beroept.
(NB Dit geldt voor huidige versie (2011) van de van toepassing zijnde HISWA-voorwaarden; in de HISWA-voorwaarden versie 1998 was dit artikel 5 respectievelijk artikel 10);

Artikel 6 heeft betrekking op de situatie dat voor de eerste maal een overeenkomst is gesloten en de consument zich nadien alsnog wenst terug te trekken. Voor die situatie, waarin beide partijen feitelijk al gebonden zijn aan de overeenkomst, maar de consument zich alsnog bedenkt voordat de overeenkomst tot uitvoering komt, kennen de toepasselijke HISWA-voorwaarden een coulanceregeling in de vorm van een annuleringsregeling. Bij annulering is de consument dan een bepaalde vergoeding verschuldigd. De hoogte van deze annuleringskosten is afhankelijk van het moment van melding. Dat wordt nader gespecificeerd in artikel 6.

Artikel 7 betreft de voortzetting van reeds lopende overeenkomsten. In dat geval geldt dat de consument bij te late opzegging (minder dan 3 maanden voor de aanvang van de nieuwe periode) aan een nieuwe periode gebonden is; de oude overeenkomst wordt in dat geval geacht op dezelfde voorwaarden te zijn voortgezet.
 
In dit geval heeft tussen de ondernemer en de consument reeds sinds 2007 een huurovereenkomst bestaan. De commissie is daarom van oordeel dat voornoemd artikel 7 van toepassing is.
 
Uit de overeenkomst tussen partijen blijkt dat de huurperiode een kalenderjaar betreft, dat wil zeggen van 1 januari tot en met 31 december van elk jaar. Op basis van artikel 7 dient een opzegging derhalve schriftelijk of per e-mail voor 1 oktober plaats te vinden. Nu vast staat dat de consument de opzegging eerst na 1 oktober 2013 heeft gedaan, betekent dit dat de opzegging eerst effect heeft per 1 januari 2015.
 
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

De ondernemer heeft ter zitting coulancehalve aangeboden de in rekening gebrachte toeristenbelasting en de vergoeding voor de aansluiting voor elektra aan de consument te crediteren. De commissie zal dat in de uitspraak vastleggen, door de deze kosten te verrekenen met het bij de commissie in depot gestorte bedrag.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Het depotbedrag van € 2.094,73 wordt als volgt verrekend.

Een bedrag van € 1.940,63 wordt overgemaakt aan de ondernemer.

Een bedrag van € 154,10 wordt overgemaakt aan de consument.  

Aldus beslist door de Geschillencommissie Waterrecreatie, op 16 juli 2014.