Commissie: Voertuigen
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
387599/518937
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht op 10 februari 2024 een gebruikte Porsche 911 voor ruim € 68.000. Kort na de aankoop begon het motormanagementlampje te branden. Uit onderzoek bij een merkdealer bleek dat beide katalysatoren versleten waren en vervangen moesten worden, met herstelkosten van ongeveer € 7.000. De consument vond dat hij dit probleem niet hoefde te verwachten en beriep zich op wettelijke garantie. De ondernemer stelde dat de auto zonder BOVAG-garantie was verkocht en dat de consument zelf het risico had geaccepteerd. Een deskundige bevestigde dat de katalysatoren defect waren en dat dit probleem al vóór de aflevering aanwezig moet zijn geweest. De commissie oordeelde dat de consument mocht verwachten dat de auto, gezien de prijs, kilometerstand en onderhoudsgeschiedenis, nog geruime tijd zonder grote kosten gebruikt kon worden. Daarom is sprake van non-conformiteit. Wel hoeft de ondernemer niet het volledige bedrag te vergoeden, omdat het om een oudere auto gaat en de reparatie de waarde verhoogt. De commissie bepaalt dat de ondernemer € 3.000 moet betalen aan de consument, plus het klachtengeld van € 127,50. De klacht is gegrond
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 24 januari 2024 tussen partijen tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto van het merk Porsche, type 911, tegen een door de consument te betalen prijs van € 68.250,-.
De overeenkomst is op 10 februari 2024 uitgevoerd.
De consument heeft de klacht op 16 februari 2024 voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Volgens de advertentie zou de auto in een voortreffelijke staat zijn. Alle onderhoudsbeurten waren tijdig uitgevoerd en er was sprake van 100% onderhoud. Ook de ondernemer liet weten dat het een goed exemplaar was. Na meerdere auto’s te hebben bekeken was de staat van de auto doorslaggevend voor de consument. Na de auto te hebben bekeken en een proefrit te hebben gemaakt besloot de consument, na een aankoopkeuring bij een merkspecialist te hebben laten uitvoeren, om tot de aankoop van de auto over te gaan.
Uit de keuring kwamen enkele punten van aandacht, die de consument heeft laten verhelpen.
Na de aflevering van de auto ging na 240 km, 640 km en 821 km te hebben gereden het check engine lampje branden. Na een diagnose door een merkdealer bleek dat beide katalysatoren waren versleten en dat het hitteschild om de katalysatoren niet aanwezig was. De opgegeven herstelkosten waren € 7.078,31.
Het bleek dat dit probleem al eerder was opgetreden bij de vorige eigenaar. Het was dus een bekend probleem. Helaas is dit probleem bij de technische keuring van de auto niet naar voren gekomen. Ware dit wel het geval geweest dan had de consument overwogen om de auto niet aan te schaffen.
De consument is van mening dat de ondernemer op dit punt een mededelingsplicht had. Ook beroept de consument zich op de wettelijke garantie van 12 maanden, (non-conformiteit).
De consument heeft de ondernemer verzocht om hetzij de koop ongedaan te maken hetzij het probleem op te lossen. De ondernemer geeft geen medewerking en geeft te kennen de herstelkosten niet voor zijn rekening te willen nemen.
Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
De consument blijft bij het beroep op de wettelijke garantie. Aanvankelijk wilde hij de koop ontbinden, nu niet meer. De ondernemer dient de kosten van herstel voor zijn rekening te nemen.
Hij blijft erbij dat hij dit euvel niet behoefde te verwachten. De consument heeft voor eigen rekening de motorsteunen laten vervangen. Bij deze reparatie is niet gewerkt aan de katalysatoren of de uitlaat.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer betreurt het onderhavige geschil. Sedert de oprichting van de onderneming heeft de ondernemer dit niet eerder meegemaakt. De werkwijze en de service worden door de klanten van het bedrijf hoog gewaardeerd.
De auto werd destijds aangeboden voor € 75.950,– inclusief 12 maanden BOVAG-garantie. De consument gaf aan een budget te hebben van € 70.000,–. Dat was niet mogelijk voor deze auto met BOVAG-garantie. De consument gaf aan daarvoor begrip te hebben en het geen probleem te vinden de auto zonder BOVAG-garantie te kopen. Hierna bezocht de consument de ondernemer voor een bezichtiging en een proefrit.
De risico’s van het kopen zonder garantie werden besproken en de consument gaf aan deze risico’s te accepteren. Wel stelde hij als voorwaarde een aankoopkeuring door een Porsche specialist. De ondernemer heeft zelf de auto naar de keuringsplaats te [plaats] gereden. De specialist kwam tot het oordeel dat sprake was van een auto in voortreffelijke staat. Er waren enkele aandachtspunten in lijn met het reguliere slijtagebeeld. Deze werden door de consument gebruikt om tot de uiteindelijke koopprijs van € 68.500,– te komen. Tijdens de aankoopkeuring is niet gebleken van versleten katalysatoren of missende hitteschildjes. De aandachtspunten heeft de consument na de aflevering door de Porsche specialist laten herstellen.
Na de melding van de klacht heeft de ondernemer aangeboden om de consument gebruik te laten maken van de kennis bij zijn netwerk en het laten uitvoeren van een vervolgonderzoek. Daarbij kon tevens rekening gehouden worden met het gemonteerde niet originele X-pipe uitlaatsysteem.
De uiteindelijke koopprijs lag € 7.450,– onder de vraagprijs. De ondernemer heeft niet aangestuurd op een verkoop zonder garantie.
Na de aflevering heeft de consument werkzaamheden aan de auto laten uitvoeren. Het is niet uit te sluiten dat de problemen daardoor zijn ontstaan. Ook is sprake van intensiever gebruik dan bij de vorige eigenaar. De auto verkeert weliswaar in zeer goede staat maar het betreft wel een auto van 15 jaar oud. Slijtage en veroudering zijn dan logischerwijze niet uit te sluiten.
De ondernemer blijft erbij dat hij de consument wil bijstaan bij het zoeken naar een technische oplossing.
Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.
Er is veel overleg geweest. De toon was niet altijd prettig. De ondernemer ziet niet in dat de consument in de gegeven omstandigheden een beroep op de wettelijke garantie toekomt nu hij daarvan heeft afgezien. Ook is geen sprake van een gebrek maar van slijtage en veroudering die bij een dergelijke auto horen. De consument heeft zelf het risico genomen.
Deskundigenrapport
De door de commissie benoemde deskundige heeft blijkens zijn rapportage voor zover van belang het volgende vastgesteld.
De klant kocht op 10 februari 2024 bovenomschreven voertuig bij de ondernemer. Het voertuig had toen 68.175 kilometer gepresteerd. Voor de garantie verwijst de deskundige naar de orderbevestiging [nummer] d.d. 24 januari 2024. Op 17 april 2024 bij kilometerstand 69.281 heeft de klant de auto aangeboden bij [merkdealer] omreden dat het motormanagement lampje ging branden. Na diagnose bij [merkdealer] stelde men vast dat beide katalysatoren defect zijn.
Onderzoek:
De klant heeft een diagnose laten uitvoeren op 17 april 2024 bij [merkdealer]. De deskundige heeft telefonisch contact gehad met [merkdealer] op diverse data en aan hen verzocht om het diagnoserapport per mail aan de deskundige te verstrekken. In een later contact met [merkdealer] deelde men de deskundige mee dat dit niet verstrekt mag worden. Wel mocht de deskundige het diagnoserapport inzien bij [merkdealer]. Daartoe bezocht de deskundige op 31 oktober 2024 [merkdealer] en heeft het diagnoserapport inclusief het scoopbeeld ter inzage gehad. Hier mocht de deskundige wel foto’s van maken.
Aan de hand van de diagnose kan de deskundige vaststellen dat de beide katalysatoren niet naar behoren werken en vervanging noodzakelijk is. Excuses voor de slechte kwaliteit van de foto’s, maar het kon niet beter vanaf het beeldscherm echter op de scoop-beelden is duidelijk zichtbaar dat de werking van de katalysatoren onvoldoende is.
Herstel:
Voor goed herstel zullen beide katalysatoren vervangen moeten worden. Herstelkosten: De kosten voor herstel zullen circa € 6.500,- – € 7.000,– incl. btw. bedragen.
Opmerking:
Wanneer de katalysatoren defect zijn geraakt kan de deskundige niet vaststellen. Wel kan de deskundige vaststellen dat de katalysatoren niet binnen 1.000 kilometer defect kunnen raken.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In het onderhavige geschil klaagt de consument over de rijeigenschappen van zijn bij de ondernemer gek.
Uit de stukken en uit hetgeen partijen ter zitting naar voren hebben gebracht blijkt dat het geschil zich toespitst op de vraag of de consument een beroep op artikel 7:17 BW toekomt.
De commissie stelt voorop dat nu sprake is van een consumentenkoop het bepaalde in artikel 7:6 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek artikel 7:17 BW van dwingend recht is en niet kan worden beperkt of worden uitgesloten.
De omstandigheid dat de consument in de koopovereenkomst heeft aangegeven van iedere aanspraak jegens de ondernemer af te zien, naast het afzien van BOVAG-garantie, laat het beroep van de consument op het conformiteitsvereiste dan ook onverlet.
Uit het systeem van de wet, zoals dat gold ten tijde van het aangaan van de overeenkomst en ten tijde van de aflevering volgt dat ingevolge het bepaalde in artikel 18a lid 2 BW na ommekomst van 12 maanden na de aflevering de bewijslast van de non-conformiteit op de consument rust. Dit brengt mee dat de consument aannemelijk dient te maken dat sprake is van een eigen gebrek van de auto waarvan hij de aanwezigheid niet behoefde te verwachten en dat aan een normaal gebruik van de auto in de weg staat.
De commissie stelt vast dat partijen geen op- en aanmerkingen hebben gemaakt bij de rapportage van de door haar ingeschakelde deskundige, zodat de commissie diens bevindingen zal overnemen en tot de hare zal maken.
Daaruit blijkt onmiskenbaar dat sprake is van versleten katalysatoren. Ook blijkt daaruit dat het niet waarschijnlijk is dat het gebrek zeer kort na de aflevering is opgetreden, maar dus al – latent – aanwezig is geweest.
Daarmee is naar het oordeel van de commissie in voldoende mate aannemelijk geworden dat sprake is van een gebrek dat aan een normaal gebruik van de auto in de weg staat.
Bij de beoordeling van de conformiteit gaat het ook om de vraag wat de consument uit hoofde van de koopovereenkomst mocht verwachten.
De consument heeft om het risico van verrassingen uit te sluiten de auto voorafgaand aan de koop laten keuren. Daarmee heeft de consument voldaan aan zijn onderzoekplicht, zoals is bepaald in artikel 7:17 lid 5 BW. De omstandigheid dat nochtans sprake is van een gebrek kan de consument niet worden tegengeworpen.
Ook de omstandigheid dat sprake is van een wat oudere auto staat er niet aan in de weg dat een beroep op non-conformiteit slaagt.
Daarbij is van belang dat de consument gelet op de onderhoudshistorie, de uitlatingen van de ondernemer over de goede staat van de auto, de aankoopprijs en de niet al te hoge kilometerstand mocht verwachten dat hij nog geruime tijd zonder al te hoge onderhoudskosten gebruik van de auto zou kunnen maken.
Een en ander brengt naar het oordeel van de commissie mee dat de consument in voldoende mate aannemelijk heeft gemaakt dat de auto niet de eigenschappen bezat die hij daarvan op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten.
Dit brengt mee dat de consument aanspraak kan maken op herstel, zij het dat gelet op het bouwjaar van de auto, 2009, en de kilometerstand geen aanspraak kan worden gemaakt op volledige vergoeding van de te maken kosten, maar gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden en uitgaande van de waardevermeerdering van de auto, als gevolg van de uitgevoerde reparatie, (nieuw voor oud), slechts op een deel van de noodzakelijke kosten van herstel, zoals deze door de deskundige zijn begroot. De commissie gaat ervan uit dat de montage van hitteschildjes onderdeel uitmaken van de uit te voeren reparatie.
Naar billijkheid bepaalt de commissie de door de ondernemer aan te consument te betalen vergoeding op een bedrag van € 3.000,- en zal zij de ondernemer daartoe veroordelen.
De commissie ziet geen aanleiding om de ondernemer tot herstel te verplichten nu de ondernemer daartoe zelf niet in staat is en de werkzaamheden dus zal moeten uitbesteden. De consument is daardoor in staat om zelf een keuze te maken bij welke garage hij de reparatie wil laten uitvoeren.
Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gegrond.
Derhalve wordt beslist als volgt.
Beslissing
De ondernemer betaalt een vergoeding van € 3.000,– aan de consument. Betaling dient plaats te vinden binnen 14 dagen na de verzenddatum van dit bindend advies.
Bovendien is de ondernemer gehouden om het door de consument betaalde klachtengeld van € 127,50 aan hem te vergoeden en zal aan de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bijdrage wegens de behandelingskosten in rekening worden gebracht.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij en C.J. Bosboom, leden, op 11 februari 2025.