Vertraging ontstaan door handelen advocaat.

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Zorgvuldigheid    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ADV08-0243

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de kwaliteit van dienstverlening van de advocaat ter zake de echtscheiding van de cliënt en de gevorderde schadevergoeding door de cliënt.   Standpunt van de cliënt   Het standpunt van de cliënt luidt in hoofdzaak als volgt.   De cliënt is met de advocaat een overeenkomst tot dienstverlening aangegaan. De zaak betrof een echtscheiding. In het begin van 2008 zijn de klachten ontstaan. Een brief met daarin de vraag van de wederpartij om een datum vast te stellen voor een 4-gesprek is door de advocaat naar het verkeerde adres verzonden. Hierdoor is er een nodeloze vertraging ontstaan van twee maanden. Aan het begin van de opdracht heeft de cliënt desgevraagd medegedeeld dat hij geen bezwaar zou hebben als [naam kantoorgenoot advocaat] (voormalig kantoorgenoot van de advocaat) de zaak zou gaan behandelen. De cliënt heeft daarbij gevraagd of de advocaat zou bijspringen indien dat nodig mocht zijn. Daarop heeft de advocaat aangegeven dat hij ‘een oogje in het zeil’ zou houden. De advocaat is in het geheel zijn afspraken niet nagekomen. In het algemeen is de cliënt van mening dat de zaak te lang heeft geduurd en dat de advocaat niet adequaat genoeg heeft gereageerd. Het gesprek met [naam advocaat] heeft niets opgeleverd. Aan de cliënt is nimmer meegedeeld dat [naam kantoorgenoot advocaat] een advocaat-stagiaire was. De advocaat was haar patroon. De cliënt is van mening dat de vordering tot schadevergoeding aan de juiste persoon is gericht, zijnde de advocaat.   Standpunt van de advocaat   Het standpunt van de advocaat luidt in hoofdzaak als volgt.   De advocaat stelt zich op het standpunt dat de cliënt het geschil niet tegen de juiste partij aanhangig heeft gemaakt. De zaak was aanvankelijk door de advocaat in behandeling genomen in 2006. Vrijwel direct daarna in oktober 2006 heeft zijn kantoorgenote [naam kantoorgenoot advocaat] de belangenbehartiging overgenomen. De cliënt is akkoord gegaan met de overdracht van de zaak aan [naam kantoorgenoot advocaat]. De advocaat betwist dat is afgesproken dat hij ‘een oogje in het zeil zou houden’. Als financieel eindverantwoordelijke heeft de advocaat een gesprek gehad met de cliënt en [naam kantoorgenoot advocaat] om een betalingsregeling te treffen. Na het vertrek van [naam kantoorgenoot advocaat] uit het kantoor van de advocaat, is de zaak bij [naam kantoorgenoot advocaat] onverminderd in behandeling gebleven op haar nieuwe kantoor.   Op grond van het bovenstaande verzoekt de advocaat de commissie de klacht ongegrond te verklaren, met veroordeling van de cliënt in de kosten van het geschil.   Beoordeling van het geschil   Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie als volgt.   De commissie stelt voorop dat blijkens het vragenformulier van de commissie de cliënt zijn klacht heeft gericht tegen de advocaat. Ook uit de brief van de cliënt van 7 februari 2009, gericht aan de secretaris van de commissie, blijkt dat de gevorderde schadevergoeding gericht is aan de advocaat. Vast staat dat de advocaat bij brief van 28 september 2008 de opdracht aan de cliënt heeft bevestigd. Immers, in deze opdrachtbevestiging geeft de advocaat aan: ”Via deze brief bevestig ik uw opdracht om uw belangen te zullen gaan behartigen.” Voorts heeft de advocaat aan de cliënt in deze opdrachtbevestiging meegedeeld: ”… zal onderstaande advocaat steeds uw belangen behartigen, danwel een collega-advocaat binnen hetzelfde kantoor.” De naam van de advocaat staat onder de opdrachtbevestiging vermeld en is door hem ondertekend. Uit de overgelegde stukken is voorts voor de commissie komen vast te staan dat de advocaat de opdracht om de belangen van de cliënt te behartigen, in ieder geval is aangevangen. Naar aanleiding van de door de cliënt geuite bezwaren heeft de advocaat de cliënt bij brief van 3 maart 2008 uitgenodigd voor een gesprek om deze bezwaren te bespreken en wellicht ook tegemoet te komen.   Anders dan de advocaat stelt is de commissie – gelet op de aan haar overgelegde stukken – van oordeel dat de klacht van de cliënt gericht is aan de juiste persoon, zijnde de advocaat. Mitsdien is de cliënt ontvankelijk in zijn klacht. Aangezien de advocaat nog geen inhoudelijk verweer heeft gevoerd tegen de door de cliënt geformuleerde klachten, zal de commissie de advocaat in de gelegenheid stellen alsnog hierop schriftelijk te reageren. Nadien zal het secretariaat van de commissie een zittingsdatum bepalen voor (inhoudelijke) mondelinge behandeling van de zaak waarvoor partijen zullen worden uitgenodigd. De commissie geeft daarbij in overweging dat indien (een van) partijen getuigen wensen op te roepen voor de inhoudelijke mondelinge behandeling of getuigenverklaringen wensen over te leggen, zij dit tijdig, doch in ieder geval uiterlijk zeven dagen voor de mondelinge behandeling, schriftelijk aan het secretariaat van de commissie dienen kenbaar te maken.   Derhalve dient als volgt te worden beslist.   Beslissing   De commissie verklaart de cliënt ontvankelijk in zijn klacht gericht aan de advocaat.   De commissie bepaalt voorts dat de advocaat binnen twee weken na verzending van deze ontvankelijkverklaring inhoudelijk verweer kan indienen bij de commissie. Een afschrift van de reactie van de advocaat zal ter kennisgeving aan de cliënt worden toegezonden. Nadien zal er een nieuwe zittingsdatum worden bepaald.   Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Advocatuur op 11 maart 2009.