Vertraging oplevering valt ondernemer niet verwijten. Geen extra schadevergoeding voor ongemak. Consument had vooraf had dienen te begrijpen dat een ingrijpende verbouwing als deze zou leiden tot minder woonconfort.

  • Home >>
  • Verbouwingen en nieuwbouw >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Verbouwingen en nieuwbouw    Categorie: Opleverklachten    Jaartal: 2018
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 107419

De uitspraak:

Behandeling van het geschil

Op 9 juni 2017 heeft de commissie een bindend advies gegeven (hierna te noemen: het bindend advies), waarin de ondernemer ten aanzien van een aantal klachten is veroordeeld tot het – binnen drie maanden na datum bindend advies – verrichten van zodanige werkzaamheden dat alsnog wordt voldaan aan hetgeen is overeengekomen uit hoofde van de tussen partijen gesloten aannemingsovereenkomst, alsmede tot het verrichten van alle hieruit voortvloeiende noodzakelijke bijkomende werkzaamheden.
De consument heeft zijn klacht opnieuw aan de commissie voorgelegd in verband met gerezen problemen met betrekking tot de lateiconstructie, de vertraagde oplevering en de afwikkeling van het depot.

De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is ter zitting behandeld op 29 juni 2018 te Den Haag.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. De ondernemer is niet ter zitting verschenen maar heeft wel zijn standpunt schriftelijk toegelicht bij brief van 25 april 2018.
De consument heeft ter zitting zijn standpunt nader toegelicht. Op dit moment zijn er geen bouwtechnische geschilpunten meer maar is er alleen een verschil van mening over de financiële afwikkeling.

1. schadevergoeding
De consument verwijt de ondernemer dat hij pas met zijn werkzaamheden is gestart nadat de consument zijn klachten (wederom) aan de commissie heeft voorgelegd en nimmer heeft opengestaan voor communicatie. De ondernemer zette elke keer zijn hakken in het zand ook nadat de commissie een bindend advies heeft gegeven.

De consument heeft bij brief van 9 mei 2018 een schadevergoeding gevorderd van € 15.750,– vanwege de vertraagde oplevering (21 weken x gemiddeld 10 uur pw x € 75,–), alsmede € 750,– als vergoeding van de kosten van niet bruikbare ruimte/opslagruimte en € 200,– voor de afschrijving van de gordijnen, in  totaal een bedrag van €  16.700–, dan wel de maximale vergoeding waarop de consument ingevolge de COVO recht zou hebben.
 
Ter zitting heeft de consument aangegeven een schadevergoeding van € 7.000,– redelijk te vinden. Omdat het bindend advies op 15 augustus 2017 is verzonden, hadden de werkzaamheden op grond van het bindend advies redelijkerwijs medio november 2017 moeten zijn afgerond, maar uiteindelijk heeft de oplevering pas op 10 april 2018 plaatsgevonden. Omdat de vloeren nog moeten uitharden, kan de consument nog steeds geen gebruik maken van de zolderverdieping. De vertraging van de verbouwing heeft grote gevolgen gehad voor het gezin qua gezondheid, studievertraging en onrust. Een deel van de woning was vanwege de opslag van meubels niet bruikbaar en 10 personen moesten 3 slaapkamers delen. Verder heeft de consument zeer veel tijd en energie in de verbouwing moeten steken, om alles te controleren: of er was gebouwd volgens tekening, of de juiste materialen zijn gebruikt, of er voortgang in de werkzaamheden is en of de facturen in orde zijn.

2. uitbetaling depot
Bij de commissie staat € 34.015,80 in depot. De consument heeft ter zitting aangegeven dat de ondernemer fouten heeft gemaakt in de facturen. Het door de ondernemer overgelegde overzicht van 25 april 2018 klopt. De ondernemer heeft aangegeven dat € 32.158,46 nog betaald dient te worden. Hierbij heeft de ondernemer uit coulance € 500,– op de eerdere eindfactuur in mindering gebracht vanwege al het ongemak dat de consument heeft ondervonden.

Verdere beoordeling van het geschil

Ter zitting heeft de commissie vastgesteld dat de verbouwingswerkzaamheden op 10 april 2018 tot tevredenheid van de consument zijn opgeleverd en dat er geen bouwtechnische geschillen meer zijn. De commissie dient thans een beslissing te geven met betrekking tot de financiële afwikkeling van de verbouwing.

De consument heeft een bedrag van € 34.015,80 in depot bij de commissie gestort. Na correctie is vast komen te staan dat het bedrag waarop de ondernemer uit hoofde van de gefactureerde werkzaamheden jegens de consument aanspraak heeft, € 32.658,46 moet zijn. De ondernemer heeft aangegeven dat hij hierop vanwege het ongemak dat de consument heeft ondervonden een bedrag van € 500,– in mindering brengt.

De kostenposten waarvan de consument jegens de ondernemer vergoeding vordert, vloeien alle drie voort uit de vertraging van de oplevering van de bouw. De vordering van de consument kan dan ook slechts worden toegewezen, wanneer deze vertraging de ondernemer kan worden toegerekend.

Ter zitting geeft de commissie vastgesteld dat de vertraging van de herstelwerkzaamheden voor het overgrote deel het gevolg is geweest van de hernieuwde constructiebeoordeling door de gemeente. Immers, nadat de ondernemer op 5 oktober 2017 de herziene berekening had ingediend, heeft het tot 23 november 2017 geduurd voordat de gemeente hierop goedkeuring heeft gegeven. Verder heeft de commissie vastgesteld dat op basis van het bindend advies voor de ondernemer niet de noodzaak bestond om een aanvullende berekening te maken en aan de gemeente voor te leggen; de deskundige heeft gerapporteerd dat ermee volstaan kon worden om de muurplaat te versterken zodat deze de functie van de stalen latei kon overnemen en daartoe is de ondernemer dan ook veroordeeld. Omdat de consument er bij bleef dat de constructie van de dakkapel niet deugdelijk was, heeft de ondernemer zich gedwongen geacht om voorafgaande aan het hervatten van de werkzaamheden de gemeente opnieuw naar de bouwconstructie te laten kijken. De hierdoor ontstane vertraging komt naar het oordeel van de commissie niet voor rekening van de ondernemer. Voorts blijkt uit de in het geding gebrachte stukken en uit het besprokene ter zitting dat de consument eerst met de ondernemer een gesprek wilde voeren, voordat deze met de werkzaamheden mocht beginnen. Ook dit is een vertragende factor geweest die niet voor rekening komt van de ondernemer.
Alles overwegende is de commissie van oordeel dat de door de ondernemer aangeboden vergoeding van € 500,– als compensatie voor de vertraging en het als gevolg daarvan ondervonden ongemak, redelijk is. Voor de vorderingen met betrekking tot het niet bruikbaar zijn van een deel van de woning (€ 750,–) en de afschrijving van gordijnen (€ 200,–) geldt daarnaast nog de consument onvoldoende heeft gesteld waarom de ondernemer deze kosten zou moeten vergoeden. Daarbij merkt de commissie op dat de consument vooraf had dienen te begrijpen dat een ingrijpende verbouwing als deze zou leiden tot minder woonconfort, zeker voor een groot gezin. De commissie heeft in het bindend advies in de voorafgaande procedure geoordeeld dat er, vanwege het door partijen over en weer opschorten van hun verplichtingen jegens elkaar, op het punt van de oplevering een onduidelijke situatie is ontstaan, waarin de ondernemer redelijkerwijze niet het verwijt kan worden gemaakt dat hij de bouwactiviteiten niet binnen de afgesproken periode heeft afgerond. De vertraging van de herstelwerkzaamheden komt, zoals hiervoor is overwogen, niet voor rekening van de ondernemer. De overlast die de consument heeft gehad, doordat het gezin een langere periode de eigen woning slechts gedeeltelijk heeft kunnen gebruiken, komt voor zijn rekening en risico. De commissie wijst de vordering van de consument dan ook af, voor zover deze het door de ondernemer aaangeboden bedrag van € 500,– te boven gaat.

Gelet op het vorenstaande wordt als volgt beslist:
Het depotbedrag van € 34.015,80 zal als volgt worden verrekend:
1. een bedrag van (€ 32.658,46 minus € 500,–=) € 32.158,46 zal op de rekening van de ondernemer worden overgemaakt;
2. het restant, een bedrag van € 1.857,34, zal aan de consument worden geretourneerd.
Na deze verrekening hebben partijen over en weer niets meer van elkaar te vorderen ter zake van dit geschil.

Beslissing

De commissie:

I.  bepaalt dat het depot als volgt wordt verrekend:
 a. een bedrag van € 32.158,46 zal naar de ondernemer worden overgemaakt;
 b. een bedrag van € 1.857,34 zal aan de consument worden geretourneerd.

II. wijst het anders of meer gevorderde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verbouwingen en Nieuwbouw.