Verzakkingen veroorzaakt door werk van derde partij – klacht ongegrond

  • Home >>
  • Groen >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Groen    Categorie: Aansprakelijkheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1284506/1310306

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde dat de in 2022 vernieuwde beschoeiing al na twee jaar verzakte en dat de ondernemer dit kosteloos moest herstellen. De ondernemer stelde dat de schade niet door de beschoeiing kwam, maar door werkzaamheden die de consument later door een derde liet uitvoeren aan de naastgelegen strook grond. De ingeschakelde deskundige bevestigde dit: niet de beschoeiing, maar de door een derde aangebrachte splitstrook op piepschuimplaten is in vier jaar tijd circa 25 cm verzakt. Daardoor scheurde het geotextiel van de beschoeiing los en ontstond schade. De beschoeiing zelf was correct aangelegd. Omdat de verzakking is veroorzaakt door wijzigingen die de consument zelf heeft laten uitvoeren, is de ondernemer niet aansprakelijk. De klacht is ongegrond.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een overeenkomst met betrekking tot het vernieuwen van beschoeiing conform offerte van 25 januari 2022.

Standpunt van de consument

De klacht van de consument luidt als volgt:

Begin 2022 is de gehele beschoeiing langs de parkeerplaatsen voor een bedrag van ruim 25.000 euro vernieuwd. In maart 2024 is reeds een eerste verzakking geconstateerd en bij ondernemer gemeld en tegen extra kosten hersteld.
Nu zijn er echter meerdere forse verzakkingen, die eveneens gemeld zijn bij de hovenier.
Omdat dit volgens ondernemer een gevolg kan zijn van externe factoren (zonder dat hij de huidige situatie ter plekke heeft onderzocht) zijn zij niet bereid om dit onder garantie te herstellen.
Ik ben van mening (die door onze huidige hovenier gedeeld wordt) dat sprake is van het ondeugdelijk aanbrengen van de beschoeiing en dat zeker niet aannemelijk is dat externe factoren de oorzaak zijn van de verschillende verzakkingen.

De consument wenst kosteloos herstel van de beschoeiing door de ondernemer.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer acht zich niet aansprakelijk voor de gevolgen van de verzakkingen omdat deze niet in verband staan met de beschoeiingen maar met door derden (in opdracht van de consument) uitgevoerde werkzaamheden aan en in de strook grond gelegen naast de beschoeiing.

Het deskundigenonderzoek

De deskundige D. van der Veen heeft de klacht onderzocht en op 7 oktober 2025 rapport uitgebracht van zijn bevindingen, die als volgt luiden:

Het geschil betreft niet de beschoeiing die door ondernemer is aangelegd. Het geschil betreft het verzakken van de split strook langs de beschoeiing, die niet door ondernemer is aangelegd. De vraag is waardoor de huidige schade ontstaan is in de vorm van wegspoelen van de ondergrond van het split.

Ondernemer heeft uitsluitend de beschoeiing aangelegd op exact dezelfde plaats als de vorige beschoeiing. Hieraan grensde een grasstrook tussen de beschoeiing en de parkeerplaatsen (voor en na de aanleg van deze beschoeiing). Opdrachtgever heeft na vertrek van ondernemer een eigen partij ingeschakeld voor het aanleggen van de splitstrook op piepschuim platen.

In ca. 4 jaar is het peil van de strook aanzienlijk gezakt; plaatselijk zeker 25cm. Door het ernstig verzakken van de gehele strook, is het geotextiel van de beschoeiing plaatselijk losgescheurd en verdwijnt op die plaatsen de ondergrond in het water door uitspoeling en zorgt daardoor voor extra verzakking van het split.

Uitsluitend het op de schotten verankerde geotextiel van de beschoeiing deze extreme werking (verzakking) laten opvangen, is onvoldoende toereikend. De aangrenzende grond (met split erbovenop) trekt het verankerde geotextiel los. Dit dient door een vrijhangend doek opgevangen te worden (niet vastgemaakt op de beschoeiing zoals hier). Het geotextiel dat toegepast is onder het split had ook ruim verticaal aangebracht kunnen worden, alvorens het piepschuim en split aangebracht werd.

Het wijzigen van de grasstrook naar split is niet onder de verantwoordelijkheid van ondernemer uitgevoerd.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie sluit zich aan bij de beoordeling van de deskundige Van der Veen en neemt die over. Uit diens bevindingen blijkt dat het peil van de naast de beschoeiing gelegen strook grond in circa vier jaar aanzienlijk is gezakt waardoor het geotextiel van de beschoeiing plaatselijk is losgescheurd. Daarmee is het causaal verband tussen die verzakking en de beschadiging van de beschoeiing gegeven, in die zin dat de grondverzakking in de naastgelegen strook de oorzaak is geweest van de beschadiging van de beschoeiing. Vast staat dat na de vernieuwing van de beschoeiing door de ondernemer de consument een derde partij opdracht heeft gegeven tot werkzaamheden aan de naastgelegen strook grond inhoudende het verwijderen van de bovenlaag van gras en zandgrond en het aanbrengen van split op piepschuim platen. Die gewijzigde situatie in de naastgelegen grondstrook wordt door de deskundige als de oorzaak aangemerkt van de extreme verzakking van de grond en de schade die de beschoeiing daardoor heeft geleden.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Daarom wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Groen, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer J. Pouwelse, mevrouw mr. C.R.J.M. den Hartog-Kaaij, leden, op 26 januari 2026.

Opslaan als PDF