Verzenden factuur moet beschouwd worden als schriftelijke bevestiging van de order. Overeenkomst totstandgekomen.

  • Home >>
  • Thuiswinkel >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Thuiswinkel    Categorie: Orderbevestiging    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: THU01-0086

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op of omstreeks 4 mei 2001 tussen partijen totstandgekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van [2 all in one apparaten] (kleurenprinter, kleurenscanner en kleurencopier). Op de aan de consument verzonden factuur is hiervoor een prijs vermeld van ƒ 117,50 per stuk, exclusief 19% BTW. Levering heeft niet plaatsgehad.   De consument heeft op 14 mei 2001 de klacht voorgelegd aan de ondernemer.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.   Ik heb mijn keuze voor deze ondernemer bepaald aan de hand van een prijsvergelijking die ik heb gemaakt op [de internet site]. Daarop was de ondernemer verreweg het goedkoopst met een prijs van ƒ 144,03 inclusief BTW. Ik heb vervolgens per e-mail 2 apparaten besteld. Deze bestelling werd mij per e-mail bevestigd door middel van een verwijzing naar een factuur die ik kon downloaden. Het factuurbedrag ad in totaal ƒ 288,06 heb ik vervolgens aan de ondernemer overgemaakt. Dit bedrag is op 12 mei 2001 van mijn bankrekening afgeschreven. Op 14 mei ontving ik een e-mail van de ondernemer waarin werd gesteld dat de aangeboden prijs niet juist was als gevolg van een linkfout tussen de distributeur en de ondernemer en dat de juiste prijs moest zijn  ƒ 571,40 per stuk. Ik werd uitgenodigd het nog ontbrekende bedrag over te maken, als ik de bestelde apparaten nog wilde hebben. Ik heb hierop geantwoord dat ik een overeenkomst met de ondernemer had en dat ik de beide apparaten voor de overeengekomen prijs geleverd wilde zien. Dat heeft de ondernemer met een beroep op zijn algemene verkoopvoorwaarden geweigerd. De overeenkomst zou niet perfect zijn, omdat deze nog niet schriftelijk was bevestigd, terwijl prijsopgaven niet bindend zouden zijn. Ik ben het hiermee niet eens. De overeenkomst is wel degelijk bevestigd doordat ik de beschikking heb gekregen over een factuur waarop de beide apparaten zijn vermeld met de prijs van € 65,36 per stuk. Ik ben dan ook van mening dat ik geen rekening hoef te houden met de door de ondernemer gemaakte fout en dat ik recht heb op uitlevering van de beide apparaten tegen de overeengekomen prijs van ƒ 288,06 in totaal.   De consument verlangt alsnog levering van de beide apparaten tegen de prijs van € 130,72 (ƒ 288,06) in totaal.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.   Onze prijsopgaven geschieden onder het voorbehoud van fouten. In dit geval was de opgegeven prijs onjuist als gevolg van een euroconversie fout. De prijs in euro’s was dus per abuis in guldens vermeld. Wij vinden dat wij het recht hebben om die fout te herstellen en dat wij dus niet verplicht zijn de door de consument bestelde apparaten te leveren tegen de opgegeven foutieve prijs. In dit verband doen wij een beroep op artikel 4, lid 1 t/m 3 van onze Algemene Voorwaarden. Deze bepalingen luiden als volgt: “Een aanbieding of (prijs)opgave bindt [de ondernemer] niet en geldt slechts als een uitnodiging tot het plaatsen van een order, tenzij uitdrukkelijk anders is vermeld. Een overeenkomst komt slechts tot stand indien en voorzover [de ondernemer] een order schriftelijk aanvaardt of door [de ondernemer] in uitvoering is genomen. Alle opgaven door [de ondernemer] van getallen, specificaties en/of andere aanduidingen van producten zijn met zorg gedaan. [de ondernemer] kan er echter niet voor instaan dat zich ter zake geen afwijkingen zullen voordoen”. Nog voordat de door de consument geplaatste order was uitgevoerd hebben wij de consument per e-mail laten weten dat de prijs fout was en hem voor de keus gesteld de order te annuleren of de juiste prijs te betalen. Het door hem betaalde bedrag ad ƒ 288,06 hebben wij teruggestort. De order was door ons niet schriftelijk bevestigd. Derhalve is, anders dan de consument meent, geen overeenkomst tot stand gekomen.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De commissie volgt het standpunt van de ondernemer dat tussen partijen geen overeenkomst tot stand is gekomen niet. Weliswaar was de order van de consument nog niet uitgevoerd voordat deze door de ondernemer werd geannuleerd, maar de ondernemer had wel een factuur ter beschikking van de consument gesteld waarop de onjuiste prijs was vermeld. De commissie beschouwt deze factuur als een schriftelijke bevestiging van de order van de consument. Dat de facturering hoogstwaarschijnlijk het gevolg is van een elektronisch automatisme is een omstandigheid die voor rekening van de ondernemer dient te blijven. Hiermee is echter nog niet gezegd dat de consument zonder meer recht zou hebben op levering tegen de foutieve prijs. De commissie zou dat in dit geval in strijd achten met de redelijkheid en billijkheid. Immers, de consument zou ten koste van de ondernemer een voordeel toevallen waarop hij redelijkerwijs niet kon rekenen. Aan de commissie is een print van de prijsvergelijking overhandigd die de consument op het internet heeft gemaakt. Daarop is te zien dat de laagste prijs voor het onderhavige apparaat na de door de ondernemer opgegeven prijs ƒ 685,– bedraagt, een verschil derhalve van maar liefst ƒ 540,87. Dit verschil is dermate groot dat de consument heeft kunnen en moeten begrijpen dat de door de ondernemer opgegeven prijs niet juist kon zijn. De consument heeft geen contact opgenomen met de ondernemer om hiernaar navraag te doen. Derhalve is naar het oordeel van de commissie niet voldaan aan de door art. 3:35 BW voor de gebondenheid van de ondernemer gestelde eis dat sprake is van een verklaring of gedraging die de consument onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijs heeft kunnen opvatten in de door hem verdedigde zin. De nog door de consument opgeworpen stelling dat de ondernemer reclame maakt met hantering van “groothandelsprijzen” kan niet tot een ander oordeel leiden, omdat ƒ 144,03 zelfs als groothandelsprijs onbegrijpelijk laag is. De commissie is derhalve van oordeel dat de consument billijkheidshalve geen levering van de twee apparaten tegen de prijs van € 130,72 toekomt. Aan de andere kant is het wel aan de ondernemer toe te rekenen dat de consument gedurende zekere tijd in de veronderstelling heeft verkeerd dat hij ging profiteren van een “koopje” zoals hij het in een van zijn brieven aan de commissie noemt. De door de consument gemaakte kosten voor telefoon en porti, door de commissie naar redelijkheid en billijkheid begroot op € 45,38 (ƒ 100,–), alsmede het door de consument betaalde klachtengeld, dienen derhalve naar het oordeel van de commissie voor rekening te komen van de ondernemer. Voorts is de commissie van oordeel dat de consument nog recht heeft op levering van ten hoogste twee apparaten tegen de prijs van ten hoogste € 259,43 (ƒ 571,70) per stuk, indien de consument zulks wenst, ook in het geval dat de prijzen inmiddels zijn gestegen.   Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gedeeltelijk gegrond is.   Derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 45,38. Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies. Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies. De ondernemer is gehouden om aan de consument op diens verlangen ten hoogste twee [all in one] apparaten te leveren tegen de prijs van € 259,43 incl. BTW per stuk. De consument dient deze wens, op straffe van verval van zijn rechten, aan de ondernemer binnen 4 weken na de verzending van dit bindend advies kenbaar te maken.   Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 22,69 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Thuiswinkel op 23 januari 2002.