Verzwegen schadeverleden Mini Cooper leidt tot vernietiging koopovereenkomst

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Schade    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: deels gegrond   Referentiecode: 525241/596421

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 3 augustus 2023 een Mini Cooper-S uit 2016 voor € 22.445. Kort na aankoop ontstonden motorstoringen, die door de ondernemer werden verholpen. In april 2024 meldde de consument een defecte radiateur, maar liet deze door een derde partij repareren zonder de ondernemer voldoende gelegenheid te bieden tot herstel. De commissie wees daarom de claim voor de reparatiekosten af. Later ontdekte de consument dat de auto eerder een WOK-status had gehad en total loss was verklaard na een schade van ruim € 14.000. De ondernemer had dit verzwegen, terwijl hij hiervan op de hoogte was. Uit onderzoek bleek bovendien dat het schadeherstel slordig was uitgevoerd. De commissie oordeelde dat sprake was van dwaling: de consument zou de auto niet hebben gekocht als hij van het schadeverleden had geweten. De koopovereenkomst werd terecht vernietigd. Vanwege het gebruik van de auto (16.000 km in 1,5 jaar) werd een bedrag van € 2.445 in mindering gebracht op de koopsom. De consument krijgt daarom € 20.000 terug bij teruggave van het voertuig, plus € 127,50 klachtengeld.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft met name de vraag of vernietiging van een koopovereenkomst op basis van dwaling kan plaatsvinden, wanneer na de koop blijkt dat het voertuig eerder total loss werd verklaard.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

“Ik heb op 3 augustus 2023 een Mini Cooper-S uit mei 2016 gekocht bij de ondernemer. De auto had 24.831 km gereden. De koopsom bedroeg € 22.445,–.

Vanaf het begin had ik diverse motorstoringen. Dit heeft wel zo’n zes tot zeven maanden geduurd. In die tijd had ik veel contact met de ondernemer, die deze gebreken wel heeft verholpen. Het heeft de verhoudingen tussen ons wel verslechterd.

In april 2024 bleek de auto een defecte sensor/radiateur te hebben. Ik heb dit begin april 2024 telefonisch gemeld, maar reparatie werd geweigerd. De overeengekomen garantie van zes maanden was toen vervallen maar de motorstoring valt m.i. wel onder de wettelijke garantie van een jaar.

Op 24 april 2024 heb ik van [bedrijf] een offerte ontvangen voor de reparatie van “sensor/radiator”. In april heb ik echter afgezien van reparatie door [bedrijf] nadat ik een gesprek had gehad met de BOVAG. Zij hebben mij erop gewezen dat ik eerst een ingebrekestelling moest sturen en de ondernemer 14 dagen de kans moest geven hierop te reageren. De reparatie door [bedrijf] is op dat moment niet doorgegaan.

Op 26 april 2024 heb ik aangetekend een ingebrekestelling aan de ondernemer verstuurd. Hierin heb ik de ondernemer 14 dagen na dagtekening (26 april 2024) de gelegenheid gegeven dit gebrek te herstellen. Ik heb de ondernemer verzocht om contact met mij op te nemen voor het inplannen van een afspraak. In de brief heb ik ook het volgende aangegeven:

“Geeft u geen gehoor aan mijn verzoek en gaat u aldus niet binnen 14 dagen na heden over tot
kosteloos herstel en/of het toesturen van de onderhoudsboekjes dan zal ik de koopovereenkomst ontbinden, een schadevergoeding eisen of het gebrek laten herstellen en de kosten van herstel op u verhalen.”

Ik ontving de reactie van de ondernemer op de ingebrekestelling op 14 mei 2024.
De ondernemer heeft dus in totaal 17 dagen gewacht met reageren op de ingebrekestelling, dit is ruim na het verlopen van de termijn.

Omdat ik van de ondernemer geen antwoord had ontvangen binnen de termijn heb ik vervolgens geconcludeerd dat deze niet bereid was de auto te repareren, wat ook overeenkomt met wat zij mij hadden medegedeeld tijdens ons laatste telefoongesprek. Daarop heb ik de op 13 mei 2024 gemaakte afspraak met [bedrijf], om op basis van de eerder uitgegeven offerte op 3 juni 3034 de auto te repareren, laten staan. Op deze datum is de auto bij hen ingeleverd en vervolgens gerepareerd.

Na het sluiten van de overeenkomst ben ik er ook achter gekomen dat de Mini Cooper-S in het verleden een ernstige frontale aanrijding heeft gehad met als gevolg een WOK-status van 23-5-2021 tot 11-11-2021. Dit is in het geheel verzwegen tijdens de verkoop waardoor de ondernemer niet volledig is geweest in haar informatieverplichting. Als ik van het schadeverleden van de auto had geweten zou ik de auto nooit hebben gekocht. Het WOK-verleden van de Mini Cooper zal in de toekomst gegarandeerd problemen gaan geven zodra ik de auto zou willen verkopen. Daarom voel ik mij misleid.

Naast non-conformiteit is er dus ook sprake van dwaling, aangezien mijn verwachtingen van de overeenkomst duidelijk verschillen met de daadwerkelijke situatie.

Ik heb het contract vernietigd en eis vergoeding van de reparatiekosten van de radiateur ad € 1.036,49 en terugbetaling van het volledige aankoopbedrag van de auto, d.w.z. € 22.445, ”

Tijdens de zitting heeft de consument aangegeven dat de kilometerstand van het voertuig nu circa 41.000 is. Ook heeft de consument aangevoerd dat hij niet meer op de reactie van de ondernemer op de ingebrekestelling heeft gereageerd. Wegens alle gedoe eerder en het feit dat hij de auto nodig had, besloot hij de afspraak met [bedrijf] te laten doorgaan voor het herstel van de radiator.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft op 3 augustus 2023 de auto aangekocht en stelt de ondernemer op 26 april 2024 door middel van een brief op de hoogte dat de auto een defecte radiateur heeft. Daarnaast maakt hij melding van het ontbreken van onderhoudsboekjes.

Met betrekking tot een defecte radiateur heeft de ondernemer op 10 mei 2024 gereageerd op de hierboven vermelde brief. Hierbij is de consument uitgenodigd om een afspraak te maken om een diagnose te stellen. De consument stelt dat de brief op 14 mei 2024 is ontvangen. 10 mei 2024 valt op een vrijdag en de brief is op dinsdag 14 mei 2024 ontvangen. Dit is verklaarbaar, omdat op maandagen geen post meer wordt bezorgd. In elk geval heeft de ondernemer binnen de gestelde termijn gereageerd. Dat de consument niet de moeite neemt om twee dagen extra te wachten is dan ook voor rekening van de consument. Daarnaast had de vertraagde bezorging van de brief geen enkele consequentie voor de consument, aangezien hij pas op 3 juni 2024 een afspraak bij [bedrijf] had.

Uit de overlegde verklaring van [bedrijf] blijkt dat reeds voor het versturen van de brief aan de ondernemer op 24 april een offerte is gemaakt door [bedrijf] voor het herstellen van het gebrek. De consument heeft er niet voor gekozen om deze offerte aan de ondernemer voor te leggen. Sterker nog, nadat de ondernemer de consument heeft uitgenodigd om een diagnose te stellen heeft de consument zonder enig overleg de radiateur op 2 mei (!) reeds besteld bij [bedrijf]. Hieruit blijkt dat de consument helemaal niet voornemens was de reactie van de ondernemer af te wachten. Immers, in zijn brief vraagt de consument om kosteloos herstel en vraagt om contact op te nemen. Het is dan vreemd om op 2 mei 2024 [bedrijf] een onderdeel te laten bestellen. Ook nadat hij de reactie van de ondernemer heeft ontvangen duurde het ruim een maand dat de radiateur door [bedrijf] is vervangen. In die periode heeft de consument niet gereageerd, heeft het aanbod om een diagnose te stellen niet geaccepteerd en heeft zonder overleg met de ondernemer [bedrijf] opdracht gegeven werkzaamheden te verrichten.

Nadat [bedrijf] door de consument is betaald, wenst hij de kosten op de ondernemer te verhalen. Die vlieger gaat natuurlijk niet op. De consument heeft de ondernemer niet eens de kans gegeven de claim in onderzoek te nemen en ook geen overleg gevoerd over de kosten. Het spreekt voor zich dat dergelijke kosten dan ook voor rekening van de consument dienen te komen.
De klachtomschrijving van de consument is dat de ondernemer weigert een reparatie uit te voeren. Uit het vorenstaande blijkt dat dit geenszins het geval is. De klacht dient dan ook te worden afgewezen. Dat de consument ervoor kiest om een derde een reparatie te laten verrichten komt dan ook voor rekening van hem.

De tweede klacht is dat de consument zou hebben gedwaald, aangezien de auto een ernstig schadeverleden zou hebben. De ondernemer geeft aan dat een WOK-status niet altijd betekent dat de auto een schadeverleden zou hebben gehad. Daarnaast levert een auto, die een WOK-status heeft gehad, geen grond tot ontbinding van de overeenkomst op. De auto voldoet aan hetgeen men mag verwachten. Dergelijke informatie die achteraf door de consument is gevonden, is ook van tevoren opvraagbaar. Dat had de consument kunnen doen nu hij op 8 augustus 2023 het chassisnummer bij de ondernemer had opgevraagd. Informatie over een WOK-status wordt, als deze bekend is, ook altijd met de kopende partij gedeeld. In dit geval hebben wij dat overigens niet gedaan, hoewel wij van de WOK-melding op de hoogte waren. De schade was immers hersteld en de auto was (weer) RDW goedgekeurd.

Het deskundigenrapport

Op verzoek van de Geschillencommissie heeft de heer W.F. Tak van [bedrijf] een deskundigen-bericht uitgebracht. De deskundige rapporteert onder meer het navolgende:

“Storingsgeheugen
Met behulp van onze AutoCOM diagnosetester hebben wij het storingsgeheugen van het voertuig uitgelezen. Hierbij stelden wij vast dat er slechts enkele tijdelijke irrelevante meldingen waren opgeslagen en er geen (harde) storingen in de elektronica waren opgeslagen.
Soms worden opgeslagen meldingen in elektronica onterecht opgemerkt als storingen, dit terwijl een spanningsval tijdens het starten van het voertuig ervoor zorgt dat dergelijke meldingen worden opgeslagen. Er is dan niet direct sprake van gebreken aan een voertuig of storingen welke door de bestuurder worden opgemerkt.
Verdere controle van de voertuigdata leert ons dat er sinds de reparatie aan het voertuig in juni 2024 5.384 kilometers zijn verreden waarbij de motor van het voertuig 92 keer werd gestart en er niet meer is gereden met een brandende motorstoringslamp (MIL) [..]

Carrosserie
Met behulp van onze digitale laag/lakdikte meter hebben wij alle metalen/aluminium carrosserie delen
onderzocht op eerder schade herstel c.q. het overspuiten van delen en een eventuele afwijkende laagdikte.
[..] Aan de hand van de metingen kunnen wij met zekerheid stellen dat er sprake is geweest van eerdere lakbewerkingen en/of schadeherstel aan het voertuig.
Visuele controle van de lak laat zien dat er sprake is van slordig uitgevoerd schadeherstel/spuitwerk aan het rechter voorportier. De lak laat op diverse plaatsen vervormingen en stof in de laklaag zien. Gezien de laagdikte welke aan de voorzijde van het portier is gemeten, kan er worden gesproken van slecht uitgevoerd schadeherstel waarbij er vermoedelijk veel plamuur is opgebracht om de schade te verbergen. Op diverse plaatsen aan de carrosserie troffen wij de volgende bijzonderheden welke in zijn rapport zijn opgesomd en met foto’s zijn toegelicht.
[..] Administratief onderzoek
Uit administratief onderzoek stelden wij aan de hand van het aftersales systeem van Mini vast dat er geen sprake is van openstaande serviceacties of bijzonderheden. Uit de historie van het voertuig blijkt geen schade evenement.
Wij hebben vervolgens een Schade Verleden Pas aangevraagd waarbij er een schaderegistratie is van 23 april 2021 met een totaalbedrag van € 14.130,96. Het voertuig had op dat moment 25.00 kilometers gereden. Het schaderapport zelf is niet inzichtelijk, wel werd het voertuig destijds total loss verklaard en werd er een WOK-melding afgegeven.
[..] Gezien het schadebedrag en onze bevindingen kan worden gesteld dat het voertuig eerder forse schade heeft ondervonden en total loss is verklaard, waarna het voertuig werd hersteld middels het toepassen van gebruikte onderdelen. Aangezien wij op de onderzoek locatie niet over een meet/richtbank beschikken, hebben wij geen verdere metingen aan het voertuig kunnen uitvoeren om afmetingen van de carrosserie te controleren of eventuele afwijkingen te constateren.”

De deskundige acht herstel van de auto mogelijk maar kan nog geen uitspraak doen over de hoogte van de kosten.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De klacht met betrekking tot het niet vergoeden van de kosten voor de vervanging van de radiator wijst de commissie af. Nog daargelaten of een dergelijk defect onder de wettelijke garantie valt (er kan ook sprake zijn van slijtageschade), geldt dat de consument de ondernemer onvoldoende kans heeft gegeven de klacht te beoordelen en eventueel op te lossen. Zelfs als de ondernemer te laat op de ingebrekestelling zou hebben gereageerd, geldt dat de consument voorafgaand aan de afspraak met [bedrijf] de ondernemer nog die kans had kunnen bieden of eventueel de afspraak met [bedrijf] had kunnen uitstellen, zoals hij eerder had gedaan. De ondernemer verdiende die kans, omdat hij immers niet gesteld heeft dat hij de consument niet zou helpen en dat kennelijk bij eerdere gebreken ook had gedaan.

Het tweede onderdeel van de klacht is echter wel gegrond.

Zoals de ondernemer heeft erkend, wist deze ten tijde van de koop dat het voertuig een WOK-status heeft gehad. Een WOK-status houdt in het algemeen in dat er iets ernstigs met de auto aan de hand is (geweest), bijvoorbeeld dat deze betrokken was bij een ongeval of een aanrijding. In dit geval was dat zeker het geval, gelet op de bevindingen van de deskundige.
De consument geeft aan dat hij het koopcontract heeft vernietigd wegens dwaling. De ondernemer heeft dit ook zo begrepen, gezien zijn reactie.

Het beroep van de consument op dwaling (artikel 6:228 BW) is terecht. De consument heeft toegelicht waarom hij de auto niet zou hebben gekocht als hij van het schadeverleden van de auto op de hoogte was gesteld. De commissie neemt aan dat de consument de auto dan ook niet, of niet op deze voorwaarden, had gekocht als hij van de eerdere WOK-status op de hoogte was geweest. Bovendien heeft de ondernemer verzuimd de consument hierover in te lichten, terwijl zij hier wel weet van had (artikel 6:228 BW, lid 1b). Dit gegeven, als ook het feit dat de deskundige zich zeer kritisch heeft uitgelaten over de wijze waarop de schade is hersteld, maakt dat er met het voertuig duidelijk ‘iets aan de hand was’. De ondernemer heeft in de verkoopadvertentie vermeld dat de auto “in nieuwstaat” verkeerde, maar dat was dus ten onrechte. Deze omstandigheden rechtvaardigen het beroep op dwaling, met als gevolg de vernietiging van de koopovereenkomst.

De consument dient als gevolg van de vernietiging de koopsom terug te krijgen. Hierop moet echter in mindering worden gebracht het ‘voordeel’ dat de consument van het voertuig heeft genoten. Ondanks alle narigheid heeft hij hier immers wel zo’n 1,5 jaar gebruik van gemaakt en heeft hij er ruim 16.000 kilometer mee gereden. De commissie zal dit ‘voordeel’ volgens de maatstaven van redelijkheid en billijkheid vaststellen op € 2.445,–, zodat de consument bij teruggave van het voertuig recht heeft op betaling van € 20.000,–. Tot de vaststelling van de redelijkheid van dit bedrag is de commissie gekomen op basis van de hiervoor genoemde omstandigheden, alsmede de marktwaarde van dit type auto, die over het algemeen goed is, en het feit dat de consument vanaf het moment van de koop geen ongestoord gebruik heeft kunnen maken van het voertuig.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De koopovereenkomst is terecht door de consument vernietigd. Per saldo heeft hij hierdoor recht op terugbetaling van een bedrag van € 20.000,–.

Dit bedrag komt hem toe op het moment dat hij het voertuig voor teruggave in de garage van de ondernemer heeft aangeboden. De betaling dient (kort) voor de overschrijving van het kenteken op naam van de ondernemer te hebben plaatsgevonden. Betaling en overschrijving van het kenteken moet zo snel mogelijk plaatsvinden maar uiterlijk binnen 15 werkdagen vanaf de verzenddatum van het bindend advies.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. W.F.R. Rinzema, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, de heer mr. M. Nieuwenhuijs, leden, op 25 februari 2025

Opslaan als PDF