Vlucht gemist door treinvertraging; de vertraging is niet veroorzaakt was door opzet of bewuste roekeloosheid van de ondernemer; klacht ongegrond.

  • Home >>
  • Openbaar Vervoer >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Openbaar Vervoer    Categorie: Vervoerbewijs    Jaartal: 2017
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 103221

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft schade ten bedrage van € 1.606,61 als gevolg van een door treinvertraging gemiste vlucht naar Reykjavik (tickets voor een vlucht op de volgende dag en hotelkosten in Nederland en IJsland).

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument, kennelijk verwoord namens zijn echtgenote mevrouw [naam van de echtgenote], luidt in hoofdzaak als volgt.

Op vrijdag 5 februari 2016 wilden zijn vrouw en dochter met de Intercity Direct van 07:57 van Breda naar Schiphol reizen om daar om 12:00 met het vliegtuig naar IJsland te vertrekken. Deze trein bleek defect en vertrok niet. De volgende intercity, van 08:27, was 20 minuten vertraagd. 10 minuten na het vertrek om ongeveer 08:45 stond de trein opeens stil. Na een kwartier werd meegedeeld dat de trein niet verder kon. Het duurde anderhalf uur voordat een locomotief de trein terug kon brengen naar Breda, alwaar men om 11:00 uur arriveerde. De consument heeft vrouw en dochter met de auto naar Schiphol gebracht. Bij aankomst kort na 12.00 uur bleek de vlucht, gepland voor vertrek te omstreeks 12.00 uur, al vertrokken. Op 5 februari 2016 was geen andere vlucht naar IJsland meer mogelijk. Men heeft twee tickets moeten boeken voor de volgende dag. De goedkoopste mogelijkheid was € 1.451,90 voor twee tickets. Er was voor € 84,15 een hotel in Reykjavik geboekt voor de eerste, gemiste, nacht die nu moest worden doorgebracht in een hotel bij Schiphol à raison van € 66,56. De totale schade bedraagt daarom € 1.602,61.

[naam van de ondernemer] heeft onvoldoende invulling gegeven aan haar wettelijke zorgplicht. De Intercity Direct biedt een snelle verbinding aan maar deze ochtend waren er twee van dergelijke treinen defect waardoor men ondanks tijdig vertrek uit Breda met een ingecalculeerde vertraging van anderhalf uur de vlucht heeft gemist.

De ondernemer dient zich niet achter algemene voorwaarden te verschuilen, maar is moreel verplicht individuele gevallen nader te beoordelen. De Intercity Direct Breda-Rotterdam-Amsterdam is blijkens diverse onderzoeken en publicaties een probleemtrein. De ondernemer dient daarvan de consequenties te dragen.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Volgens art. 8:108 BW is zij niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door, kort gezegd, vertraging dan wel door afwijking van de dienstregeling. Zij heeft de inhoud van dit wetsartikel overgenomen in art. 8.2 van haar Algemene Voorwaarden voor het vervoer van Reizigers en Handbagage (AVR-NS). Ingevolge deze voorwaarden kan de ondernemer geen beroep doen op beperking van haar aansprakelijkheid in geval van opzet of bewuste roekeloosheid van de ondernemer, of wanneer deze heeft toegezegd bepaalde kosten te vergoeden. Hiervan is in het onderhavige geval geen sprake.

De trein van 07:57 is opgeheven wegens technische problemen aan de remmen. De trein van 08:27 is om 09:03 gestrand bij Zevenbergsche Hoek vanwege problemen in de stroomvoorziening. Om 09.18 is een hulplocomotief besteld die om 10:02 ter plaatse kwam en de trein om 10.33 naar Breda heeft teruggesleept. Met deze maatregelen heeft de ondernemer adequaat gereageerd maar niet kunnen verhinderen dat de consument te laat op Schiphol arriveerde.

Vervangend vervoer was geen optie gezien de plaats waar de trein van 08:27 strandde (“in het weiland”).

In geval van vertraging kan de reiziger een beroep doen op gehele of gedeeltelijke restitutie van het treinkaartje. In casu is in dit verband € 22,40 aan de consument betaald.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De ondernemer doet ter afwering van een vordering tot gevolgschade terecht een beroep op de eerdergenoemde wettelijke bepaling en de daarvan afgeleide AVR-NS. De rechtvaardiging van de aansprakelijkheidsuitsluiting moet daarin worden gevonden, dat, kort gezegd, anders de exploitatie van het openbaar treinvervoer onmogelijk zou worden.

Met betrekking tot de onderhavige vertraging kunnen geen feiten of omstandigheden worden vastgesteld die ten gunste van de consument moeten leiden tot doorbreking van de aansprakelijkheidsbeperking waarop de ondernemer zich op grond van wet en haar algemene voorwaarden beroept. Uit het feitenrelaas van partijen blijkt immers dat geen sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid van de ondernemer, maar veeleer van (dubbele) pech. Evenmin heeft de ondernemer toegezegd bepaalde kosten als gevolg van de vertraging te vergoeden, afgezien van toepassing van de eerder bedoelde restitutieregeling.

Al met al was het was ongetwijfeld een tegenslag dat de consument een vakantiedag heeft moeten missen, maar er is de ondernemer geen verwijt te maken dat moet leiden tot het doorbreken van de uitsluiting van diens aansprakelijkheid.

Beslissing

De klacht is ongegrond.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer op 9 augustus 2016.