Volgens consument heeft de bus niet gereden volgens dienstregeling

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Openbaar Vervoer    Categorie: Schadevergoeding    Jaartal: 2020
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 23114/31354

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

De consument klaagt dat de bus niet op het aangegeven tijdstip is verschenen aan de bushalte. De consument kon wel met de bus op later tijdstip reizen. De consument heeft hierover een klacht ingediend. De consument wil schadevergoeding voor de vertraging en de onbehoorlijke klachtenafhandeling. De ondernemer stelt dat de bus met 1 minuut vertraging wel heeft gereden. Daarnaast vindt hij dat er geen sprake is van onbehoorlijke klachtenafhandeling. De commissie oordeelt dat de consument zich in de klachtbrief en het vragenformulier van de commissie wellicht heeft vergist over de tijdstippen, aangezien er verschillende tijdstippen worden genoemd. Daarnaast oordeelt de commissie dat vertragingsschade is uitgesloten op grond van de algemene voorwaarden en dat er ook geen sprake is van onbehoorlijke klachtenafhandeling omdat de ondernemer passend geantwoord heeft op de klachtbrief. De klacht is ongegrond.

Volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft een bus, die al dan niet volgens de dienstregeling gereden heeft, alsmede de wijze van klachtafhandeling.

Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt, kort samengevat en voor zover relevant, als volgt.

Op 21 januari 2020 wenste de consument te reizen met bus 79 van de ondernemer die om 15.23 uur zou vertrekken van de halte [station A naar station B] via [station]. Deze bus is niet aan de halte verschenen.

De consument kon wel reizen met bus 79 op dezelfde buslijn, die van de halte vertrok om 15.45 uur.

Bij de beantwoording van de klacht deelde de ondernemer mee de melding te hebben doorgestuurd naar de collega’s “in uw regio”.
De consument woont echter niet in de [bepaalde regio].

De ondernemer stuurde ook geen tachograafschijf mee waaruit de gereden rit zou blijken.

De consument wil een schadevergoeding voor de vertraging en schadevergoeding voor de onbehoorlijke klachtafhandeling.

Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt, kort samengevat en voor zover relevant, als volgt.

Uit Omnibus, waarin alle busbewegingen worden bijgehouden, blijkt dat bus 79 op 21 januari 2020 om 14.23 uur, weliswaar met een vertraging van een minuut, gewoon heeft gereden.

Met “in uw regio “ wordt bedoeld de regio waarin gereisd is. Van onbehoorlijke klachtenafhandeling is geen sprake.

Beoordeling van het geschil
De consument heeft een vragenformulier geschillencommissie ingevuld, hetwelk door de commissie is ontvangen op 4 februari 2020.
Daarin verhaalt de consument over de bus van 14.23 uur die niet aan de halte verschenen is, waardoor hij pas met de bus van 14.53 uur kon vertrekken.

Op 17 februari 2020 is door de commissie ontvangen een vragenformulier geschillencommissie Openbaar Vervoer waarin de consument nog eens relaas doet, maar dan met de tijden van respectievelijk 15.23 uur en 15.53 uur.

De in het geding gebrachte uitdraai van de gebruikte OV-chipkaart vermeldt een inchecktijdstip van 15.45 uur, zodat de commissie uit gaat van de vertrektijd van 15.53 en als gevolg daarvan van een dienstregelingtijd van de niet-verschenen bus van 15.23 uur.

In zijn klachtenbrief aan de ondernemer, gedateerd 26 januari 2020 staan de tijdstippen 14.23 uur en 14.53 uur vermeld.

De ondernemer heeft onderzoek gedaan naar de bewegingen van bus 79 op het door de consument aangegeven tijdstip en heeft waarschijnlijk juist geconcludeerd dat de bus met een vertrektijd van 14.23 uur gewoon gereden heeft.

Wellicht heeft de consument zich in zijn klachtenbrief en in het vragenformulier geschillencommissie vergist met betrekking tot het tijdstip van de no-show, maar dat kan de ondernemer niet worden tegengeworpen in deze stand van het geding.

Voorts is vertragingsschade uitgesloten op grond van artikel 7.11 Voorwaarden Stad- en Streekvervoer.

Tenslotte is de commissie van oordeel dat er geen sprake is van een onbehoorlijke klachtenafhandeling. De ondernemer heeft adequaat geantwoord op de klachtenbrief en ook behoorlijk verweer gevoerd.
Dat betekent dat de klacht ongegrond moet worden verklaard.

Beslissing
De commissie beslist als volgt.

Verklaart de klacht ongegrond.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Openbaar Vervoer, bestaande uit mr. B. Hagendoorn, voorzitter, mr. D. van Setten en drs. P.C. Hoogeveen – De Klerk, leden, op 22 juli 2020.