Voorbereidingswerkzaamheden voorafgaand aan het eerste gesprek mogen in rekening worden gebracht ook al wordt het gehanteerde uurtarief eerst bij het intakegesprek bekend gemaakt.

  • Home >>
  • Advocatuur >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Advocatuur    Categorie: Opdracht    Jaartal: 2014
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: ADV05-0077

De uitspraak:

1. Bevoegdheid arbiters en plaats van arbitrage   De bevoegdheid van arbiters berust op een overeenkomst tot arbitrage, zoals vervat in het door beide partijen ondertekende intakeformulier waarbij partijen zich voor de beslechting van alle geschillen ontstaan naar aanleiding van de totstandkoming en / of uitvoering van de dienstverlening, inclusief alle declaratiegeschillen, onderwerpen aan arbitrage door de Geschillencommissie Advocatuur (hierna te noemen: de commissie). Aldus is voldaan aan de eis van artikel 1021 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Partijen zijn tevens overeengekomen dat alle geschillen – zoals hiervoor omschreven – zullen worden beslecht overeenkomstig het Reglement Geschillencommissie Advocatuur (hierna te noemen: het Reglement).   De bevoegdheid van ondergetekenden om het geschil tussen partijen als arbiters te beslechten is gezien het vorenstaande gegeven. Zij dienen gelet op het bepaalde in artikel 31 van het Reglement te beslissen als goede mannen naar billijkheid, waarbij zij met in achtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst als maatstaf voor het handelen van de advocaat hanteren dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat.   Als plaats van arbitrage is Zwolle vastgesteld.   2. Verloop van de procedure   Bij brief van 3 mei 2005 heeft eiser een geschil tegen [naam cliënt] h.o.d.n. [naam onderneming] aanhangig gemaakt. [naam eiser] vordert hierbij betaling van de declaratie van 1 februari 2005 ten bedrage van € 1.205,68. Namens de commissie is [naam cliënt] verzocht – onder invulling en retournering van het bij deze brief bijgevoegde vragenformulier – schriftelijk verweer te voeren tegen de vordering [naam eiser]. [naam cliënt] heeft verweer gevoerd tegen de vordering van [naam eiser] en bij deze gelegenheid een schadevergoeding van € 1.000,– gevorderd. Op deze tegenvordering heeft [naam eiser] bij brief van 21 juni 2005 gereageerd. Deze reactie is ter kennisgeving aan [naam cliënt] gestuurd.   2.1 Standpunt eiser in conventie, verweerder in reconventie   [naam advocaat] verbonden aan [naam eiser] (hierna te noemen: de advocaat) heeft [naam cliënt] (hierna te noemen: de cliënt) voor wiens rekening de onderneming [naam onderneming] wordt gedreven, geadviseerd terzake van een huurovereenkomst.   Anders dan de cliënt stelt, is het standpunt van de advocaat dat is afgesproken dat het eerste gesprek met de cliënt gratis zou zijn. Deze kosten zijn dan ook in rekening gebracht. Dit geldt ook voor de kosten die gemaakt zijn in verband met de voorbereiding van de bespreking van 10 januari 2005 en de telefoongesprekken en correspondentie voorafgaand aan deze bespreking. Ook de kosten verbonden aan het bestuderen van de tevoren toegezonden stukken zijn zoals gebruikelijk in rekening gebracht.   Indien de advocaat zoals de cliënt stelt pas na voornoemde bespreking deze werkzaamheden had mogen verrichten – hetgeen de advocaat bestrijdt – dan nog waren de kosten daarvan voor zijn rekening. De cliënt is derhalve niet meer tijd in rekening gebracht dan wanneer de advocaat de stukken pas tijdens de bespreking had ontvangen.   De advocaat verzoekt de commissie de vordering tot schadevergoeding af te wijzen aangezien de externe adviseur haar niet bekend is en bovendien niet duidelijk is waarvoor de cliënt adviezen heeft ingewonnen alsmede welke brieven deze adviseur zou hebben geschreven.   De advocaat vordert betaling van de openstaande declaratie.   2.2 Standpunt verweerder in conventie, eiser in reconventie   De advocaat heeft zonder dat daarover afspraken zijn gemaakt werkzaamheden gedeclareerd; het betreft de uren voorafgaand aan de eerste afspraak en het intakegesprek zelf.   Tijdens de eerste bespreking van 10 januari 2005 heeft de advocaat pas haar uurtarief aangegeven. Dit tarief zou gelden voor de door haar in de toekomst te verrichten werkzaamheden. De overige uren zijn zonder opdracht gemaakt.   Indien de advocaat van tevoren kenbaar zou hebben gemaakt dat zij deze werkzaamheden zou declareren en tegen welk tarief dan was de cliënt niet tot een intake gekomen omdat dan een onbekend aantal uren opgevoerd zou kunnen worden.   De cliënt wenst alleen datgene te betalen waarover een afspraak is gemaakt t.w. een bedrag van € 251,82 en verzoekt de commissie bovendien een schadevergoeding ten laste van de advocaat op te leggen van € 1.000,– terzake van de uren die de extern adviseur heeft gemaakt voor adviezen en brieven.   2.3 Behandeling   Op 1 september 2005 heeft te Zwolle de mondelinge behandeling plaatsgevonden ten overstaan van arbiters, bijgestaan door [naam secretaris], fungerend als secretaris. Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen. De cliënt heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid zijn standpunt nader toe te lichten. De cliënt was vergezeld van [naam extern adviseur], extern adviseur. De advocaat is niet verschenen.    3. Beoordeling van het geschil in conventie en reconventie   Naar aanleiding van het over en weer gestelde overweegt de commissie als volgt.   Het is de commissie op geen enkele manier gebleken dat partijen hebben afgesproken dat het intakegesprek niet in rekening zou worden gebracht. Gelet op het feit dat de advocaat onweersproken heeft gesteld dat het kantoor geen gratis intakegesprek kent, had de van de gebruikelijke gang van zaken afwijkende afspraak schriftelijk vastgelegd moeten worden. De commissie stelt vast dat in het intakeformulier, waarin ondermeer de financiële afspraken zijn vastgelegd, noch in de overige overlegde stukken iets over een dergelijke afspraak is vermeld, zodat het ervoor moet worden gehouden dat een dergelijke afspraak niet is gemaakt.    De commissie stelt voorts vast dat het binnen de advocatuur niet ongebruikelijk is dat voorafgaand aan en ter voorbereiding van het eerste gesprek werkzaamheden worden verricht, zoals telefonisch overleg en bestudering stukken. De commissie vermag niet inzien dat de cliënt in redelijkheid heeft kunnen veronderstellen dat hij voorafgaand aan een bespreking met de advocaat vrijblijvend stukken kan opsturen die bestudeerd moeten worden zonder dat hij de daarmee gepaard gaande werkzaamheden behoeft te betalen. Dit klemt temeer nu aan deze werkzaamheden een gevolg is gegeven te weten door het opstellen en toezenden van een (schriftelijk) advies aan de cliënt. De commissie is van oordeel dat daarmee alle werkzaamheden ten goede zijn gekomen aan de cliënt. Het verweer van de cliënt dat de betwiste werkzaamheden zonder opdracht zijn verricht, snijdt mede gelet op het voorgaande geen hout.   Het enkele feit dat het door de advocaat gehanteerde uurtarief eerst bij het intakegesprek bekend is gemaakt, doet evenmin aan het voorgaande af. De commissie stelt in dit verband vast dat het uurtarief haar niet ongebruikelijk voorkomt, terwijl de declaratie, welke de commissie ook voldoende gespecificeerd acht, evenmin onredelijk hoog of onredelijk voorkomt. Dit brengt met zich mee dat de vordering in conventie kan worden toegewezen.   Gelet op het vorenstaande komt de commissie tot het oordeel dat de advocaat heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwame en redelijk handelende advocaat mag worden verwacht en de klachten van de cliënt ongegrond moeten worden verklaard. Dit brengt met zich mee dat de vorderingen in reconventie worden afgewezen.   De commissie zal de cliënt als de in het ongelijk gestelde partij veroordelen in de kosten van deze arbitrage, die worden vastgesteld op € 89,25. Gelet op de beslissing wordt de advocaat geacht de arbitragekosten bij wijze van voorschotbetaling mede namens de cliënt te hebben voldaan. De commissie bepaalt voorts dat het bedrag dat de advocaat terzake de arbitragekosten heeft voldaan in zijn geheel komt te vervallen aan de commissie en veroordeelt de cliënt tot betaling van deze kosten.   4. Beslissing   De commissie:   In conventie:   veroordeelt [naam cliënt] binnen één maand na verzenddatum van dit vonnis aan [naam eiser] te betalen een bedrag van € 1.205,68.   In reconventie:   wijst de vorderingen van [naam cliënt] af.   In conventie en reconventie:   veroordeelt [naam cliënt] in de kosten van deze arbitrage, welke worden vastgesteld op € 89,25;   wijst het meer of anders gevorderde af.    Deze uitspraak is aldus gewezen te Utrecht op 27 oktober 2005.