Waarborgsom mag als er twijfel bestaat of contractant aan zijn verplichtingen kan voldoen

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Telecommunicatiediensten    Categorie: Betaling    Jaartal: 2015
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: TEL00-0193

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Onderwerp van het geschil is de wens van de consument een aansluiting te krijgen op het vaste net van [de ondernemer], zonder dat zij daarvoor een waarborgsom van ƒ 750,– moet betalen en het vernietigen van gegevens dat zij destijds een schuld via een incassokantoor heeft betaald.   Standpunt van de consument   Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak.   Al 6 jaar heb ik geen telefoonaansluiting op het vaste net. Dolgraag zou ik weer gebruik willen maken van de diensten van [de ondernemer] maar helaas kan dat niet want [de ondernemer] eist nog steeds ƒ 750,– borg terwijl ik geen schuld heb bij [de ondernemer] noch bij andere telefoonbedrijven. Ik moet altijd naar een telefooncel. Omdat ik suikerpatiënt ben heb ik telefoon thuis nodig. Ik kan bij [een andere provider] een aanvraag indienen maar [de ondernemer] heeft gezegd dat zij mijn bestanddelen koppelen ook al is het 6 jaar geleden. Zo kan ieder ander bedrijf zien dat ik in het verleden een schuld had en dat [de ondernemer] van mij ƒ 750,– borg eist voor opnieuw aansluiten. Dit kan tot gevolg hebben dat [de andere provider] voor mij geen aansluiting realiseert. Mijn vraag is mag en kan dat? Is het niet verjaard? Moet [de ondernemer] mij niet uit zijn bestand halen. Ik weet dat ik een grote fout heb gemaakt maar 6 jaar heb ik ervoor geboet en geleerd. Iedereen maakt weleens een fout of gaat de fout in. Mijn vraag aan u is: Kunt u dit onderzoeken? Waarom krijg ik geen tweede kans van [de ondernemer]? Want het liefst wil ik een aansluiting van [de ondernemer]. Ik hou niet van een mobiele telefoon.   Standpunt van de ondernemer   Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak.   Uit de toelichting van [de consument] op vraag 8 van het vragenformulier heeft [de ondernemer] afgeleid dat zij bij [een andere provider] een aanvraag voor een telefoonaansluiting heeft ingediend omdat [de ondernemer] haar die zou hebben geweigerd. Omdat mevrouw het geschil tegen [de ondernemer] aanhangig heeft gemaakt, heeft [deze] uit de brief van 14 februari 2000 afgeleid dat zij weer een aansluiting wenste op het telefoonnet. Kennelijk heeft zich in het verleden over die vermeende weigering een misverstand voorgedaan. Daarom heeft [de ondernemer] in haar brief van 26 april 2000 [de consument] aangeboden haar kosteloos weer aan te sluiten op het vaste telefoonnet van [de ondernemer]. De klacht kon daarmee op pragmatische wijze worden afgewikkeld. Het verbaasde [de ondernemer] dan ook dat zij met haar brief van 29 mei jongstleden te kennen gaf het voorstel niet acceptabel te vinden.   Uit het vervolg van haar brief van 29 mei jongstleden maak ik op dat [de consument] er de voorkeur aan geeft een aansluiting op het net van [de andere provider] te krijgen en dat zij van mening is dat [de andere provider] haar die geweigerd heeft op grond van een oude schuld aan [de ondernemer]. Dat is echter niet het geval. Hoewel [de ondernemer] in artikel 21.13 van haar Algemene voorwaarden voor de vaste telefoondienst een bepaling heeft opgenomen die in beginsel de mogelijkheid biedt een ‘zware lijst’ aan te leggen, welke bepaling tot stand is gekomen in overleg met de Consumentenbond, betreft het hier nog slechts een beginselbepaling. In de praktijk bestaat voor het vaste telefoonnet een dergelijke lijst niet. [De andere provider] heeft dan ook geen inzage in de debiteurengegevens van [de ondernemer]. Als [de andere provider] al een reden heeft [de consument] Pengel een aansluiting te weigeren, is die reden [de ondernemer] niet bekend. [De ondernemer] is in dat geval van mening dat het geschil niet tegen [haar] gericht kan zijn.   Ingevolge artikel 17.1 van genoemde Algemene voorwaarden is [de ondernemer] gerechtigd van een contractant, of aan een aanvrager van een aansluiting, een waarborgsom te verlangen indien op grond van feiten of omstandigheden in redelijkheid twijfel kan bestaan of de contractant dan wel aanvrager aan zijn betalingsverplichtingen zal voldoen. [De ondernemer] is van mening dat van een dergelijke situatie sprake kan zijn als een vordering op een contractant ter incasso is overgedragen aan een incassobureau, ook al is op het moment van aanvraag de vordering feitelijk voldaan. Blijkens een brief van 6 februari 1997 heeft een dergelijke situatie zich in het verleden voorgedaan. Aangezien [de ondernemer] [de consument] echter bij herhaling heeft toegelicht dat er geen sprake is van een openstaande schuld noch van een beletsel voor het aanvragen van een nieuwe aansluiting, acht [de ondernemer] een klacht daaromtrent thans niet meer redelijk; te meer daar [de consument] ook contact had kunnen opnemen met de medewerkers van [de ondernemer] die in de brieven met name werden genoemd.   Ter informatie doe ik u hierbij de brieven toekomen die [de ondernemer] [de consument] heeft gestuurd. Na de brief van 2 juli 1999 heeft [een medewerker] [de consument] op 5 juli 1999 nogmaals verzekerd dat er wat [de ondernemer] betreft geen beletsel meer was voor een nieuwe aansluiting. Vervolgens is dat in de brief van 6 oktober 1999 nogmaals bevestigd, waarbij ook de mogelijkheid is geboden een en ander persoonlijk te bespreken. Tenslotte had ook het voorstel in de brief van 26 april 2000 aanleiding kunnen zijn de kennelijk nog bestaande klacht op eenvoudige wijze op te lossen.   Gelet op het voorgaande ziet [de ondernemer] niet in waarom [de consument] in haar brief van 29 mei jongstleden de eerdere punten nogmaals aansnijdt. Tenslotte merkt [de consument] op dat zij geen bedrag in depot heeft gestort. Daarvoor was inderdaad geen aanleiding.   Al met al is [de ondernemer] van mening dat voorzover de klacht betrekking heeft op het weigeren door [een andere provider] van een aansluiting, [de consument] thans niet ontvankelijk moet verklaard in haar klacht, daar die niet tegen [de ondernemer] gericht moet zijn. Voor wat betreft de overige onderdelen van haar klacht is [de ondernemer] van mening dat [de consument] bij herhaling is toegelicht dat er geen belemmering meer was voor een aansluiting, waarbij ook steeds de mogelijkheid is geboden daarover contact op te nemen met [medewerkers van de ondernemer]; zij hebben dat nadrukkelijk aangeboden. [De ondernemer] meent dan ook dat thans de klacht van [de consument] overigens ongegrond dient te worden verklaard.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De consument heeft de klacht ingediend bij de commissie op 9 maart 2000. Reeds bij brief van 6 oktober 1999 heeft de ondernemer aan de consument doen weten dat zij een telefoonaansluiting bij de ondernemer kon krijgen, zonder dat van haar een waarborgsom werd gevraagd. Na het indienen van de klacht heeft de ondernemer dit aanbod herhaald en daaraan toegevoegd, dat de aansluiting zelfs kosteloos zou worden gerealiseerd.   In zoverre is de klacht ongegrond.   Niet blijkt, dat de ondernemer in het verleden (al dan niet ten onrechte) gegevens over een eventuele schuld van de consument aan haar aan derden heeft verstrekt. De ondernemer is dan ook niet gehouden "de naam van de consument te zuiveren".   Dit onderdeel van de klacht is dan ook ongegrond.   Het vorenstaande leidt er toe, dat de klacht wordt afgewezen.   Ten overvloede overweegt de commissie, dat bij het B(ureau) K(rediet) R(egistratie) te Tiel misschien (ten onrechte nog) ten laste van de consument een schuld is geregistreerd, waarvan zij hinder ondervindt. De commissie wil daarom de consument de suggestie doen, met dat bureau contact op te nemen en om daar eventuele onjuistheden op haar naam te laten verwijderen.   Beslissing   Het door de consument verlangde wordt afgewezen.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Telecommunicatie op 13 november 2000.