Commissie: Water
Categorie: Meterstanden
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: deels gegrond
Referentiecode:
846891/938368
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Een consument klaagde over de kosten die hij jarenlang aan de ondernemer betaalde voor waterverbruik, terwijl er geen officiële watermeters aanwezig waren en hij daardoor dubbele abonnementskosten moest betalen. De commissie oordeelde dat de ondernemer bij gebreke van watermeters wel een abonnementstarief per object mag rekenen, maar dat de consument niet zomaar als contractant kan worden aangemerkt enkel omdat hij eigenaar is. Ook mag de ondernemer het incassorisico van een huurder niet op de consument afwentelen. Daarom moet de ondernemer de onterecht betaalde bedragen aan de consument terugbetalen en daarnaast € 27,50 klachtengeld vergoeden. De klacht is gedeeltelijk gegrond verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil betreft de door de ondernemer in rekening gebrachte kosten voor het verbruik van water.
De consument heeft op 19 juli 2024 de klacht bij de ondernemer ingediend.
Beoordeling
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft in zijn woning aan [adres] een oude watermeter waarvoor hij de kosten aan de ondernemer betaalt. Nu blijkt dat de watermeter niet van de ondernemer is, terwijl de consument al jarenlang dubbele kosten aan de ondernemer betaalt. Ook blijkt dat de consument niet wordt aangeslagen voor het daadwerkelijke verbruik van water, maar dat sprake is van een abonnement met een vaste prijs. Daarmee is de consument het niet eens. Hij is niet bereid om via Mijnaansluitingen een watermeter aan te schaffen. Dat kost minstens € 2.500,–.
Van aanvang af aan is betaald voor twee abonnementen, alsof er twee aparte watermeters aanwezig zijn. Toen de woning op de eerste etage leeg stond werd zelfs een derde abonnement in rekening gebracht, Dit omdat de consument de eigenaar is.
In de winkelruimte bevindt zich geen watermeter. De consument dacht steeds dat het water vanaf de woning en via een tussenmeter naar de winkel op de begane grond werd geleid.
Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.
In de winkelruimte bevindt zich geen watermeters. De huurders van de bovenwoning willen weten wat hun verbruik is en daarvoor betalen en niet een vast bedrag voor een onbepaald verbruik.
De consument ontvangt jaarlijks twee WOZ-beschikkingen. Voor de winkel en de bovenwoning. De heer Altinok huurde de bovenwoning. Het verbruik is gering, nog geen 10 m3 per jaar en toch moet er elke maand € 20,– per abonnement worden betaald aan de ondernemer.
Momenteel is er weer een nieuwe huurder.
De huurder van de winkel betaalt rechtstreeks aan de ondernemer. Het lijkt technisch niet mogelijk om in de winkel een watermeter te plaatsen.
De consument is wel bereid om mee te werken aan een onderzoek naar de mogelijkheden om een watermeter te plaatsen, eventueel met een tussenmeter naar de winkel.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument is eigenaar van het betreffende pad. Op de begane grond is sprake van een winkelruimte, die al jarenlang is verhuurd aan een bedrijf dat ook de contractant is van de ondernemer. De bovenwoning wordt apart verhuurd en heeft een eigen huisnummer. De winkelruimte en de woning beschikken niet over een watermeter van de ondernemer. De verbruikskosten worden op basis van een abonnementstarief in rekening gebracht.
Vanaf 1 maart 2022 was de bovenwoning verhuurd aan de heer [naam]. Deze persoon was de contractant van de ondernemer. Vanaf medio maart 2023 worden de facturen niet meer door de huurder voldaan. Het ingezette incassotraject blijft zonder resultaat. Uiteindelijk blijkt dat de huurder is vertrokken en dat de woning leeg staat.
Hierna wordt de consument als de contractant van de ondernemer aangemerkt. De consument begrijpt dat maar stelt dat er al voor de winkel wordt betaald. De aanwezige watermeters zijn niet van de ondernemer. Ook is de wijze van plaatsing niet in overeenstemming met de eisen die de ondernemer daarvoor stelt.
Er is sprake van twee objecten en dus moet er ook voor beide objecten worden betaald.
Per 1 september 2024 is de woning weer verhuurd en is er een andere contractant geregistreerd.
De consument heeft alleen betaald voor de bovenwoning.
Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende aangevoerd.
In de meeste gevallen is sprake van bewoning en kan de bewoner worden aangesproken voor het verbruik. In het verzorgingsgebied van de ondernemer hebben nog ongeveer 2000 woningen een onbemeterd verbruik. De ondernemer weet niet of er watermeters kunnen worden geplaatst. Het abonnement is gebaseerd op een gemiddeld verbruik en een bedrag voor vastrecht. Per periode zonder verhuur ontvangt de consument een eindafrekening. De consument heeft alles betaald.
De ondernemer is bereid om met de consument te overleggen over de mogelijkheden van watermeters.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In dit geschil klaagt de consument over de hem betaalde kosten voor het verbruik van water.
De ondernemer voert gemotiveerd verweer.
De commissie is van oordeel dat nu sprake is van twee afzonderlijke objecten het de ondernemer vrijstaat om bij gebreke van watermeters een abonnementstarief per eenheid in rekening te brengen.
Als de consument aan deze situatie een eind wil maken dient hij te overleggen met de ondernemer over de mogelijkheden en kosten van het plaatsen van watermeters. De bestaande situatie is de ondernemer immers niet aan te rekenen, maar door de consument bij de aankoop van de woning geaccepteerd.
Een andere kwestie is de vraag of de consument die zich niet heeft aangemeld als verbruiker als contractant kan worden aangemerkt. De commissie is van oordeel dat de enkele omstandigheid dat de consument de eigenaar is onvoldoende is om hem ongewild als contractant aan te merken.
Ook kan niet worden aanvaard dat de consument wordt aangesproken voor een betalingsverplichting van de huurder/contractant van de ondernemer, die aldus zijn (eigen) incassorisico op de consument legt, waarmee geen contractuele relatie bestaat.
De ondernemer dient de aldus bij de consument in rekening gebrachte bedragen, die door de consument zonder wettelijke grondslag zijn voldaan, als zijnde onverschuldigd betaald, aan de consument te vergoeden.
Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument gedeeltelijk gegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer maakt een berekening van de onverschuldigd door de consument betaalde bedragen en betaalt het saldo terug aan de consument, in de periode dat de oude huurder reeds vertrokken is en de nieuwe huurder is gestart met waterverbruik, wat onterecht op de consument is afgewenteld. Een en ander dient binnen 4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies plaats te vinden.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 27,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer mr. E.F. Verduin, mevrouw mr. A. Zwart-Hink, leden, op 27 maart 2025.