Wijze van doorberekenen kosten voor warme maaltijden is aanleiding voor geschil

De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Kinderopvang    Categorie: Kosten    Jaartal: 2019
Soort uitspraak: bindend advies   Uitkomst: Ongegrond   Referentiecode: 123310

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over

Toen de dochter van consument voor het eerst naar de opvang ging zat de warme maaltijd in het uurtarief en hoefde daarvoor niet apart te worden betaald. Vervolgens geeft de ondernemer aan nieuwe contracten te hebben opgesteld waarin de kosten en voorwaarden voor het afnemen van warme maaltijden duidelijker zijn geformuleerd. De commissie oordeelt dat hier geen sprake is van een eenzijdige contractwijziging, maar dat hier alleen sprake is van een anders omschreven berekenwijze en naar het oordeel is dit billijk. Wil de consument zich niet langer aan het contract van de ondernemer houden, dan kan hij deze zonder opzegtermijn beëindigen.

Volledige uitspraak

In het geschil tussen
[Consument], wonende te [woonplaats] en Partou B.V., gevestigd te Vianen Vestiging Flipjesstraat Almere (verder te noemen: de ondernemer) 

Behandeling van het geschil
Partijen zijn overeengekomen dit geschil bij bindend advies door de Geschillencommissie Kinderopvang (verder te noemen: de commissie) te laten beslechten. 

De commissie heeft kennis genomen van de overgelegde stukken.

Het geschil is ter zitting behandeld op 5 juli 2019 te Amsterdam.

Partijen zijn tijdig en behoorlijk opgeroepen ter zitting te verschijnen.

Partijen hebben ter zitting hun standpunt toegelicht. De consument was ter zitting aanwezig samen met zijn echtgenote. De ondernemer werd ter zitting vertegenwoordigd door [naam], juridisch adviseur en [naam], manager Klantenservice. 

Onderwerp van het geschil 
Het geschil ziet op de wijze van berekening van de kosten voor het afnemen van warme maaltijden. 

Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken, in het bijzonder naar de klacht met bijlagen die op 28 februari 2019 is ontvangen. In de kern komt dit standpunt op het volgende neer. 

De vergoeding voor de warme maaltijd staat aangegeven als betaling per maaltijd. Uiteindelijk wordt hier een gemiddelde van genomen, waardoor per maaltijd meer wordt betaald dan de aangegeven € 2,50 per maaltijd.  

De ondernemer heeft de contracten eenzijdig en dusdanig aangepast waardoor nu op verplichte feestdagen, waarop geen opvang plaatsvindt, moet worden betaald voor een maaltijd die niet wordt afgenomen. In 2016, toen de dochter van de consument voor het eerst naar de opvang ging, zat de warme maaltijd nog in het uurtarief en hoefde hiervoor niet apart betaald te worden. Ouders maakten er toen geen gebruik van, omdat het kind nog te klein was. Op het moment dat zij wel behoefte hadden aan een warme maaltijd voor hun kind, hebben zij een contract voor maaltijden van de  ondernemer getekend.

Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer wordt verwezen naar de schriftelijke reactie op de klacht d.d. 10 april 2019 en hetgeen ter zitting naar voren is gebracht. Kort samengevat komt het standpunt van de ondernemer op het volgende neer. 

In 2018 heeft de consument aangegeven niet tevreden te zijn over de wijze van doorberekening van de kosten voor de warme maaltijden tijdens vakanties en feestdagen. Ook de oudercommissie van de ondernemer heeft aangegeven dat zij de formulering van de berekening onvoldoende helder vond. Naar aanleiding hiervan heeft de ondernemer een eenmalige financiële correctie voor alle ouders die een contract voor warme maaltijden hadden, toegepast. Ook is een nieuw contract opgesteld voor 2019, waarin de kosten en de voorwaarden voor afname warme maaltijden duidelijker zijn geformuleerd. Ten aanzien van klanten die onder de nieuwe voorwaarden geen gebruik meer wensten te maken van de warme maaltijden in 2019, is coulance betracht door geen opzegtermijn te hanteren. 

De ondernemer stelt dat hij gelet op artikel 7 van de Algemene Voorwaarden mocht overgaan tot wijziging van het contract Warme Maaltijden. Het staat de consument vrij per direct te stoppen met het afnemen van de warme maaltijden. 

Ter zitting heeft de ondernemer zijn standpunt met betrekking tot de wijze van berekening nader toegelicht en heeft op hoofdlijnen het volgende aangevoerd. Het is voor de ondernemer kostentechnisch niet haalbaar om op individueel klantniveau te berekenen welke opvangdagen op een feestdag vallen en voor deze dagen geen warme maaltijd te berekenen. Dit zou handmatig moeten worden ingeregeld. Bovendien veranderen sommige feestdagen ook per jaar van dag, waardoor dergelijk maatwerk niet voor lange termijn geautomatiseerd kan worden. Indien de ondernemer wel op individueel niveau zou gaan vaststellen welke feestdagen al dan niet doorberekend zouden moeten worden per klant per jaar, zouden weliswaar de erkende feestdagen buiten het tarief vallen maar dat zou met zich brengen dat het tarief per maaltijd verhoogd zou moeten worden vanwege onder meer de extra administratieve kosten die dan gemaakt zouden moeten worden. 

Het is juist dat in 2016 de warme maaltijden werden geleverd zonder dat de kosten hiervan in rekening werden gebracht. Echter, deze maaltijden waren geen onderdeel van het uurtarief. Er werd alleen verzuimd om deze bedrijfskosten aan de klant in rekening te brengen. Uiteindelijk is dit verzuim hersteld door een contract met de klanten hiervoor overeen te komen. 

Tot slot wijst de ondernemer erop ten aanzien van de overige contractdagen (niet zijnde feestdagen) zeer ruime ruilvoorwaarden te hanteren voor de warme maaltijden van twee weken voor tot vier maanden na de contractdag. 

Beoordeling van het geschil
De commissie overweegt het volgende.

Ontvankelijkheid

Ten aanzien van de ontvankelijkheid van de consument in zijn klacht bij de commissie, merkt de commissie op dat de consument verzuimd heeft eerst de interne klachtenprocedure bij de ondernemer te doorlopen. De consument zegt niet op de hoogte geweest te zijn van een interne klachtenprocedure. In artikel 20 lid 2 van deze Algemene Voorwaarden van de Brancheorganisatie wordt bepaald dat De Geschillencommissie een geschil slechts in behandeling kan nemen indien de ouder zijn klacht eerst bij de ondernemer heeft ingediend. Aangezien dat in onderhavig geschil niet is gebeurd, kan dit leiden tot niet-ontvankelijkheid van de klacht en terugverwijzing naar de interne klachtenprocedure. 

Artikel 6 van het reglement van de commissie bepaalt – voor zover van belang voor de beantwoording van de ontvankelijkheidsvraag –:
1. De commissie verklaart op verzoek van de ondernemer – gedaan bij eerste gelegenheid – de consument/oudercommissie in zijn klacht niet ontvankelijk:
a. indien hij zijn klacht niet eerst bij de ondernemer heeft ingediend;
b. indien hij zijn geschil vervolgens niet binnen 12 maanden, na de datum waarop hij de klacht bij de ondernemer indiende, bij de commissie aanhangig heeft gemaakt;

Gelet op het feit dat de ondernemer heeft aangegeven omwille van de voortgang van de procedure zich te kunnen vinden in afhandeling van het geschil door de geschillencommissie, zal de commissie aan deze niet-ontvankelijkheid voorbijgaan en het geschil inhoudelijk behandelen. 

Inhoudelijke beoordeling

Op grond van de overgelegde stukken en hetgeen ter zitting onweersproken is gesteld, neemt de commissie het volgende als vaststaand aan.

De dochter van de consument maakt vanaf 2016 gebruik van de kinderopvang van de ondernemer. Toentertijd werden door de ondernemer warme maaltijden verstrekt zonder dat daarvoor apart werd betaald. In 2018 heeft de ondernemer de warme maaltijden als extra product aangeboden aan al haar klanten. Klanten die hiervan gebruik wilden maken, zijn een overeenkomst aangegaan met de ondernemer ten behoeve van de verstrekking van warme maaltijden. Ook de consument heeft een dergelijk contract getekend. In eerste instantie een contract voor een proefperiode van een maand. Vervolgens is op 11 juni 2018 een tweede contract getekend door de ondernemer en de consument voor het gebruik van warme maaltijden voor onbepaalde tijd. 

In zowel het contract voor de proefperiode als het contract voor onbepaalde tijd is de volgende zin opgenomen: De kosten bedragen € 2,50 (inclusief 6% BTW) per maaltijd. De maandprijs is als volgt berekend: € 2,50 x 52 weken: 12 maanden x het aantal dagen gebruik van de warme maaltijd per week.

De ondernemer heeft, onder meer naar aanleiding van een klacht van de consument, middels een e-mail d.d. 18 oktober 2018 aan alle klanten die het contract hebben getekend laten weten dat de gegeven berekening van de kosten in het contract aan duidelijkheid te wensen overlaat en voor tweeërlei uitleg vatbaar is. Daarom heeft de ondernemer alle klanten die gebruik maakten van een maaltijdservice een eenmalige financiële compensatie geboden (over 2018) en de omschrijving van de berekening in een nieuw contract als volgt aangepast: De kosten bedragen € 2,50 (inclusief 6% BTW) per overeengekomen contractdag ‘warme maaltijd’ per week. Dit nieuwe contract, ingaande per 1 januari 2019, is door de consument niet getekend. 

De commissie overweegt dat de door de ondernemer gehanteerde berekenwijze eenzelfde systeem kent als de in de kinderopvang gebruikelijke manier van facturering van kosten voor kinderopvang. 

Bij dit systeem worden de overeengekomen opvangdagen (contractdagen) berekend over 52 (of zoveel minder als overeengekomen) weken, waarbij officiële feestdagen die op contractdagen vallen eveneens worden doorberekend. Gelet hierop acht de commissie het niet onredelijk dat voor de berekening van de kosten voor warme maaltijden hetzelfde systeem gehanteerd wordt. Het is gelet op de administratieve lasten die dit met zich brengt onredelijk van de ondernemer te verlangen dat maatwerk geleverd wordt per klant. 

Wel is de commissie met de consument van mening dat de omschrijving van de berekening in het proefcontract en het contract voor onbepaalde tijd onduidelijk is. De ondernemer heeft hier echter al adequaat op gereageerd door het aanbieden van een eenmalige compensatie en het voorleggen van een nieuw contract met een andere omschrijving. 

Wat betreft het eenzijdig wijzigen van het contract zoals door de consument gesteld, is de commissie  van oordeel dat door het voorleggen aan de klanten van een nieuw contract per 1 januari 2019 geen sprake is van een eenzijdige contractwijziging, aangezien er geen daadwerkelijke verandering wordt doorgevoerd. Slechts de berekenwijze wordt anders omschreven. De gevolgen van het contract zijn exact hetzelfde als het eerdere contract. De tussen de consument en de ondernemer gesloten overeenkomst behoeft derhalve geen aanpassing, nu immers duidelijk was – met name door de e-mail d.d. 18 oktober 2018 aan alle klanten waarin een uitleg wordt gegeven over de berekenwijze – wat de bedoeling van de ondernemer is. De uitleg die de ondernemer geeft aan de bepaling over de berekening van de kosten is niet zodanig dat uitvoering hiervan onredelijk zou zijn. Met andere woorden; de door de ondernemer gehanteerde rekenwijze is, mede gelet op de gehanteerde systematiek van berekening in de kinderopvang, naar het oordeel van de commissie te billijken. 

Mocht de consument zich niet langer aan de door hem met de ondernemer gesloten overeenkomst wensen te houden, dan kan hij deze zonder opzegtermijn beëindigen. 

Ten overvloede geeft de commissie de ondernemer in overweging om voor de berekening van de warme maaltijden een maandsystematiek te hanteren in plaats van een bedrag per maaltijd te noemen. Hiermee kan iedere verdere verwarring over de in rekening te brengen kosten worden voorkomen. 

Gelet op het bovenstaande dient als volgt te worden beslist.

Beslissing
De commissie:

  • verklaart de klacht van de consument ongegrond.

Aldus beslist op 5 juli 2019 door de Geschillencommissie Kinderopvang, bestaande uit mevrouw mr. drs. E.I.P.M. Weijnen, voorzitter, mevrouw mr. S.A.M.F. Sjoukes en mevrouw E.C.  Rosemünd, leden, in aanwezigheid van mevrouw mr. M. Gardenier, secretaris.