Wijziging vluchttijden na ontvangst vluchtbescheiden niet zomaar mogelijk

  • Home >>
  • Reizen >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Reizen    Categorie: Vervoer    Jaartal: 2013
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: REI08-1172

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op of omstreeks 4 februari 2008 met de reisorganisator tot stand gekomen en vervolgens enkele keren aangepaste overeenkomst. De reisorganisator heeft zich daarbij uiteindelijk verplicht tot het leveren van een vliegreis voor vier personen naar Turkije, met verblijf in Hotel Limak Lara te Lara op basis van ultra all inclusive, gedurende de periode van 4 tot en met 18 juli 2008, voor de som van € 4.553,80 (conform de boekingsbevestiging van 12 mei 2008). Op de reissom is een bedrijfskorting toegepast.   Standpunt van klager   Het standpunt van klager luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.   De reis werd eind januari 2008 telefonisch geboekt. In verband met de lichamelijke gesteldheid van de echtgenote van klager was het bij de keuze van de reis van belang dat in ieder geval de heenvlucht in de ochtend zou plaatsvinden. Telefonisch zijn toen vluchttijden doorgegeven en is ook aangegeven dat het niet waarschijnlijk was dat deze tijden nog zouden wijzigen. Op de boekingsbevestigingen gedateerd 7 april en 12 mei 2008 zijn de telefonisch doorgegeven vluchttijden bevestigd. Op 23 juni 2008 heeft klager de reisbescheiden ontvangen, waar onder tickets met de eerder bevestigde vluchttijden. Op 2 juli 2008 ontving klager per email bericht dat de heenvlucht niet om 10.50 uur zou plaatsvinden, maar om 21.30 uur. Klager heeft vervolgens contact gezocht met de reisorganisator met het verzoek om alsnog een ochtendvlucht te regelen. Dit bleek niet mogelijk. Ten gevolge van de gewijzigde vlucht, die nu meer dan 11 uur later plaatsvond, heeft klagers echtgenote nachtrust gemist en daardoor drie dagen ziek op bed gelegen. Ook de medereizigers werden daardoor gedupeerd.   Klager vindt dat de door de reisorganisator aangeboden vergoeding van € 50,– per persoon in geen enkele verhouding staat tot het ondervonden ongemak en de bedorven vakantiedagen, en verzoekt de commissie in redelijkheid en billijkheid een vergoeding vast te stellen.   Standpunt van de reisorganisator   Het standpunt van de reisorganisator luidt samengevat en in hoofdzaak als volgt.   Per email van 1 juli 2008 is klager geïnformeerd over de vluchtwijziging. Klager zou op 4 juli 2008 om 10.50 uur vertrekken met [naam luchtvaartmaatschappij 1] en is omgeboekt naar [naam luchtvaartmaatschappij 2] met vertrek om 21.30 uur. De reden van de vluchtwijziging is dat [luchtvaartmaatschappij 1] de vluchten vanaf Rotterdam heeft gestaakt. Anders dan klager beweert staan op de boekingsbevestiging van 4 februari 2008 geen vluchttijden vermeld. Voorts is op de boekingsbevestigingen vermeld dat opgegeven vluchtgegevens onder voorbehoud van wijziging zijn. De EC Verordening 261/2004 (Denied Boarding Compensation) is niet van toepassing. Als compensatie voor de circa 11 uur minder genoten vakantie is per email van 14 augustus 2008 een vergoeding aangeboden van € 200,–. Deze vergoeding is gebaseerd op de prijs van de verblijfskosten (de reissom (zonder korting) verminderd met alle met de vlucht samenhangende kosten) berekend over 1 nacht.   Beoordeling van het geschil   De commissie heeft het volgende overwogen.   De commissie stelt vast dat alle op de boeking betrekking hebbende bevestigingen, voor zover aan de commissie overgelegd, vermelden dat de vluchtgegevens onder voorbehoud van wijzigingen zijn. Klager moest derhalve rekening houden met de mogelijkheid dat voor de afgifte van de tickets nog wijzigingen zouden optreden in de vluchtgegevens. De commissie kan zich voorstellen dat klager een belang had bij een dagvlucht, echter indien klager vanaf het moment van de boeking verzekerd had willen zijn van de vluchttijden had klager een (medische) essentie moeten bedingen in de zin van artikel 2 lid 7 van de ANVR Reisvoorwaarden. Op 23 juni 2008 heeft klager evenwel de vliegtickets ontvangen. Op dat moment stonden de vluchttijden vast zoals vermeld op de tickets en stond het de reisorganisator niet meer vrij om daarvan af te wijken, behalve wanneer zich een situatie zou voordoen waarin handhaving van de tijden in redelijkheid niet kon worden verlangd (artikel 2 lid 8 van de ANVR Reisvoorwaarden). Dat van een dergelijke situatie sprake was, is door de reisorganisator op geen enkele wijze onderbouwd. Nu de reisorganisator de gestelde noodzaak van deze ingrijpende vluchtwijziging kort voor vertrek op geen enkele wijze heeft onderbouwd en klager door deze vluchtwijziging is benadeeld, is de commissie van oordeel dat de reisorganisator klager dient te compenseren voor gederfde vakantietijd.   Voor zover klager zich in zijn vordering baseert op de EG-verordening instapweigering, annulering of langdurige vertraging (EG 261/2004) merkt de commissie op dat de EG-verordening in beginsel slechts gelding heeft in de relatie tussen de reiziger en de vervoerder en dus niet in de relatie tussen de reiziger en de reisorganisator.   Op grond van het voorgaande en alle aan de commissie gebleken feiten en omstandigheden in aanmerking nemende, is de commissie van oordeel dat klager minder heeft ontvangen dan klager redelijkerwijs mocht verwachten. De commissie acht het ongerief van dien omvang dat de reisorganisator klager een hogere vergoeding verschuldigd is dan werd aangeboden. Anders dan de reisorganisator gaat de commissie bij het vaststellen van de hoogte van de vergoeding uit van de volledige door klager betaalde reissom. De commissie stelt derhalve de vergoeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid vast op het hierna te noemen bedrag.   De klacht is gegrond en derhalve wordt als volgt beslist.   Beslissing   De reisorganisator betaalt aan klager een vergoeding van € 315,–. Het reeds aangeboden bedrag is hierin begrepen. Betaling, indien en voor zover nog niet geschied, dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.   Bovendien dient de reisorganisator overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 100,– aan klager te vergoeden ter zake van het klachtengeld.   De commissie wijst het meer of anders verlangde af.   Overeenkomstig het reglement van de commissie is de reisorganisator aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 205,–.   Aldus beslist door de Geschillencommissie Reizen op 26 januari 2009