Wrakingsverzoek afgewezen omdat het te laat en ongegrond is

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Wrakingscommissie    Categorie: Wraking    Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: niet-ontvankelijk   Referentiecode: -

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

In deze zaak vroeg een verzoeker om de hele Geschillencommissie Recreatie te vervangen (te “wraken”), omdat hij vond dat zijn zaak te langzaam werd behandeld. De wrakingscommissie beoordeelde eerst of het verzoek op tijd was. Volgens de regels moet een wrakingsverzoek binnen één week na de zitting worden ingediend. Dat was hier niet gebeurd, waardoor het verzoek automatisch niet‑ontvankelijk was. Dat betekent dat het niet inhoudelijk behandeld kan worden. De wrakingscommissie gaf daarnaast aan dat het verzoek ook ongegrond zou zijn geweest als het wél op tijd was ingediend. De reden die verzoeker gaf – dat de behandeling van zijn zaak lang duurde – zegt namelijk niets over de onpartijdigheid of onafhankelijkheid van de commissieleden. De vertraging kwam doordat de commissie pas later officieel was samengesteld, niet door gedrag van de commissieleden zelf. Daarom zag de wrakingscommissie geen enkele reden om te denken dat de commissie partijdig of onprofessioneel zou zijn. Het wrakingsverzoek is daarom afgewezen.

De volledige uitspraak

in het verzoek van:
[verzoeker],

welk verzoek strekt tot wraking van:
1. […], voorzitter van de Geschillencommissie Recreatie,
2. […], commissielid van de Geschillencommissie Recreatie,
3. […], commissielid van de Geschillencommissie Recreatie.

Het wrakingsverzoek 
Het verzoek van 20 april 2025 strekt tot wraking van de Geschillencommissie Recreatie (hierna: de commissie), in [zaaknummer] tussen verzoeker en [naam tegenpartij]. Voor het standpunt van verzoeker verwijst de wrakingscommissie naar het wrakingsverzoek.

Op 23 april 2025 heeft de voorzitter mede namens de leden van de commissie aangegeven dat de commissie niet berust in de wraking.

De beoordeling 
Bevoegdheid en ontvankelijkheid
Op grond van artikel 2 lid 1 van het reglement van de wrakingscommissie heeft de wrakingscommissie tot taak te beslissen op een wrakingsverzoek van een van de partijen in een geschil dat door een geschillencommissie of tuchtcommissie in behandeling is genomen.

Verzoeker heeft het wrakingsverzoek gedaan na de zitting van de commissie van [datum], waarbij de commissie de vraag behandelde of zij bevoegd is de klacht van verzoeker in behandeling te nemen (ex artikel 3 en 4 van het reglement van de commissie). Verzoeker doet daarmee een beroep op artikel 25 lid 1 van het reglement van de commissie, waarin de mogelijkheid tot wraking van leden van de commissie is vastgelegd. Conform artikel 25 lid 1 van het reglement van de commissie dient een wrakingsverzoek gedaan te worden uiterlijk één week na de zitting. In dit geval heeft de zitting op [datum] plaatsgevonden. De voorzitter van de wrakingscommissie stelt daarom vast dat het wrakingsverzoek niet tijdig is ingediend. Verzoeker zal daarom op grond van artikel 5 sub a van het wrakingsreglement ambtshalve niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn wrakingsverzoek.

Kennelijk ongegrond 
Ten overvloede overweegt de voorzitter van de wrakingscommissie dat ook als het wrakingsverzoek wel tijdig zou zijn ingediend, het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond zou worden verklaard in de zin van artikel 6 van het wrakingsreglement. De wrakingsgrond van verzoeker – dat de behandeling van zijn zaak te lang duurt – leidt immers niet tot de conclusie dat er (objectief) gerechtvaardigde twijfel bestaat aan de onpartijdigheid of onafhankelijkheid van de commissie. De commissie is immers pas op 18 februari 2025 samengesteld om de zaak van verzoeker in behandeling te nemen. Alle administratieve- en procedurele handelingen die hieraan vooraf zijn gegaan, en voor vertraging hebben gezorgd, zijn niet aan de commissie te wijten.

Conclusie
De conclusie uit het voorgaande is dat verzoeker, conform de artikelen 5 sub a en 8 van het reglement van de wrakingscommissie, ambtshalve niet-ontvankelijk wordt verklaard door de voorzitter van de wrakingscommissie.

Derhalve wordt als volgt beslist.

De beslissing 
De voorzitter van de wrakingscommissie:
– verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek.

Opslaan als PDF