zorgplicht notaris. Voorlezen van de hele akte met twee getuigen omdat de cliënte slechtziend is was onnodig en er zijn ten onrechte kosten in rekening gebracht.

  • Home >>
  • Notariaat >>
De Geschillencommissie
Print Friendly, PDF & Email




Commissie: Notariaat    Categorie: Kosten    Jaartal: 2016
Soort uitspraak: -   Uitkomst: -   Referentiecode: 98003

De uitspraak:

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het handelen van de notaris en de hoogte van de declaratie.
De cliënte heeft een bedrag van € 278,30 onbetaald gelaten en dit bedrag bij de commissie in depot gestort.

Standpunt van de cliënte

Voor het standpunt van de cliënte verwijst de commissie naar de overgelegde stukken.
In de kern komt de klacht op het volgende neer.

De cliënte beklaagt zich erover dat bij de overdracht van een appartement eerst meerdere malen opdringerig een ander product van de notaris werd gepresenteerd. Toen bleek dat de cliënte daar geen interesse in had, werd aangegeven dat de hele akte moest worden voorgelezen en dat daar twee getuigen bij dienden te zijn. Dit omdat de cliënte slechtziend is. De cliënte stelt dat hierop duidelijk is gemeld dat zij hier niet akkoord mee ging, dat dit in het verleden ook nooit nodig is geweest en tevens heeft zij laten weten de gehele akte te hebben gelezen en te hebben begrepen. Desondanks is de gehele akte toch voorgelezen in het bijzijn van twee getuigen en heeft de cliënte hiervoor een rekening ontvangen van € 278,30. Toen zij liet weten het hiermee niet eens te zijn, heeft de notaris aangegeven de declaratie slechts te kunnen crediteren als de cliënte toch het eerder gepresenteerde product, een levenstestament, zou afnemen, hetgeen volgens de cliënte erg lijkt op koppelverkoop.

De cliënte is van mening dat het geheel voorlezen niet nodig was en zij wenst de extra kosten die haar daarvoor in rekening zijn gebracht derhalve niet te betalen. Zij verzoekt de commissie te bepalen dat de declaratie voor deze kosten gecrediteerd dient te worden door de notaris.

Ter zitting is door de cliënte – in hoofdzaak – nog het volgende aangevoerd.

De cliënte is wel vaker bij een notaris geweest en het is nooit eerder nodig geweest dat de stukken geheel werden voorgelezen in bijzijn van getuigen. Zij heeft op de vraag of zij de stukken kon lezen weliswaar geantwoord dat zij dat niet kon maar direct ook duidelijk laten weten dat zij de stukken thuis met behulp van een speciale loep gelezen had. Hierop werd gezegd dat het van belang was dat de cliënte zou meelezen, dat vooraf lezen niet voldoende was en dat de akte dus moest worden voorgelezen met getuigen daarbij. De akte moest ook worden aangepast omdat de namen van de getuigen hierin moesten worden opgenomen. Al met al duurde dit alles ongeveer een uur.

De door de notaris in haar verweer geschetste gang van zaken komt niet overeen met wat in werkelijkheid is gebeurd. De cliënte stelt dat zij al direct heeft gemeld dat zij de akte thuis met een speciale loep had gelezen. Haar zoon was op dat moment nog niet in de spreekkamer. De indruk die nu wordt gewekt dat zij haar verhaal gewijzigd heeft na ruggespraak met haar zoon is niet juist.

De cliënte stelt voorts dat pas bij het weggaan gemeld werd dat de kosten voor het voorlezen bij haar in rekening zouden worden gebracht en niet al eerder zoals de notaris nu stelt.
De cliënte was koper van het appartement, dat vrij op naam geleverd zou worden.
De cliënte wijst erop dat de verkoper, die de notaris heeft ingeschakeld, wist dat de cliënte zeer slechtziend was. Als eerder was gemeld dat dit een probleem zou zijn bij het passeren van de akte, dan had zij vooraf een machtiging van haar zoon kunnen regelen.

De cliënte geeft aan dat het een principezaak voor haar is. Zij vindt het oneerlijk dat zij voor onnodige werkzaamheden moet betalen. Zij is volledig helder van geest en kan alles zelf, alleen niet goed lezen zonder een speciale loep. Zij heeft het gevoel dat misbruik is gemaakt van de situatie.

Standpunt van de notaris

Voor het standpunt van de notaris verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het verweer op het volgende neer.

De notaris heeft bij verweerschrift d.d. 23 oktober 2015 laten weten niet zelf aanwezig te zijn geweest bij het passeren van de akte van levering inzake de aankoop van een appartement door de cliënte. Zij heeft haar waarnemer derhalve gevraagd om verslag te doen van de gang van zaken.
Omdat duidelijk was dat de cliënte zeer slechtziend was, hetgeen niet eerder bekend was, is haar gevraagd of zij de akte had kunnen lezen. De cliënte heeft hierop geantwoord de akte niet te hebben gelezen maar geheel te vertrouwen op haar zoon. De zoon bleek evenwel geen formele bevoegdheid te hebben uit hoofde van een volmacht/levenstestament. De waarnemer heeft daarop laten weten dat zij de akte zo niet kon laten tekenen door de cliënte, dat dit alleen mogelijk was door in het bijzijn van twee getuigen de akte algeheel door te lezen en dat daaraan kosten waren verbonden die niet bij de verkoper in rekening konden worden gebracht, ondanks het feit dat de overdracht vrij op naam was, nu dit aan persoonlijke omstandigheden van de cliënte te wijten kosten waren.

Nadat de waarnemer even de spreekkamer had verlaten om instructies te geven voor het aanpassen van de akte, meldde de cliënte bij terugkomst van de waarnemer plotseling dat zij de akte thuis wel had gelezen met behulp van een loep. Dit was naar de mening van de waarnemer evenwel onvoldoende reden om haar standpunt te herzien.

Zij heeft de cliënte gevraagd of zij een levenstestament had omdat in dat geval mogelijk de extra werkzaamheden en kosten voorkomen konden worden omdat dan haar zoon mogelijk bevoegd was de akte te ondertekenen. Toen dat niet het geval bleek, heeft zij de cliënte in overweging gegeven om voor de toekomst maatregelen te treffen en een levenstestament te laten maken. Hierdoor zouden in de toekomst extra kosten voorkomen kunnen worden. Mogelijk heeft de cliënte deze opmerkingen uitgelegd als een commerciële actie, het was evenwel slechts een poging om de cliënte extra kosten te besparen.

De extra tijdsbesteding van de algehele voorlezing in bijzijn van twee getuigen en de aanpassing van de akte bedroeg een uur. De door de beide getuigen, kantoormedewerksters, bestede tijd is uit coulance door de notaris niet in rekening gebracht.
De notaris stelt dat vanuit de zorgplicht die een notaris dient te betrachten, haar waarnemer correct en overeenkomstig notarieel gebruik heeft gehandeld in een situatie waarin een partij de akte niet kan lezen.
De werkzaamheden zijn daadwerkelijk verricht en vallen niet onder de kosten die bij de verkoper in rekening konden worden gebracht. Het zijn persoonlijke kosten die verband houden met de beperkingen van de koper.

Beoordeling van het geschil

De notaris heeft op de zittingsdag kort voor aanvang van de zitting nog stukken aan de commissie toegezonden per fax. De commissie bepaalt dat zij deze stukken niet zal meenemen in haar beoordeling nu deze stukken laat zijn ingediend en de aard en omvang van de stukken belette dat de cliënte er adequaat kennis van kon nemen en op kon reageren.

De commissie beslist naar redelijkheid en billijkheid met inachtneming van de tussen partijen gesloten overeenkomst, waarbij zij als maatstaf voor het handelen van de notaris hanteert dat deze heeft gehandeld zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris.

Naar aanleiding van het over en weer door partijen gestelde overweegt de commissie het
volgende.

Kern van het geschil is dat volgens de cliënte door de notaris onnodig werkzaamheden zijn verricht, waarvoor haar kosten in rekening zijn gebracht, terwijl de notaris van mening is dat deze werkzaamheden wel nodig waren, gelet op de zorgplicht die een notaris heeft vanuit zijn of haar bewakende rol.

De vraag die voorligt aan de commissie is of in dit geval, objectief bezien, de extra werkzaamheden in verband met de integrale voorlezing van de akte noodzakelijk waren, gelet op de zorgplicht die op de notaris rust.
De commissie is alles overziend van oordeel dat de notaris onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat deze zorgplicht in casu integrale voorlezing vereiste. Nu de cliënte heeft verklaard en door de notaris onvoldoende gemotiveerd is bestreden dat zij de tekst thuis met een speciale loep geheel had gelezen en begrepen, is onduidelijk waarom niet volstaan kon worden met een notarieel gebruikelijke tekst in de akte, inhoudende dat de verschenen personen verklaard hebben dat zij geen prijs stellen op volledige voorlezing van de akte, zij voor het passeren van de akte een concept van de akte hebben ontvangen, van de inhoud van de akte hebben kennisgenomen en daarmee instemmen.
Hier wreekt zich het niet aanwezig zijn ter zitting van de notaris en/of haar waarnemer om een (nadere) toelichting te geven op hoe een en ander gegaan is.

De commissie is gelet op het voorgaande van oordeel dat in deze niet gehandeld is zoals verwacht mag worden van een redelijk bekwame en redelijk handelende notaris en acht de klacht in zoverre dan ook gegrond.

Wat betreft de klacht inzake het levenstestament overweegt de commissie dat naar haar oordeel niet gebleken is dat sprake was van meer dan een advies over een product dat, in de toekomst, mogelijk van pas kon komen voor de cliënte.

De commissie zal gelet op het voorgaande bepalen dat het depotbedrag dient te worden teruggestort aan de cliënte. Nu de klacht grotendeels gegrond is dient de notaris het klachtengeld, dat door de cliënte aan de commissie is betaald, aan de cliënte te vergoeden.

Voor zover door partijen ieder voor zich aangevoerde argumenten c.q. klachten niet zijn besproken, kan daarvan worden afgezien, omdat deze niet tot een andere beslissing kunnen leiden.
Derhalve dient als volgt te worden beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht van de cliënte gegrond.

De notaris dient overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de cliënte te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de notaris aan de commissie als bijdrage in de behandelingskosten van het geschil een bedrag verschuldigd van € 115,–.

Gelet op het voorgaande dient het depotbedrag ad € 278,30 aan de cliënte te worden geretourneerd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Notariaat op 7 december 2015.