Commissie: Energie
Categorie: Administratieve problemen
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies na tussen advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1077759/1152966
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De commissie oordeelt dat de ondernemer de juistheid van de betwiste energienota’s niet goed heeft aangetoond. In een eerder tussenadvies was de ondernemer gevraagd om duidelijke Excel‑berekeningen en een uitleg van de btw‑berekening te geven, zodat de correctienota van oktober 2024 en de jaarnota van januari 2025 inhoudelijk konden worden beoordeeld. De stukken die de ondernemer aanleverde bleken hiervoor onvoldoende, en tijdens de zitting kon ook geen heldere toelichting worden gegeven. Daardoor vindt de commissie dat de ondernemer niet heeft voldaan aan de opdracht uit het tussenadvies en de nota’s niet overtuigend heeft onderbouwd. De commissie kent daarom een schadevergoeding van € 50 toe, plus € 200 voor het ongemak dat de consument heeft ervaren. De gevraagde ontbinding van de overeenkomst wordt afgewezen, omdat er geen sprake is van verzuim en er geen ingebrekestelling is geweest. De klacht is gegrond, en de ondernemer moet daarnaast het klachtengeld van € 52,50 vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Vervolg op tussenadvies van 9 oktober 2025 inzake incorrecte meterstanden in jaarnota’s d.d. 19 december 2023 en 15 januari 2025.
Beoordeling
Voor de standpunten van partijen verwijst de commissie naar het tussenadvies.
In het Tussenadvies is aan de ondernemer opgedragen om Excel berekeningen en toelichting op de
btw-berekening over te leggen, opdat de correctienota van 23 oktober 2024 en de jaarnota van 15 januari 2025 inhoudelijk beoordeeld konden worden.
De ondernemer heeft weliswaar stukken overgelegd, maar de commissie heeft moeten constateren dat het voor de commissie niet mogelijk was om met behulp van die stukken tot een deugdelijke inhoudelijke beoordeling van de hiervoor genoemde nota’s te komen.
De commissie heeft tijdens de zitting een nadere toelichting op de overgelegde cijfers van de ondernemer gevraagd, maar die kon tijdens de zitting niet worden gegeven.
De commissie is van oordeel dat de ondernemer daarmee niet voldoende heeft voldaan aan het in het tussenvonnis bepaalde. Daarnaast had het op de weg van ondernemer gelegen ervoor zorg te dragen dat de ter zitting aanwezige medewerkers eventuele inhoudelijke vragen deugdelijk hadden kunnen beantwoorden.
De commissie is daarom van oordeel dat de ondernemer de juistheid van de betwiste nota’s onvoldoende heeft onderbouwd en zal schattenderwijs (daarbij het door de consument zelf ter zitting genoemde schadebedrag in acht nemend) het hierna in de beslissing te noemen bedrag aan schadevergoeding aan de consument toewijzen. Gelet op de onduidelijkheid van de nota’s, het uitblijven van een deugdelijke uitleg/toelichting en de vele tijd die voor de consument met de onderhavige zaak gemoeid is geweest, zal de commissie aan de consument tevens het hierna te noemen bedrag ter vergoeding van ondervonden ongemak toewijzen.
De gevraagde ontbinding van de overeenkomst wijst de commissie af, nu ter zake de nakoming van die overeenkomst niet van enig verzuim aan de zijde van de ondernemer is gebleken. Bovendien ontbreekt het aan de daarvoor noodzakelijke ingebrekestelling.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
Verklaart de klacht gegrond. Bepaalt dat de ondernemer aan de consument een bedrag van € 50,- moet betalen voor geleden schade, alsmede een bedrag van € 200,- voor ondervonden ongemak. Bepaalt dat de ondernemer deze bedragen mag verrekenen met eventuele nog openstaande, door de consument aan de ondernemer verschuldigde bedragen. Wijst af het meer of anders gevorderde.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 52,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Deze behandelingskosten worden geheel betaald.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, mevrouw mr. E.M. van Gelder, leden, op 26 februari 2026.