Klacht over te hoog ingeschat verhuisvolume ongegrond

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Verhuizen    Categorie: Verhuizing    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1317478/1320356

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument klaagde dat de verhuizer veel te veel kubieke meters had ingeschat voor zijn internationale verhuizing, waardoor hij volgens hem te veel heeft betaald. Ook vond hij dat hij recht had op compensatie omdat het werkelijke volume lager bleek te zijn. De ondernemer legde uit dat er vooraf een vaste prijs was afgesproken voor maximaal 82 m³ en dat deze prijs niet verandert als het volume later hoger of lager uitvalt. De commissie volgt dit standpunt: omdat de consument bewust heeft gekozen voor een vaste prijs, kan hij achteraf geen korting eisen, tenzij de ondernemer opzettelijk een te hoge inschatting had gemaakt. Daarvoor zijn geen aanwijzingen. De klacht is daarom ongegrond en het verzoek van de consument wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft een verhuisvolume dat lager blijkt te zijn dan begroot.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft de ondernemer opdracht gegeven voor een internationale verhuizing. Van tevoren heeft de consument een opname aan huis laten maken voor het aantal m3 om achteraf geen discussie te krijgen. Het is later gebleken dat de ondernemer veel te veel m3 heeft geoffreerd. Ook zijn ten onrechte pendelwagens gefactureerd. Deze zijn wel gecrediteerd nadat de consument gemeld heeft dat ze niet gebruikt zijn. Maar de 18% teveel betaalde m3 weigert de ondernemer te compenseren. Ook al schrijft de ondernemer zelf dat 5 tot 10% acceptabel is volgens hun eigen normen.

Ter zitting heeft de consument desgevraagd bevestigd dat er een vaste prijs overeengekomen, maar dat die prijs volgens hem is gebaseerd op een onjuiste inschatting.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De ondernemer heeft conform zijn reguliere werkwijze gehandeld. Offerte gemaakt, taxatie gedaan en aangepaste offerte gemaakt. De consument is hiermee akkoord gegaan. De ondernemer heeft daarna conform deze overeenkomst de werkzaamheden uitgevoerd. Hoeveel m3 er uiteindelijk wordt vervoerd, is niet relevant aangezien dit niet opeens na het uitvoeren van de overeenkomst kan worden gewijzigd. De ondernemer reserveert ruimte van tevoren en zijn ritten naar het buitenland zijn alleen rendabel als alle gereserveerde ruimte wordt gefactureerd. Of het nou meer of minder is dan er vooraf is ingeschat is niet belangrijk. Dat werkt beide kanten op. Nu is het wat minder gebleken, maar als het meer was dan tevoren ingeschat, dan was dit ook de verantwoordelijkheid van de ondernemer geweest en had hij dit kosteloos moeten meenemen. De ondernemer heeft de pendelwagen wel gecrediteerd omdat deze achteraf niet nodig was en om de consument tegemoet te komen.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Partijen zijn blijkens de offerte een vaste prijs overeengekomen voor een verhuisvolume van maximaal
82 m3. Door het aanvaarden van een vaste prijs heeft de consument afgezien van de mogelijkheid de prijs achteraf aan te passen in het geval dat het verhuisvolume lager of hoger zou uitvallen. Als het juist zou zijn dat deze offerte gebaseerd is op een inschatting van het verhuisvolume door de ondernemer die achteraf gezien onjuist is (hetgeen voor de commissie overigens niet vaststaat) vormt dit naar het oordeel geen reden om van de vaste prijs af te wijken. Dat zou wellicht anders kunnen zijn als de ondernemer opzettelijk een te hoog verhuisvolume zou hebben opgegeven om de prijs op te drijven. Dat laatste is door de consument echter niet, althans onvoldoende, aannemelijk gemaakt.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Verhuizen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer D. van der Ent en de heer mr. M.A. Keulen, leden, op 29 januari 2026.

Opslaan als PDF