Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
1321592/1326874
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vindt dat de ondernemer verkeerde tarieven heeft gebruikt op de jaarafrekening, vooral door een fout in het btw‑tarief. De ondernemer erkent dat er een weergavefout in de contractbevestiging stond, maar stelt dat dit niets verandert aan het afgesproken leveringstarief. De commissie beoordeelt echter eerst of de klacht nog in behandeling kan worden genomen. Volgens het reglement moet een consument binnen 12 maanden na het indienen van een klacht bij de ondernemer naar de commissie stappen. De consument meldde zijn klacht in oktober 2022 bij de ondernemer, maar pas in januari 2026 bij de commissie. Dat is ruim buiten de toegestane termijn. De commissie ziet geen reden om deze overschrijding verschoonbaar te achten en kan de klacht daarom niet inhoudelijk behandelen. De consument wordt niet‑ontvankelijk verklaard.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Het geschil betreft het verschil tussen de door de ondernemer op de jaarafrekening gehanteerde tarieven en de overeengekomen tarieven.
De consument heeft op 12 oktober 2022 de klacht bij de ondernemer ingediend.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument over de bevoegdheid van de commissie c.q. diens ontvankelijkheid verwijst de commissie naar de stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De tarieven die in het contract staan komen niet overeen met de tarieven op de jaarnota. De ondernemer geeft de fout toe, maar lost het probleem niet op. Het betreft met name het gehanteerde btw-tarief.
De consument vraagt zich af waarom hij maar 1 jaar de tijd heeft om een klacht in te dienen, terwijl de ondernemer veel langer heeft volgehouden dat de tarieven klopten.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer over de ontvankelijkheid van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In dit geschil klaagt de consument erover dat de ondernemer in de contractbevestiging een onjuist btw-tarief werd genoemd, te weten 21%, terwijl op dat moment sprake was van een tarief van 9%. De ondernemer heeft uitgelegd dat sprake was van een weergavefout en dat de enige contractuele afspraak het kale leveringstarief is.
De consument heeft zijn klacht op 6 oktober 2022 voor de eerste maal ingediend. Op 13 oktober 2022 reageerde de ondernemer met een uitgebreide mail. Op 13 juni 2023 is de klacht als zodanig geregistreerd bij de ondernemer. Pas op 23 januari 2026 maakte de consument de klacht bij de commissie aanhangig. Dit valt ruim 2,5 jaar buiten de in artikel 6 lid 1 sub b van het Reglement van de commissie opgenomen termijn van 12 maanden.
De ondernemer verzoekt de commissie op die grond de zaak niet in behandeling te nemen.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
Alvorens een geschil inhoudelijk te kunnen behandelen dient de commissie ambtshalve of op verzoek vast te stellen of zij bevoegd is om het aan haar voorgelegde geschil te behandelen en/of de consument in zijn klacht kan worden ontvangen.
De ondernemer doet een beroep op artikel 6 lid 1 sub b. van haar Reglement en verzoekt de commissie de consument wegens termijnoverschrijding in zijn klacht niet-ontvankelijk te verklaren.
De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.
Uit de stukken kan de commissie niet opmaken wat de reden is geweest van de consument om eerst meerdere jaren na het indienen van zijn klacht bij de ondernemer, de klacht bij de commissie in te dienen. Aldus heeft zij niet kunnen vaststellen of mogelijk sprake is geweest van een verschoonbare overschrijding van de in haar Reglement opgenomen termijn van 12 maanden en dient zij deze termijn te handhaven.
Op grond van het bovenstaande is de consument niet-ontvankelijk in zijn klacht.
Derhalve wordt beslist als volgt.
Beslissing
De commissie verklaart de consument niet-ontvankelijk in zijn klacht.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. N.R. Geerts – Zandveld, mevrouw mr. J.M. Hoekstra, leden, op 23 maart 2026.