Commissie: Voertuigverhuur
Categorie: kosten/ overeenkomst
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1312839/1322516
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument huurde een auto en verlengde de huur met één week. Tot zijn verrassing stonden er extra kosten op de rekening voor twee verzekeringen (schade en diefstal). De consument zegt dat hij deze verzekeringen niet heeft gekozen en dat ze ook niet verplicht waren. In het oorspronkelijke huurcontract had hij deze opties juist afgewezen. De ondernemer zegt dat de verzekeringen verplicht zijn, maar geeft geen bewijs. De commissie vindt dat er geen afspraak is gemaakt om bij de verlenging wél verzekeringen toe te voegen. Daarom mogen deze kosten niet worden berekend. De rekening moet met € 203,28 worden verlaagd. Het depotbedrag wordt terugbetaald aan de consument. De klacht is gegrond.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de verzekering van een huurauto.
De consument heeft een bedrag van € 254,10 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft een autohuurcontract bij de ondernemer verlengd voor een week. Tot zijn verrassing staan op de rekening kosten voor CDW (collission damage waiver) en diefstal verzekering. De consument heeft helemaal geen verzekering gevraagd. De ondernemer dringt erop aan dat deze verzekeringen verplicht zijn en de rekening niet kan worden gewijzigd.
Er is geen overeenkomst voor de verlenging. Maar in de oorspronkelijke overeenkomst staat duidelijk dat de opties verlaging eigen risico en diefstal dekking is afgewezen. Het is niet logisch dat een verzekering verplicht wordt voor de verlenging. De consument stelt voor om de kosten van twee verzekeringsdekkingen voor de verlenging kwijt te schelden van totaal € 168,- vermeerderd met BTW.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer leidt de commissie uit de stukken af. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De in rekening gebrachte kosten betreffen clausules die verplicht zijn.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De consument heeft een huurovereenkomst gesloten zonder gebruik te maken van de opties verlaging eigen risico en diefstal dekking. Niet is gebleken dat partijen daarbij de verlenging van zijn afgeweken. De ondernemer heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat daartoe een verplichting zou bestaan.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De door de consument betwiste rekening van de ondernemer dient met € 203,28 te worden verlaagd.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 77,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld. Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend.
Het depotbedrag wordt terugbetaald aan de consument. Het restant van (€ 280,78 – € 254,10 =) € 26,68 dient de ondernemer binnen 14 dagen na kennisgeving van deze uitspraak aan de consument te voldoen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigverhuur, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer R. Romijn en de heer A. van Aldijk, leden, op 2 april 2026.