Eindafrekening private lease verlaagd door onzorgvuldig handelen ondernemer

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Private Lease    Categorie: Zorgvuldigheid    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: bindend advies na tussenadvies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1291337/1318066

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie vindt dat de ondernemer te laat en onzorgvuldig heeft gehandeld bij het informeren van de consument, het opvolgen van betalingsachterstanden en het aanleveren van stukken. Daardoor kon de schuld onnodig oplopen. De consument blijft wel verantwoordelijk voor zijn verplichtingen, maar de eindfactuur van ruim 12.700 euro wordt om die reden gehalveerd tot 6.370,34 euro.

De volledige uitspraak

Nader standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument heeft gehoor gegeven aan hetgeen van hem in het tussenadvies van 9 februari 2026 werd verlangd.

De ondernemer heeft zich niet gehouden aan de door de commissie aan hem verstrekte opdracht.

De stukken over de inkomenspositie, vermogenspositie en financiële positie van de consument bij het aangaan van de overeenkomst zijn niet overgelegd.

Het maandbedrag van € 412,- was hoger dan de door de ondernemer berekende maximale maandtermijn, zijnde € 396,15. Ook is met te lage woonlasten gerekend. Die bedroegen niet € 635,- per maand, maar het dubbele gezien de hoofdelijke aansprakelijkheid van de consument voor de totale huurprijs. Het document “VFN NORM Parameters” is zonder nadere toelichting, die ontbreekt, niet te duiden. Van een overgelegde salarisstrook, arbeidsovereenkomst, BKR-toetsing juli 2021, en een bankafschrift van de woonlasten is geen sprake. Een uitleg over de maximale 100.000 km zoals die in het contract zijn overeengekomen ontbreekt. Facturen van de jaarlijkse meer-kilometers ontbreken ook. Evenmin rept de ondernemer over het beleid aangaande betalingsachterstanden en het afrekenen van meer-kilometers. De (volledige) correspondentie tussen partijen is ook niet overgelegd.

Voorts merkt de consument op dat hij niet bekend is met een zoektocht naar de auto van de zijde van de ondernemer. De consument heeft de auto op 14 januari 2025 zelf bij het betreffende schadeherstelbedrijf ingeleverd. Ook heeft de consument wel degelijk zijn nieuwe adresgegevens doorgegeven.

Nader standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Uit de overgelegde normberekening blijkt expliciet dat deze is goedgekeurd. Bij de beoordeling waren relevant de salarisstrook, arbeidsovereenkomst, huurcontract met huisgenoot, bankafschrift woonlast, BKR-toetsing juli 2021. Elk jaar ontving de consument het verzoek om de kilometrage door te geven. Op verzoek van de consument is een voorafrekening kilometers opgesteld.

Na de eerste, tweede en derde gemiste incasso ontving de consument een bericht van de incassopartner van de ondernemer, met een betaalverzoek. Gelijktijdig met het ontstaan van de eerste betaalproblemen stelde de ondernemer op verzoek van de consument een tussentijdse kilometerafrekening op, teneinde het noodzakelijke onderhoud goed te kunnen keuren. Er zijn meerdere betalingsregelingen getroffen voor achterstallige termijnen en de af te rekenen kilometers. Deze zijn niet nagekomen.

Nadat een achterstand van zes maandtermijnen was ontstaan trachtte de berger van de ondernemer de auto op te halen op het huisadres van de consument. De auto werd daar echter telkens niet aangetroffen. Via de dealer ontving de ondernemer het nieuwe adres van de consument. De consument had dat niet doorgegeven. Voordat de berger op het nieuwe adres langs kon komen kreeg de ondernemer van de dealer bericht dat de auto zich aldaar bevond in verband met (wederom) uit te voeren onderhoud. Op verzoek van de ondernemer is de auto toen niet meer aan de consument afgegeven.

Uit de interne logs van [service], een onderdeel van de ondernemer, blijkt dat de consument op de hoogte was van de voorwaarden en van de gevolgen van de overschrijding van de kilometers. Ook blijkt daaruit dat er vele contactmomenten zijn geweest.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil maakt de consument bezwaar tegen het door hem aangegane private leasecontract en de hoogte van de eindafrekening.

De consument is van mening dat gelet op zijn financiële positie de betreffende overeenkomst niet tot stand had mogen komen en dat de ondernemer bij het tot stand komen van de overeenkomst onjuist en onzorgvuldig heeft gehandeld.

Uit de nadere door de consument overgelegde stukken blijkt dat de consument zijn eerder ingenomen standpunt onverkort handhaaft.

De ondernemer voerde aanvankelijk geen verweer en verscheen evenmin ter zitting, maar heeft na daartoe verzocht te zijn door de commissie in haar tussenadvies, een aantal van de verlangde stukken overgelegd en deze voorzien van een summiere toelichting.

Aldus heeft de ondernemer onvoldoende gehoor gegeven aan hetgeen in het tussenadvies van hem werd verlangd en is hij – deels – tekortgeschoten in zijn informatievoorziening.

Uit de overgelegde stukken is naar het oordeel van de commissie niet gebleken dat sprake is geweest van een onjuiste draagkrachtberekening, nu het inkomen niet is betwist door de consument, de huur juist is weergegeven, nu de consument slechts voor 50% draagplichtig was in de onderlinge verhouding tot zijn huisgenoot en rekening is gehouden met de omstandigheid dat de leasesom niet alleen bestaat uit een langdurige financiële termijnverplichting, maar ook uit een deel, 35%, aan servicekosten.

Ook is de commissie niet gebleken dat de consument niet op de hoogte was van de door hem aangegane verplichtingen en van de financiële gevolgen als daaraan niet werd voldaan. De consument kan dan ook in beginsel verantwoordelijk worden gehouden voor een behoorlijke nakoming van de uit hoofde van de overeenkomst op hem rustende verplichtingen. Dit klemt te meer omdat de consument na het ontstaan van betalingsachterstanden, de auto is blijven gebruiken en daarmee een zeer aanzienlijke hoeveelheid meer-kilometers heeft gereden.

Het is wel onduidelijk gebleven op welke wijze de ondernemer de consument heeft gewezen op de gevolgen van de kilometeroverschrijding en/of deze jaarlijks in rekening is gebracht.

Bij de commissie bestaat aldus de indruk dat de ondernemer weinig alert is omgegaan met de al snel ontstane betalingsachterstanden en deze onnodig hoog heeft laten oplopen. Stukken waaruit blijkt dat de ondernemer de consument heeft verzocht c.q. heeft gesommeerd om de auto terstond in te leveren zijn niet aan de commissie overgelegd.

Deze constatering en ook de gebrekkige en onvolledige informatievoorziening van de ondernemer, zowel jegens de consument voorafgaand aan de procedure, maar ook nadat de procedure door de consument bij de commissie aanhangig was gemaakt en zelfs na uitdrukkelijke verzoeken van de commissie, brengt de commissie tot het oordeel dat de eindfactuur van 16 januari 2025 niet onverkort in stand kan blijven. Het is immers onaanvaardbaar dat de ondernemer aanspraak kan maken op volledige betaling, terwijl zij in gebreke is gebleven om tijdig en adequaat te handelen na het ontstaan van de zeer aanzienlijke betalingsachterstanden. Daarbij komt dat de ondernemer uit hoofde van de overeenkomst over voldoende mogelijkheden beschikt om de betalingsachterstanden niet te laten oplopen en daarmee te voorkomen dat de consument met financiële verplichtingen wordt opgezadeld, waaraan hij niet kan voldoen.

Naar redelijkheid en billijkheid is de commissie van oordeel dat deze factuur ten bedrage van € 12.740,19 met een percentage van 50% dient te worden verlaagd.

Op grond van het bovenstaande is de commissie van oordeel dat de klacht van de consument gedeeltelijk gegrond is.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De eindfactuur van 16 januari 2025 ten bedrage van € 12.740,68 wordt verminderd tot een bedrag van € 6.370,34.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld van € 127,50 aan hem te vergoeden en voorts zal aan de ondernemer in overeenstemming met het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist en vastgelegd door de Geschillencommissie Private Lease, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer drs. C.J. Bal en de heer mr. J.H. Willems, leden, op 28 april 2026.

Opslaan als PDF