Auto voldoet niet en koop wordt teruggedraaid

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: (non)conformiteit    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1308884/1318941

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht een gebruikte elektrische auto, maar al snel na de levering kreeg hij ernstige storingen waardoor de auto vaak uitviel en uiteindelijk helemaal niet meer werkte. Ondanks meerdere reparaties bleef het probleem bestaan en de verkoper wilde de auto niet kosteloos herstellen. Uit onderzoek bleek dat de auto meerdere technische gebreken had en niet geschikt was voor normaal gebruik. De commissie oordeelde dat de auto niet voldeed aan wat de consument mocht verwachten en dat de verkoper zijn verplichtingen niet is nagekomen. Daarom mocht de consument de koop ontbinden. De consument moet de auto teruggeven en krijgt € 26.000,- terug van de verkoper.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 11 maart 2024 tussen partijen tot stand gekomen koopovereenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot de levering van een gebruikte Jaguar I-Pace, tegen een door de consument te betalen prijs van € 28.930,-.

De overeenkomst is uitgevoerd.

De consument heeft de klacht op 16 maart 2024 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Binnen 24 uur na de aflevering van de auto traden ernstige elektronische storingen op. De auto viel herhaaldelijk uit. Ondanks meerdere herstelpogingen bleef het voertuig ondeugdelijk. De ondernemer wijst zijn verantwoordelijkheid voor de gebreken van de auto af.

Bij bericht van 23 april 2025 sommeerde de consument de ondernemer de in die brief genoemde gebreken te herstellen per 13 mei 2025.

Bij brief van 16 juli 2025 heeft de consument met een beroep op artikel 7:17 BW de overeenkomst op grond van het bepaalde in artikel 7:22 lid 1 sub a BW ontbonden en aanspraak gemaakt op de teruggave van de koopprijs.

Naar aanleiding van de rapportage van de door de commissie ingeschakelde deskundige merkt de consument het volgende op.

Gelet op de vele gebreken, de stilstand en onbruikbaarheid van de auto is sprake van non-conformiteit. De herstelmomenten hebben niet tot resultaat geleid. De consument mocht van een auto in deze prijsklasse verwachten dat deze geschikt is voor normaal gebruik en niet structureel uitvalt. Het rapport bevestigt dat de auto ten tijde van het onderzoek in een staat verkeerde waarin normaal gebruik niet mogelijk was. De auto kon niet op een brug worden geplaatst doordat deze niet te verplaatsen was. Uit de bevindingen van de deskundige werd tevens duidelijk dat niet sprake is van één probleem, maar van een complex van factoren, die het voertuig onbruikbaar maken.

De consument verlangt dat de koopovereenkomst wordt ontbonden en verlangt tevens een vergoeding van de gemaakte onkosten.

Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.

De auto staat nog steeds bij de ondernemer. De auto staat al sinds maart 2025 stil.

De consument heeft ongeveer 8500 km met de auto gereden.

De consument heeft ook buitengerechtelijke kosten gemaakt. De verzekeringskosten bedroegen € 1.226,06 en de betaalde wegenbelasting € 470,-.

De consument blijft bij de ontbinding.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De auto vertoonde na de aflevering een aantal gebreken, de meeste te wijten aan de 12 V accu en de PSDB module. In eerste instantie is dat opgelost door de onderdelen te vervangen via een merkdealer ([naam dealer]). Helaas keerde het euvel hierna terug. Onder garantie is het euvel door de dealer opgelost. Het huidige gebrek aan de auto betreft de BECM module, welke het hoog volt systeem van de auto regelt. Dit betreft de aandrijving van de auto. Dit systeem staat los van het 12 Volt systeem van de auto.

Het vermoeden dat het gebrek reeds bij de aflevering aanwezig was, is derhalve niet correct omdat nu meer dan een jaar na de aflevering is verstreken. De consument dient de reparatie conform de offerte van de dealer aldaar te laten uitvoeren of de auto aldaar weg te halen.
De ondernemer blijft erbij dat de huidige problemen losstaan van de eerdere problemen.

De ondernemer neemt de ingebrekestelling niet in behandeling omdat de auto meer dan een jaar geleden aan de consument is verkocht en tussentijds is onderhouden door derden. De auto is zonder garantie aangekocht.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover van belang, het volgende vastgesteld.

Tijdens de expertise is vastgesteld dat het voertuig duidelijke sporen van langdurige stilstand vertoont. Zo zijn de remschijven en remcomponenten sterk geroest, is er mos vorming zichtbaar op diverse carrosseriedelen en is de bestuurders portierruit met tape afgedicht. De deurgrepen staan in uitgestoken positie, wat bij dit type voertuig normaal alleen gebeurt wanneer het voertuig ontgrendeld wordt. De 12-V accessoire-accu was bij aanvang van de expertise volledig ontladen. In het interieur en de bagageruimte zijn bovendien meerdere afdekkappen aangetroffen die losgenomen zijn en niet zijn teruggeplaatst, wat wijst op eerdere interventies.

Het voertuig is in deze toestand geheel niet functioneel. Ondanks het aansluiten van een externe starthulpaccu is het niet gelukt het voertuig in de READY-stand te brengen, waardoor geen functionele test van aandrijving, laadsysteem of voertuigsensoren mogelijk was. Bij activering van de startknop komen er verschillende foutmeldingen op het instrumentenpaneel.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument klaagt in deze zaak over een aantal gebreken van de door hem bij de ondernemer gekochte auto. Aanvankelijk verlangde de consument herstel, maar daarop is zij teruggekomen vanwege de weigering van de ondernemer om de gebreken te herstellen.

De ondernemer betwist verantwoordelijk te zijn voor de gebreken van de auto.

De commissie volgt het standpunt van de consument.

De commissie stelt voorop dat nu door geen van de partijen gegronde en ernstige bezwaren naar voren zijn gebracht tegen de bevindingen van de door haar ingeschakelde deskundige, zij diens bevindingen zal overnemen en tot de hare zal maken.

Alvorens een overeenkomst kan worden ontbonden c.q. een buitengerechtelijke ontbinding kan worden bekrachtigd dient aan een aantal voorwaarden dient te zijn voldaan.
De commissie wijst op het bepaalde in het toepasselijke artikel 6: 265 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek. Kort gezegd komt het erop neer dat iedere tekortkoming in de nakoming van een wederkerige overeenkomst aan de andere partij het recht geeft om de overeenkomst te ontbinden. Daarbij geldt dat indien en voor zover de wanprestatie/tekortkoming van geringe betekenis, die constatering aan de ontbinding in de weg kan staan. De bevoegdheid tot ontbinding bestaat in het geval dat nakoming nog mogelijk is, slechts als de ondernemer in verzuim is. Zie het arrest van de Hoge Raad van 28 september 2018, ECLI:HR:2018:1810.

Is sprake van een gebrek?

Op grond van artikel 7:17 lid 1 en lid 2 BW dient de afgeleverde zaak, in dit geval de betreffende auto, aan de koopovereenkomst te beantwoorden. Een zaak beantwoordt niet aan de overeenkomst indien de zaak, mede gelet op de aard daarvan en de mededelingen die de verkoper over de zaak heeft gedaan, niet de eigenschappen bezit, die de koper op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten. De koper mag verwachten dat de auto de eigenschappen bezit die voor een normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij aan de afwezigheid daarvan niet behoefde te twijfelen.

De consument draagt de stelplicht en de bewijslast dat de auto ten tijde van de aflevering de eigenschappen mist die hij op grond van de koopovereenkomst mocht verwachten.
Uit de bevindingen van de deskundige blijkt dat sprake is van meerdere functionele storingen in zowel het 12 volt systeem als het hoog volt systeem, waardoor de auto niet functioneel is.

Dergelijke gebreken staan aan het normale gebruik van de auto in de weg.

De commissie is van oordeel dat sprake is van een gebrek in de zin van artikel 7:17 BW. Naar het oordeel van de commissie hoefde de consument mede gelet op de koopprijs, het bouwjaar van de auto en het aantal daarmee gereden kilometers niet binnen een dergelijke termijn te verwachten dat een dergelijk gebrek optrad waardoor de auto niet meer geschikt was om “normaal” te worden gebruikt.

Het standpunt van de ondernemer dat hij niet verantwoordelijk is voor de bestaande gebreken van de auto is dan ook onjuist en wordt door de commissie verworpen.

Is sprake van verzuim?

De ondernemer heeft erkend niet tot kosteloos herstel te willen overgaan. Evenmin zijn partijen op dit punt tot een vergelijk gekomen. Hieruit volgt dat de ondernemer tekortgeschoten is in de nakoming van de op hem rustende verplichtingen uit hoofde van de koopovereenkomst. Hij had immers voor herstel dienen te zorgen. De commissie wijst daartoe op het bepaalde in artikel 7:21 lid 3 BW, waaraan de ondernemer niet heeft voldaan, zodat op grond van het bepaalde in artikel 7:22 lid 2 BW de consument bevoegd is de ontbinding van de koopovereenkomst te verzoeken.

De gebreken zijn van dien aard dat zij voldoende ernstig zijn om de ontbinding te kunnen rechtvaardigen.

Gelet op het bovenstaande zal de commissie op verzoek van de consument de ontbinding van de koopovereenkomst bekrachtigen.

Als gevolg van de ontbinding ontstaan over en weer ongedaanmakingsverplichtingen.

De consument heeft recht op teruggave van (een deel van) de koopprijs en dient op haar beurt de auto aan de ondernemer terug te leveren.

De commissie ziet bij het bepalen van het door de ondernemer aan de consument terug te betalen bedrag, voldoende gronden aanwezig om slechts een geringe gebruiksvergoeding ten laste van de consument te brengen, gelet op het beperkte gebruik dat de consument van de auto heeft kunnen maken en de kosten die zij heeft moeten maken voor het bezit daarvan. Naar billijkheid stelt de commissie het totale door de ondernemer terug te betalen bedrag vast op een bedrag van € 26.000,-.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument dan ook gegrond.

Beslissing

De schriftelijke overeenkomst tussen partijen van 11 maart 2024 is door de consument rechtsgeldig ontbonden.

De commissie bekrachtigt deze (buitengerechtelijke) ontbinding.

Dit betekent dat de consument de auto met alle daarbij behorende papieren, sleutels en accessoires terug levert aan de ondernemer, waarna deze de consument vrijwaart voor de auto. De ondernemer betaalt bij de levering van de auto een bedrag van € 26.000,- aan de consument.

Een en ander dient te geschieden binnen drie weken na de verzenddatum van dit bindend advies.

Partijen dienen elkaar over en weer in de gelegenheid te stellen aan hun verplichtingen uit hoofde van dit bindend advies te voldoen.

Indien een en ander door nalaten van de ondernemer niet binnen de gestelde termijn is geschied, vervallen de ongedaanmakingsverplichtingen en betaalt de ondernemer, zonder dat daartoe een ingebrekestelling is vereist, in plaats daarvan een vergoeding van € 20.000,- aan de consument. De consument blijft dan eigenaar van de auto en zal vrij zijn daarover te beschikken op een wijze die haar goeddunkt.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Bovendien is de ondernemer gehouden het door de consument betaalde klachtengeld van € 127,50 aan haar te vergoeden en zal aan de ondernemer overeenkomstig het bepaalde in het reglement van de commissie een bijdrage in de behandelingskosten in rekening worden gebracht.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer A.M. Velberg, de heer H.W. Zuur, leden, op 23 april 2026.

Opslaan als PDF