Gedeeltelijke vergoeding voor defecte auto gerechtvaardigd

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Schadevergoeding product/dienst    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1312078/1322210

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kreeg zeven maanden na aankoop problemen met de dynamo en accu van zijn auto en vond dat de verkoper alles moest betalen. De verkoper wilde de helft van de kosten vergoeden. Uit onderzoek bleek dat het defect niet al bij de verkoop aanwezig was, maar later is ontstaan en dat de onderdelen normaal slijten. De commissie oordeelt dat het probleem wel vroeg kwam, maar dat de aangeboden oplossing van de verkoper redelijk is. De consument krijgt daarom de helft van de reparatiekosten vergoed (€ 1.827,40), maar niet het volledige bedrag.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 13 november 2024 tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto van het merk VW, type Golf 1,5 e-TSI, tegen een door de consument te betalen prijs van € 24.900,-.

De overeenkomst is op 15 november 2024 uitgevoerd.

De consument heeft de klacht op 10 juni 2025 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Ongeveer zeven maanden na de aflevering bleek dat de dynamo van de bij de ondernemer gekochte auto defect. De consument verzocht de ondernemer, met een beroep op de wettelijke garantie, om tot kosteloos herstel over te gaan. Daartoe bleek de ondernemer niet bereid. Wel bood de ondernemer aan om de helft van de begrote reparatiekosten van € 3.654,80 te voldoen. Ook kreeg de consument toestemming om de reparatie bij de garage van zijn keuze te laten uitvoeren.

De auto voldeed ten tijde van de aflevering niet aan de overeenkomst. De omstandigheid dat het gebrek zich binnen één jaar na de aflevering heeft voorgedaan brengt de volledige aansprakelijkheid van de ondernemer met zich mee. Er is geen enkele aanwijzing dat het gebrek door toedoen van de consument is ontstaan. De ondernemer dient zich aan de wet te houden.

De auto is inmiddels hersteld. Het geschil beperkt zich tot de vraag of de consument kosteloos herstel mocht verlangen.

Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

De gebreken, te weten een defecte 48 volt accu en een defecte dynamo zijn voortijdig ingetreden. De auto was vijf jaar oud en de kilometerstand was ongeveer 80.000 km. Om die reden is de door de ondernemer vergoeding, voorafgaand aan het aanhangig maken van de klacht bij de commissie, onvoldoende. De oorzaak van het gebrek is niet meer te achterhalen omdat de auto is hersteld.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Bij de koop bood de ondernemer meerdere vormen van garantie aan. De consument gaf aan een korting te willen hebben en om die reden de garantie te willen beperken. Partijen kwamen een garantie overeen van 3 maanden op de motor en de versnellingsbak. Tussentijds was nog een klein probleem met de versnellingsbak ontstaan dat onder garantie door de ondernemer is verholpen. De ondernemer vindt het vervelend dat het gebrek is ontstaan en toonde zich bereid een deel van de kosten te vergoeden. Het voorstel is dat de garage waar de auto al staat, de reparatie uitvoert en de ondernemer voor 50% bijdraagt in de kosten. Het voorstel is gebaseerd op coulance.

De ondernemer betwist dat sprake is van non-conformiteit als bedoeld in artikel 7:17 BW. De auto is op 8 augustus 2025 door een derde garage hersteld.

De ondernemer verstrekte een beperkte garantie. Dit impliceert dat de consument bij de aankoop een verhoogd risico heeft aanvaard ten aanzien van mogelijke gebreken, buiten de overeengekomen garantieperiode. De redelijke verwachtingen die de consument van de auto mocht hebben dienen te worden beoordeeld aan de leeftijd, de kilometerstand, de overeengekomen garantie en de verleende korting op de aankoopprijs.

De ondernemer betwist dat het gebrek reeds bij de aflevering aanwezig was. Het enkele feit dat zich na zeven maanden een gebrek voordeed, is daarvoor onvoldoende. De garage die de eerste reparatie uitvoerde heeft na uitvoering van de werkzaamheden een volledige diagnose gesteld en daarbij zijn geen gebreken aan de dynamo vastgesteld. Als het gebrek reeds bij de aflevering aanwezig was zou het niet pas na zeven maanden zijn opgetreden. Het wettelijk bewijsvermoeden ontslaat de consument niet van iedere onderbouwing.

Er is sprake van een omzettingsverklaring in de zin van artikel 6:87 BW. Dit brengt mee dat geen nakoming meer kan worden gevorderd en kosteloos herstel is uitgelsloten. De ondernemer heeft zich steeds redelijk en oplossingsgericht opgesteld. Het bewijsvermoeden is door de ondernemer voldoende weerlegd.

Naar aanleiding van het onderzoek van de door de commissie ingeschakelde deskundige merkt de ondernemer het volgende op. De ondernemer volgt de conclusie van de deskundige dat het probleem niet reeds ten tijde van de aflevering aanwezig kan zijn geweest. Het rapport onderstreept dat het bewijsvermoeden van artikel 7:18a lid 2 BW voldoende door de ondernemer is weerlegd. Op 4 april 2025 was geen storing aanwezig

Ter (digitale) zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

Het aanbod van de ondernemer was redelijk. Hij blijft daarbij. Ook speelt de beperkte garantie een rol.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport het volgende vastgesteld.

Het voertuig was gedurende ons bezoek reeds hersteld door [garage] te [plaatsnaam]. Derhalve functioneerde het voertuig nu naar behoren en werd er door de consument wederom gebruik gemaakt van het voertuig.

Samenvattend konden wij onderstaande opmaken:
• Voertuig verkocht op 13 november 2024 met een tellerstand van 73.050 kilometer;
• Aldus de factuur is er sprake van drie maanden garantie op de motor en versnellingsbak;
• De starter-dynamo en 48 Volt accu zijn, aldus factuurdatum, op 8 augustus 2025 vervangen door [garage]. Er is op de factuur geen registratie van de tellerstand op dat moment;
• Uit verkregen documentatie is duidelijk geworden dat de voertuig elektronica van het betreffende voertuig op 4 april 2025 bij een tellerstand van 79.695 kilometer is gecontroleerd en dat er geen storingen aanwezig waren in de voertuig elektronica, ook niet in het 48 Volt mild-hybride systeem.

Veelal raakt de starter-dynamo van het voertuig defect wat kan resulteren in het defect geraken van de 48 Volt accu welke is gepositioneerd onder de bijrijdersstoel.

Normaliter kan men niet langer doorrijden met een defecte starter-dynamo en/of defecte 48 Volt accu en zal de bestuurder van het voertuig middels controlelampjes en meldingen op het instrumentenpaneel
geïnformeerd worden inzake een storing/ defect aan het mild-hybride systeem. Hieruit is te concluderen dat het defect niet aanwezig was ten tijde van de verkoop.

Verder is duidelijk geworden dat de voertuig elektronica op 4 april 2025 is gecontroleerd en dat er op dat moment geen storingen aanwezig waren welke duidden op een defect aan het mild-hybride systeem danwel starter-dynamo en 48 Volt accu.

Het defect geraken van de starter-dynamo en 48 Volt accu is in het huidige stadium niet langer herleidbaar daar het voertuig reeds is hersteld. Veelal is er sprake van een technisch gebrek van de starter-dynamo waardoor tevens de 48 Volt accu onherstelbaar beschadigd geraakt.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument klaagt in dit geschil over een gebrek dat zich na ongeveer zeven maanden na de aflevering van de auto heeft voorgedaan. Hij stelt zich op het standpunt dat de ondernemer dit gebrek kosteloos dient te herstellen omdat sprake is van non-conformiteit. Het aanbod van de ondernemer om 50% van de herstelkosten te vergoeden is door de consument verworpen, met als argument dat hij een dergelijk gebrek niet binnen een dergelijke termijn hoefde te verwachten.

De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie is van oordeel dat het gebrek inderdaad voortijdig is ingetreden, maar dat nu sprake is van aan slijtage onderhevige onderdelen, zowel door ouderdom als door de wijze van gebruik, het aanbod dat door de ondernemer is gedaan als redelijk en als een passende oplossing van het geschil van partijen moet worden aangemerkt, te meer nu sprake is van nieuwe onderdelen ter vervanging van oude onderdelen. De consument is daardoor in een financieel betere positie geraakt, zodat het niet onredelijk is, dat hij ook op die grond, een bijdrage aan het herstel levert.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument weliswaar (deels) gegrond, maar doet zich de situatie voor als bedoeld in artikel 21 lid 1 onder b van het reglement van de commissie, dat meebrengt dat de klacht weliswaar (deels) gegrond is, maar de beslissing van de commissie overeenstemt met het voorstel dat de ondernemer deed, voordat het geschil bij haar aanhangig werd gemaakt, maar door de consument werd verworpen.

Aldus behoeft de ondernemer geen behandelingskosten te betalen en evenmin het door de consument betaalde klachtengeld aan hem terug te betalen.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De ondernemer betaalt aan de consument een bedrag van € 1.827,40. Betaling dient plaats te vinden binnen 14 dagen na de verzenddatum van dit bindend advies.

De commissie wijst het meer of anders verlangde af.

Aldus vastgelegd en beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, R. Vlasveld en H.H. van der Linden, leden, op 11 mei 2026.

Opslaan als PDF