Garage mocht erop vertrouwen dat dochter toestemming gaf

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Opdracht    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1084392/1320735

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument vond dat een garage zonder haar toestemming dure reparaties aan haar auto had uitgevoerd. Haar dochter had de auto meerdere keren naar de garage gebracht, werkorders ondertekend en de rekening betaald. Volgens de consument mocht haar dochter geen toestemming geven voor deze kosten. De commissie oordeelt echter dat de garage er in deze situatie vanuit mocht gaan dat de dochter bevoegd was om afspraken over de reparaties te maken. Daarom blijft de rekening geldig en wordt de klacht afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft vertegenwoordigingsbevoegdheid.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 19 juni 2024 werd de Mercedes van de consument door haar dochter naar de ondernemer gebracht voor het resetten van de SOS-functie van het voertuig. Tot verbazing van de consument werd er echter zonder haar toestemming een veel grotere en niet noodzakelijke reparatie uitgevoerd ten bedrage van € 1.479,39. Deze kosten zijn contant betaald door de dochter van de consument die de auto naar de garage had gebracht. De dochter was echter niet gemachtigd om akkoord te geven voor deze reparatie. De consument heeft nooit toestemming gegeven voor deze reparatie die is uitgevoerd. Er was geen voorafgaande schriftelijke of mondelinge goedkeuring van haar kant en de garage heeft geen contact met haar gezocht om de noodzaak of kosten van de reparatie te bespreken. De ondernemer blijft volhouden dat de dochter toestemming gaf om de reparatie uit te voeren, wat juridisch onjuist is, aangezien zij geen bevoegdheid had om financiële verplichtingen namens de consument aan te gaan. De ondernemer had een zorgplicht die in hield dat hij had moeten controleren wie de eigenaar van de auto was en of door de eigenaar met de reparatie werd ingestemd.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 19 juni 2024 is er contact met de ondernemer opgenomen vanwege de volgende zaken: De auto geeft een SOS-storing aan, er lijken problemen met de Mercedes ME-app en er staat een KDM open met betrekking tot het vervangen van airbag(s) voor garantie. Er is een afspraak ingepland voor 20 juni 2024. Op deze datum meldde de dochter van de consument (mevrouw [naam]) zich met de Mercedes E200. De opdracht werd met [dochter] doorgenomen, de werkorder werd door haar getekend voor akkoord en ze overhandigde de sleutels van betreffende auto. De ondernemer bestelde de airbag en stelde een diagnose aan de auto. De volgende terugkoppeling werd aan [dochter] doorgegeven: Auto ruikt binnenin naar benzine. Benzineslag bij de hogedrukbrandstofpomp is niet meer goed. Advies om KOMO Module/regelapparaat te updaten naar nieuwe softwareversie in verband met SOS-storing en problemen met Mercedes Me. Tijdens de uitleeswerkzaamheden werd er een storing op de NOx sensor 1 uitgelezen. Daarnaast een storing met betrekking tot de krukashuis beluchtingsslang. Een collega heeft de diagnose uitgerekend en doorgenomen met [dochter] waarop zij akkoord gaf, waarna de werkzaamheden zijn gestart. Voor de vervanging van de NOx sensor is een nieuwe afspraak gemaakt voor de dag erna, op 21 juni 2024. [dochter] heeft zich gemeld op 21 juni 2024 om de NOx sensor te laten vervangen. Die dag werd wederom eerst de werkorder doorgenomen en getekend voor akkoord door [dochter]. Op 4 juli 2024 kwam [dochter] wederom langs voor de door haar gemaakte afspraak om de bestelde airbag zonder kosten te laten vervangen. Ook hierbij is eerst de opdracht doorgenomen en voor akkoord ondertekend door [dochter]. Drie separate werkorders zijn op drie verschillende data door [dochter] getekend.

In de gegeven omstandigheden mocht de ondernemer ervanuit gaan dat [dochter] gerechtigd was om beslissingen te nemen met betrekking tot de reparatie van de auto.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De vraag die partijen verdeeld houdt, is of de ondernemer had behoren te controleren of de dochter van de consument bevoegd was om de auto te laten repareren door de ondernemer. De commissie is van oordeel dat de ondernemer daarvan in de gegeven omstandigheden mocht uitgaan. De dochter is meerdere keren met de auto van de consument naar de garage van de ondernemer gegaan, heeft de werkorders voor akkoord ondertekend en de factuur daarvoor betaald. Niet is gebleken dat zich omstandigheden hebben voorgedaan waaronder de ondernemer behoefde te betwijfelen dat de dochter bevoegd was om de reparatie-opdracht aan te gaan. Het feit dat (achteraf is gebleken dat) de auto niet haar eigendom is, doet hier niet aan af. De consument heeft bovendien erkend dat zij haar dochter gevraagd heeft om met de auto naar de garage te gaan. Dat de dochter van de consument akkoord is gegaan met werkzaamheden zonder daarbij het voorbehoud te maken dat de consument daar mee moest instemmen, behoort in deze omstandigheden binnen de risicosfeer van de consument te blijven.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer K. Doorten en de heer mr. G. Febus, leden, op 29 april 2026.

Opslaan als PDF