Commissie: Recreatie
Categorie: Overeenkomst
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring
Uitkomst: onbevoegd
Referentiecode:
917577/1165410
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze zaak gaat over een consument die een chalet kocht en ervan uitging dat de bijbehorende standplaats op een camping automatisch werd overgenomen. Volgens de consument was hierover mondeling overeenstemming bereikt, terwijl de ondernemer stelde dat nooit een overeenkomst voor de standplaats tot stand was gekomen. De commissie oordeelde dat de verkoper van het chalet niet bevoegd was om de standplaats mee te verkopen. Alleen de campingondernemer kon beslissen of een nieuwe overeenkomst voor de standplaats werd aangeboden. Omdat tussen de consument en de ondernemer geen overeenkomst was gesloten, is de commissie niet bevoegd om het geschil inhoudelijk te behandelen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft het antwoord op de vraag of een overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Contract niet nageleefd, was mondeling akkoord. Subsidiair: contract geweigerd op discriminatoire gronden.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken, waarvan in het bijzonder het schrijven van de rechtshulpverlener van de consument van 2 juni 2025. De inhoud daarvan dient als hier herhaald en ingelast te worden beschouwd. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument heeft een chalet gekocht van een derde (de verkoper). De verkoper was eigenaar van de betreffende chalet en hij beschikte over een jaarplaats voor 2024. De verkoper heeft in zijn verkoopadvertentie aangegeven dat het chalet zou worden verkocht, inclusief standplaats. De verkoper was niet bevoegd om deze toezegging te doen, omdat de bestaande overeenkomst voor de standplaats voor 2024 slechts tussen cliënte en deze derde (de verkoper) is gesloten, welke overeenkomst niet zonder meer overdraagbaar is.
Overigens staat in de door de consument aangeleverde advertentie dat het ‘jaargeld 2024 bij de prijs is inbegrepen’. Hieruit volgt nog geen toezegging (en zeker niet vanuit de ondernemer) dat daarmee de jaarplaats ook wordt overgedragen. De consument en de verkoper hebben een koop gesloten (enkel) voor de (ver)koop van het chalet. De staanplaats is en kon niet mee verkocht worden, nu de grond niet aan de verkoper maar aan de ondernemer toekomt. Pas eerst nadat de consument en verkoper een overeenkomst hebben gesloten aangaande de (ver)koop van het chalet, heeft zij het verzoek bij de ondernemer neergelegd om een overeenkomst te sluiten voor een jaarplaats voor 2024. De ondernemer heeft de consument om meerdere redenen – ze past niet binnen het bedrijf (familiecamping) van de ondernemer, er werd gevreesd voor (semi)permanente bewoning en de consument hield zich niet aan het parkreglement door zich onbevoegd de toegang tot het park te verschaffen – geen overeenkomst willen aanbieden.
Er is tussen partijen geen overeenkomst tot stand gekomen, waardoor de commissie niet bevoegd is om kennis te nemen van de klacht.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie is ingevolge haar reglement niet bevoegd in geval er geen sprake is van een overeenkomst tussen partijen.
Partijen worden verdeeld gehouden door het antwoord op de vraag of tussen hen een overeenkomst inzake een standplaats op het terrein van de ondernemer tot stand is gekomen. Volgens de consument is die overeenkomst mondeling totstandgekomen, terwijl de ondernemer zich op het standpunt heeft gesteld dat er in het geheel geen overeenkomst tot stand is gekomen, mondeling noch schriftelijk.
De consument heeft van een derde partij een chalet gekocht, welke derde partij in de verkoopadvertentie heeft aangegeven dat het chalet zou worden verkocht inclusief standplaats. De beslissing of een chalet met behoud van standplaats mag worden verkocht is echter niet aan een verkopende partij, maar aan de ondernemer. Aan de toezegging van de kant van de verkopende partij dat het chalet met behoud van standplaats zou worden verkocht, is de ondernemer dan ook niet gebonden. Dat de ondernemer om hem moverende redenen de consument na aankoop van het chalet geen overeenkomst heeft aangeboden, doet daar niet aan af.
Voor de commissie staat vast dat er in casu geen overeenkomst inzake een standplaats op het terrein van de ondernemer tot stand is gekomen. Dat maakt dat de commissie zich onbevoegd zal verklaren het geschil te behandelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Recreatie, bestaande uit de heer mr. H.A. van Gameren, voorzitter, de heer P.W.M. Meijkamp, mevrouw mr. J.M. Huijsman- Hartkamp, leden, op 18 september 2025.