Commissie: Post
Categorie: Bewijs / Schadevergoeding
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1330129/1334588
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument verstuurde een verzekerd pakket dat tijdens het transport vermist raakte en vroeg een vergoeding van € 966,50 voor de inhoud en verzendkosten. De ondernemer erkende dat het pakket kwijt was geraakt, maar vond dat de consument onvoldoende bewijs had geleverd van de waarde van de verzonden goederen. De consument had alleen een handgeschreven verklaring overgelegd van een particuliere verkoper. De commissie oordeelde dat de ondernemer terecht om aanvullende en controleerbare bewijsstukken had gevraagd. Omdat de consument deze niet heeft verstrekt, kon de waarde van de inhoud niet worden vastgesteld. Daarom werd de schadeclaim afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een opdracht van 16 december 2025 tot verzekerde verzending van een poststuk naar een adres in [plaatsnaam]. Het poststuk is bij de ondernemer vermist geraakt.
Standpunt van de consument
De klacht van de consument luidt als volgt:
Ik heb een pakket aangetekend en verzekerd verstuurd via de ondernemer. Dit pakket is kwijtgeraakt.
Nu heeft de ondernemer allerlei gegevens gevraagd over het pakket en ook mijn inkoopfactuur van het product.
Ik heb het product van een particulier gekocht die dit voor mij op papier heeft gezet, alsmede voor welk bedrag. De ondernemer wil deze factuur niet accepteren wat ik zeer vreemd vind, daar dit een bewijs van aankoop is. De ondernemer wil dus niet mijn verzekerde pakket dat zij zijn kwijtgeraakt vergoeden.
Ik wil schadeloosstelling van € 966,50 voor de goederen die ik heb gekocht voor € 950,- en ook de verzend/verzekeringskosten van € 16,50.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De ondernemer aanvaardt aansprakelijkheid voor de vermissing. Op grond van zijn algemene voorwaarden is de consument verplicht medewerking te verlenen aan verzoeken om overlegging van bewijsstukken die nodig zijn om de hoogte van de schadevergoeding vast te stellen. Indien de consument niet meewerkt aan deze verzoeken, vervalt het recht op uitkering van een schadevergoeding. De consument heeft slechts een handgeschreven stuk overgelegd van een persoon die verklaart op 6 september 2025 drie memory cards aan de consument te hebben verkocht voor de prijs van € 950,- en dat dit bedrag contant is betaald. Om de omvang van de gestelde schade vast te stellen is aanvullend, objectief en controleerbaar bewijs vereist. Daarom heeft de ondernemer gevraagd wat de reden was van de verzending en om overlegging van correspondentie ter onderbouwing van de verkoop aan de geadresseerde in [plaatsnaam]. Daarop heeft de consument niet meer gereageerd, zodat de schadeclaim is afgewezen.
De verzendkosten van € 16,50 zijn aan de consument vergoed.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
De ondernemer was gerechtigd aan de consument nadere onderbouwing te vragen aan de consument van de aard en waarde van de verzonden zaken. Dat volgt niet alleen uit de algemene voorwaarden van de ondernemer maar ook uit het algemeen aansprakelijkheidsrecht. Het had dan ook op de weg gelegen van de consument om nadere uitleg te geven over zijn relatie met de beoogde ontvanger en over de reden van verzending en over de waarde van de verzonden zaken op het moment van verzending, in welk verband een verifieerbare verklaring van de beoogde ontvanger of een schriftelijke afspraak tussen de consument en die beoogde ontvanger aan de ondernemer meer duidelijkheid had kunnen verschaffen over de aard en waarde van de verzonden zaken. Nu de consument heeft nagelaten een deugdelijke onderbouwing te verstrekken, ook in het kader van dit geding, heeft de ondernemer zich terecht op het standpunt gesteld dat de schadeclaim wegens onvoldoende bewijs van de waarde van de verzonden zaken werd afgewezen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer drs. G.J.F.M. Klaas, de heer mr. E.A.J. van der Heijden, leden, op 26 mei 2026.