Commissie: Voertuigen
Categorie: Niet-nakoming overeenkomst
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1324610/1332908
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht een auto voor € 19.000,-, maar de ondernemer kon deze uiteindelijk niet leveren omdat een hardnekkige motorstoring niet tijdig kon worden verholpen. Nadat de levering uitbleef, stelde de consument de ondernemer in gebreke en ontbond hij de koopovereenkomst. De commissie oordeelde dat de ondernemer tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst en dat de consument daardoor schade heeft geleden. In lijn met eerdere uitspraken kende de commissie een schadevergoeding toe van 15% van de koopprijs, oftewel € 2.850,-.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft de vraag of de consument aanspraak heeft op een schadevergoeding wanneer de ondernemer besluit een voertuig niet te leveren dat hij aan de consument heeft verkocht.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 6 december 2025 heb ik bij de ondernemer een voertuig gekocht. Het gaat om een [automodel] (hierna: ‘het voertuig’). De koopsom bedroeg €19.000,-. De kilometerstand was 125.000. Op 13 december 2025 zou het voertuig aan mij geleverd worden.
Het klopt dat ik voorafgaand aan de koop een testrit had gemaakt. Er ging toen een lampje branden dat op een motorstoring duidt. De verkoper gaf toen echter aan dat het vermoedelijk om iets kleins ging. Dit was dus kennelijk geen reden om de auto niet aan mij te verkopen of al na een week aan mij af te leveren.
Die levering ging echter niet door. Ik heb hierover wel vier of vijf keer contact gehad met de ondernemer. De reden was dat zij er niet goed achter kwamen wat de motorstoring veroorzaakte.
Op 24 december 2025 werd het door mij betaalde aankoopbedrag van € 19.000,- teruggestort op mijn bankrekening. Ik ben hiermee niet akkoord gegaan en heb de ondernemer op dezelfde datum per email gesommeerd het voertuig binnen 5 dagen, dus uiterlijk op 29 december 2025, deugdelijk aan mij te leveren.
Ik heb de ondernemer ook direct in gebreke gesteld en gewezen op de financiële consequenties daarvan. Ik had een extra reden om druk op de levering van het voertuig te gaan zetten omdat ik schade had gereden aan de auto die ik op dat moment gebruikte.
Op 7 januari 2026 heb ik de koopovereenkomst ontbonden. Door deze wanprestatie lijd ik schade. Conform de BOVAG-reglementen en vaste jurisprudentie maak ik aanspraak op schadevergoeding. Ik vorder primair de gefixeerde schadevergoeding van 15% en subsidiair de volledige schade op grond van dekkingskoop.
Ik maak aanspraak op 15% van de koopsom op grond van het wederkerigheidsbeginsel. In de BOVAG-voorwaarden (art. 12) staat namelijk dat een garage 15% annuleringskosten kan claimen indien een consument annuleert. De Geschillencommissie Voertuigen heeft meermaals bepaald dat dit beding naar analogie ook geldt voor de ondernemer die in gebreke blijft.
Ik verwijs hiervoor naar de uitspraak Geschillencommissie Voertuigen ref. VOE05-0088. Hierin oordeelde de commissie expliciet:
“Nu de ondernemer […] heeft medegedeeld de overeenkomst niet na te komen […] dient de vordering van de consument, naar analogie van deze aan de ondernemer toekomende bepaling [15%], te worden gematigd tot een bedrag van € 2.250,- [zijnde 15% van die koopsom].”
Deze jurisprudentie is meermalen bevestigd.
Als de Geschillencommissie hier niet in meegaat vorder ik subsidiair het waardeverschil (€ 1.950,- + kosten). De ondernemer heeft mij per WhatsApp bevestigd dat de huidige marktwaarde van deze auto
€ 20.950,- bedraagt. Hiermee erkent zij onomstotelijk dat ik door het niet doorgaan van de koop voor
€ 19.000,- direct een vermogensschade lijdt van € 1.950,-. Ook dit sluit aan op door mij genoemde jurisprudentie.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Tijdens de proefrit hadden wij twee auto’s op voorraad die interessant konden zijn voor de consument. Dit voertuig gaf tijdens de proefrit een motorstoring aan, maar wij namen dat niet erg serieus op. In vrijwel alle gevallen gaat het hierbij namelijk om iets kleins.
In dit geval bleek dat anders te zijn. Wij hebben kosten noch moeite gespaard om achter de oorzaak van de storing te komen. Wij hebben hier niet alleen zelf veel tijd aan besteed maar wij hebben ook derden ingeschakeld, die wij op onze beurt moesten betalen. Onze kosten schat ik op zeker € 4.600,-.
Iedere keer als we dachten de storing gevonden te hebben, kwam helaas de storing na een aantal kilometers weer terug. Uiteindelijk hebben we alle mogelijke oorzaken verholpen, maar de storing kwam steeds na een aantal kilometers weer terug.
De koopsom hebben wij op verzoek van de consument terugbetaald. Wij hebben dit direct gedaan nadat dit verzoek binnenkwam. Wij zijn dan ook verbaasd dat de consument alsnog schadevergoeding wil en niet bereid is naar deze of een andere auto te kijken als oplossing voor de kwestie.
Het is ons uiteindelijk namelijk wel gelukt de oorzaak van de storing te achterhalen en het voertuig te herstellen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Tussen partijen is niet in geschil dat het voertuig ten tijde van de koop en de afgesproken leverdatum (13 december) een ernstig mankement vertoonde. Evenmin is in geschil dat de consument er geen genoegen mee hoeft te nemen dat een voertuig met een dergelijk mankement wordt verkocht, tenzij dit mankement uitdrukkelijk door de consument is aanvaard. Dat laatste is hier niet het geval.
Het is voor alle partijen spijtig dat het na de koop niet goed is gegaan. De consument moest lang(er) op de levering wachten en de ondernemer werd met grote, onvoorziene kosten geconfronteerd.
Op basis van het consumentenrecht doen deze omstandigheden echter geen afbreuk op de aanspraken die een consument kan maken op de levering van een deugdelijk voertuig. De consument had dan ook het recht de ondernemer in gebreke te stellen en – toen levering weer uitbleef – de koopovereenkomst te ontbinden en schadevergoeding te verlangen.
Dat de consument schade heeft geleden heeft de ondernemer niet betwist. Haar verweer komt er eigenlijk op neer dat zij het onredelijk vindt dat zij schade moet vergoeden omdat zij zelf immers ook veel kosten heeft gemaakt en het anders had willen oplossen met de consument. Dat de ondernemer zelf ook schade heeft is bijzonder spijtig, maar op zichzelf niet van belang voor het beoordelen van de rechten van de consument, die niet het voertuig kreeg dat hij van de ondernemer had gekocht. Ook een kiezen van een ‘andere oplossing’ is niet is waartoe de consument verplicht is.
Voor het vaststellen van de hoogte van de schadevergoeding die de consument toekomt, sluit de commissie aan bij de door de consument aangehaalde jurisprudentie van de Geschillencommissie. Dit betekent dat de consument een schadevergoeding wordt toegewezen ter grootte van 15 (vijftien) procent van de koopprijs. Dit komt uit op de somma van € 2.850,- (15% van € 19.000,-).
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer betaalt aan de consument een vergoeding van € 2.850,-.
Betaling dient plaats te vinden binnen een maand na de verzenddatum van dit bindend advies.
Indien betaling niet tijdig plaatsvindt, betaalt de ondernemer bovendien de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de verzenddatum van het bindend advies.
De commissie wijst het meer of anders verlangde af.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van
€127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie de bijdrage in de behandelingskosten van het geschil verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. W.F.R. Rinzema, voorzitter, de heer C.J. Bosboom, mevrouw mr. E.J.P.J.M. Kneepkens, leden, op 4 juni 2026.