Commissie: Thuiswinkel
Categorie: Tariefbepalingen
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanhouding beslissing
Referentiecode:
1328652/1331720
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument betwist de verhoging van de vaste leveringskosten binnen zijn variabele energiecontract en stelt dat hiervoor geen contractuele basis bestaat. De ondernemer meent juist dat de contractvoorwaarden hem wel de bevoegdheid geven om deze kosten aan te passen. Omdat dezelfde juridische vraag momenteel onderwerp is van een procedure bij de Hoge Raad, heeft de commissie besloten deze zaak nog niet inhoudelijk te beoordelen. De behandeling wordt aangehouden totdat de Hoge Raad een definitief oordeel heeft gegeven.
De volledige uitspraak
Samenvatting
De consument klaagt over de verhoging van de vaste leveringskosten in het kader van zijn variabele energiecontract. Omdat een soortgelijke zaak aan de Hoge Raad voorgelegd is, houdt de commissie onderhavige klacht aan tot het eindoordeel in die zaak.
Beoordeling
De klacht van de consument heeft betrekking op de verhoging van de vaste leveringskosten in het kader van zijn variabele energiecontract. De ondernemer heeft deze kosten verhoogd, maar volgens de consument is daarvoor geen contractuele basis. In het contract staat immers geen wijzigingsbeding voor vaste leveringskosten, alleen voor de variabele leveringstarieven. De consument wil dan ook dat deze wijzigingen in de vaste leveringskosten ongedaan worden gemaakt.
De ondernemer betwist dat dat de contractdocumentatie niet in een basis voorziet om eenzijdig de vaste leveringskosten te verhogen. Uit het contract blijkt immers dat de leveringskosten de tarieven zijn plus een vast bedrag per dag. Met dit vaste bedrag zijn de vaste leveringskosten bedoeld. In het contract staat dat de leveringskosten gewijzigd kunnen worden, en daarmee ook de vaste leveringskosten. De ondernemer betoogt verder de kosten die verband houden met de zonnepanelen van de consument aan hem te willen toerekenen. De enige mogelijkheid daartoe bij dit contract is aanpassing van de vaste leveringskosten. Hij wijst erop dat de Autoriteit Consument en Markt (ACM) in haar rapportage “Energietarieven in Transitie” een dergelijke aanpassing toestaat en overigens de tarieven van de ondernemer heeft goedgekeurd. Ook wijst hij op de rapportages van de ACM genaamd “Meerkosten voor klanten met zonnepanelen voor energieleveranciers” en “Terugleverkosten onder de loep”.
De commissie oordeelt als volgt. Zij stelt voorop dat de consument een variabel energiecontract heeft. Dit contract bestaat onder meer uit een bevestigingsbrief met de leveringskosten, de modelcontractvoorwaarden van de ondernemer (versie 2022.1) en de algemene voorwaarden van de ondernemer van 2017 (hierna: de Algemene Voorwaarden).
In dit geschil vindt het debat tussen partijen voornamelijk plaats over (de bewoordingen van) de prijswijzigingsbedingen zoals opgenomen in de leveringsbrief en de modelcontractvoorwaarden. Echter, ook de Algemene Voorwaarden bevatten met artikel 19.3 een prijswijzigingsbeding. Dit beding vertoont sterke overeenkomsten met het beding zoals opgenomen in de modelcontractvoorwaarden. De vraag of de ondernemer op grond van de Algemene Voorwaarden bevoegd is de bestreden prijswijziging in te voeren is veelvuldig bij deze commissie aan de orde gesteld. De commissie heeft steeds de betreffende zaken aangehouden in afwachting van een eindoordeel in een zaak waarin dezelfde vraag aan de burgerlijke rechter is voorgelegd. Het gaat om de zaak waarin het gerechtshof Amsterdam op 25 maart 2025 een arrest heeft gewezen (ECLI:NL:GHAMS:2025:704) en die nu bij de Hoge Raad ligt. De commissie streeft er immers naar dat haar uitspraken gelijklopen met het oordeel van de burgerlijke rechter. Dat is in deze zaak niet anders. Hoewel begrip opgebracht kan worden voor de wens van de consument voor een spoedig oordeel, moet om de hiervoor genoemde reden de zaak niettemin aangehouden worden tot bedoeld eindoordeel.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De verdere beoordeling van de klacht wordt aangehouden tot het eindoordeel in de hiervoor genoemde aan de Hoge Raad voorgelegde zaak gegeven is.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B.J. Hoefnagel, voorzitter, de heer J.H.P.T.M. den Ouden, de heer C.P. Hoogendoorn, leden, op 5 juni 2026.