Commissie: Energie
Categorie: Levering / Warmte
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ten dele gegrond
Referentiecode:
1318901/1327694
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument vond dat een warmtestoring langer had geduurd dan door de warmteleverancier was vastgesteld en vroeg om een hogere compensatie. De commissie oordeelde dat de consument niet had aangetoond dat de storing eerder was begonnen dan uit het onderzoek van de ondernemer bleek. Daarom bleef de berekende compensatie voor de storing in stand. Wel stelde de commissie vast dat de vergoeding pas na ongeveer zestien maanden werd uitbetaald en pas nadat de consument een procedure was gestart. Daarom moet de ondernemer het betaalde klachtengeld van € 52,50 aan de consument vergoeden.
De volledige uitspraak
Samenvatting
Consument wil compensatie in verband met een warmtestoring, waardoor volgens consument van 30 september 2024 tot en met 2 oktober 2024 geen warmte was geleverd. Ondernemer/aanbieder heeft compensatie betaald voor warmtestoring van 24 uur en 46 minuten na melding door consument op 1 oktober 2024 om 19:46 tot melding dat de storing was verholpen op 2 oktober 2024 om 22:33 uur. De betaling is echter pas gedaan op 11 februari 2026.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
De commissie stelt vast dat tussen partijen een overeenkomst geldt voor de levering van warmte en dat sprake is geweest van een storing waarvoor compensatie betaald dient te worden.
De commissie begrijpt dat in eerste instantie de storingsmelding foutief in de systemen was geregistreerd, zodat het aanvankelijk leek dat de storing binnen enkele uren was verholpen en er in het geheel geen compensatie verschuldigd was.
Naar aanleiding van een klacht heeft aanbieder/ondernemer intern onderzoek gedaan in de eigen systemen en geconcludeerd dat de storing een dag eerder was begonnen en consument wel recht had op compensatie.
De commissie stelt vast dat consument niet heeft aangetoond dat de storing, zoals deze na intern onderzoek uiteindelijk is geregistreerd bij aanbieder/ondernemer, niet klopt en eerder zou zijn begonnen, op grond waarvan consument meer compensatie toe zou komen, reden waarom de commissie de klacht met betrekking tot de hoogte van de door aanbieder/ondernemer berekende compensatie ongegrond acht.
Aanbieder/ondernemer heeft aangegeven de gang van zaken te betreuren, en zeker ook dat daarom de uitbetaling van de compensatie is verlaat.
De commissie begrijpt dat aanbieder/ondernemer daarom recent nog had aangeboden een coulance vergoeding te betalen van € 100,- als ook het klachtengeld te vergoeden, maar dat consument dat niet of niet tijdig heeft geaccepteerd.
De commissie stelt vast dat de betaling van de compensatie niet binnen zes maanden heeft plaatsgevonden, maar pas na 16 maanden, meer in het bijzonder nadat consument een klacht had ingediend bij De Geschillencommissie en consument € 52,50 klachtengeld had betaald.
Waar consument verzoekt om schadevergoeding waar recht op is, acht de commissie dat verzoek gerechtvaardigd voor zover dat ziet op vergoeding van het klachtengeld.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie
• bepaalt dat ondernemer/aanbieder binnen twee weken na verzending van dit bindend advies aan consument een bedrag dient te betalen van € 52,50;
• wijst het meer of anders verzochte af.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 27 mei 2026.