Commissie: Voertuigen
Categorie: Reparatie
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
1266123/1311702
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument bracht zijn Opel Vivaro voor reparatie naar de ondernemer, maar stelde dat de werkzaamheden niet of niet correct waren uitgevoerd. Zo zouden onder meer de remmen nog steeds niet goed hebben gewerkt en bestond twijfel of de gefactureerde revisie van de ABS-pomp daadwerkelijk was verricht. Omdat de ondernemer geen verweer heeft gevoerd en niet op de zitting verscheen, ging de commissie uit van de juistheid van het verhaal van de consument. De consument was daardoor niet gehouden de factuur te betalen en de ondernemer moet het betaalde bedrag van € 1.484,04 terugbetalen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een factuur voor werkzaamheden aan een auto.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In mei 2025 heeft de consument zijn bus Opel Vivaro ter reparatie gebracht bij de ondernemer. De communicatie met de ondernemer verliep niet goed.
De consument wilde na zes weken zijn bus terug, maar mocht deze pas meenemen na betaling van de factuur van € 1.484,04. Hij heeft de factuur onder dwang voldaan. De bus bleek niet te zijn gerepareerd en een derde heeft de bus alsnog gerepareerd voor € 884,59.
Standpunt van de ondernemer
De ondernemer heeft geen verweer gevoerd.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Ter zitting heeft de consument toegelicht dat de ondernemer de gefactureerde werkzaamheden niet, dan wel niet goed heeft verricht. Zo zou de ABS pomp volgens de factuur gereviseerd zijn, maar navraag door de consument leverde op dat die pomp niet gereviseerd kan zijn. Bovendien bleken de remmen niet meer te werken. Nu de ondernemer geen verweer heeft gevoerd en ook niet ter zitting is verschenen, gaat de commissie uit van de juistheid van hetgeen de consument heeft aangevoerd zodat de consument niet gehouden was de factuur te voldoen. De ondernemer dient dan ook het factuurbedrag aan de consument terug te betalen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient binnen twee weken na de verzenddatum van deze beslissing een bedrag van € 1.484,04 aan de consument te betalen.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 102,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit mevrouw mr. J.M. van Hall, voorzitter, de heer K. Doorten, mevrouw mr. B.J. van Gent, leden, op 28 november 2025.