Commissie: Voertuigen
Categorie: Garantie
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: gegrond
Referentiecode:
958432/1272793
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument stelde dat diverse gebreken aan een Mercedes-Benz CLS 350, waaronder motorproblemen, olielekkage en defecte onderdelen, tijdens de garantieperiode waren gemeld maar niet adequaat waren verholpen. Nadat de consument de auto elders had laten repareren voor ruim € 2.800,-, vorderde hij een vergoeding van deze kosten. De commissie kon echter niet meer vaststellen of de gestelde gebreken daadwerkelijk onder de garantie vielen, omdat de auto inmiddels was verkocht en technisch onderzoek daardoor niet meer mogelijk was. Bij gebrek aan voldoende bewijs werd de klacht afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een reparatie opdracht van juli 2023 met betrekking tot het uitboren van gloeibougies en het vervangen van de distributieriem van een personenauto Nissan Patrol.
De consument heeft een bedrag van € 363,00 niet betaald en bij de commissie gedeponeerd.
Standpunt van de consument
De klacht van de consument luidt als volgt:
In juli 2023 heeft consument haar auto bij aanbieder gebracht. De gloeibougies moesten uitgeboord worden en de distributieriem moest vervangen worden. De auto heeft heel erg lang bij de garage gestaan. In maart 2024 kreeg consument haar auto terug van de aanbieder. Er waren allemaal onderdelen uit de auto/motor gehaald. Deze onderdelen zijn niet teruggeplaatst door de garage. Met de auto kan niet gereden worden, omdat het motorblok effectief uit elkaar gehaald is. De garage reageert niet op e-mails en brieven.
De consument verlangt dat de ondernemer de gedemonteerde onderdelen alsnog kosteloos terugplaatst dan wel een schadevergoeding betaalt voor herstel.
Standpunt van de ondernemer
De ondernemer reageert als volgt op de klacht:
Wij hebben niks meer met deze klant van doen. De factuur hoeven ze niet meer te betalen. Dit verhaal heeft zich 2023 afgespeeld. We hebben de auto moeten afslepen en terug moeten brengen omdat de klant geen geld had om dit te betalen. Ik weet niet wat het probleem verder is en wat de klant wil. Het hele verhaal van jullie is mij niet duidelijk waar het nu om gaat. Als het over het te betalen bedrag gaat is de zaak voor ons klaar.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Ter zitting heeft de consument onweersproken verklaard dat de ondernemer bij het aanvaarden van de opdracht geen voorschot op de reparatiekosten heeft verlangd. Hij schatte de kosten op € 3.500,00. Zij heeft telkens bij de ondernemer geïnformeerd naar de voortgang van de reparatie en vernam dan dat eraan gewerkt werd of dat er op onderdelen werd gewacht. Uiteindelijk, in maart 2024, deelde de ondernemer mee dat hij de reparatie toch nog kon uitvoeren, maar dan voor een bedrag tussen de € 4.500,00 en € 5.000,00. De consument heeft hem toen gezegd dat hij de auto dan maar terug moest brengen.
Door de reparatie niet overeenkomstig de door hem aanvaarde opdracht uit te voeren en de auto na ruim zeven maanden ongerepareerd en met een in losse onderdelen gedemonteerde motor naar de consument terug te brengen, is de ondernemer ernstig tekortgeschoten in de nakoming van de overeenkomst. Uit de reactie van de ondernemer op de klacht leidt de commissie af dat hij niet meer bereid is tot behoorlijke nakoming van de overeenkomst. De commissie zal daarom bepalen dat hij aan de consument een vervangende schadevergoeding verschuldigd is. Bij de hoogte daarvan zoekt de commissie aansluiting bij het bedrag dat de ondernemer bij het aanvaarden van de opdracht jegens de consument heeft genoemd: € 3.500,00. Hij zal dus verplicht worden dat bedrag aan de consument als schadevergoeding te betalen.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
De ondernemer dient binnen twee weken na verzending van deze uitspraak aan de consument een schadevergoeding te betalen van € 3.500,00.
Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 77,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Het depotbedrag van € 363,00 dient aan de consument te worden teruggestort.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. R.J. van Boven, voorzitter, de heer P.G. Nieuwenhuijse, mevrouw Y. Moll, leden, op 19 maart 2026.