Commissie: Water
Categorie: Schadevergoeding
Jaartal: 2025
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: schikking ter zitting
Referentiecode:
1252166/1265463
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de vergoeding van de door de consument geleden schade als gevolg van waterlekkage.
De consument heeft de klacht op 15 mei 2025 aan de ondernemer voorgelegd.
Standpunt van de consument
Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.
Op 6 mei 2025 is in de woning van de consument waterschade ontstaan als gevolg van lekkage in het deel van de waterleiding dat onder de verantwoordelijkheid van de ondernemer valt. De lekkage heeft aanzienlijke schade veroorzaakt aan de vloer, de ondervloer en de inboedel in de woning van de consument. Ondanks een uitgebreide onderbouwing van de schade met foto’s en offertes en herhaalde correspondentie, bleek de ondernemer slechts bereid een bedrag van € 1.200,- te vergoeden, zonder inhoudelijk argumentatie of erkenning van de werkelijke schade. Ook is aanvullende schade geconstateerd in de vorm van schimmelvorming op de betonvloer, de noodzaak tot volledige verwijdering van de ondervloer, afvoerkosten en arbeidskosten van de consument.
De totale schade bedraagt € 3.933,17. De consument verlangt een redelijke en volledige schadevergoeding.
Ter zitting heeft de consument verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
In het kader van een minnelijke regeling van het geschil van partijen kan hij ermee instemmen dat de ondernemer aan hem tegen finale kwijting in totaal een bedrag van € 1.550,- alsmede het klachtengeld vergoedt.
Standpunt van de ondernemer
Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.
De consument heeft lekkage gehad bij de watermeter. Hierdoor is schade opgetreden, waarvan de consument volledige vergoeding verlangt.
Het betrof een breuk in een koppeling net voor de meter.
Op de consument rust de plicht de schade te onderbouwen en zoveel mogelijk te beperken. Ook geldt dat de consument als gevolg van de schadevergoeding niet in een betere positie mag komen te verkeren.
Uit de stukken blijkt dat de beschadigde vloer van de vorige bewoners is overgenomen. Wel blijkt dat de vloer moest worden hersteld. Voor het vaststellen van de waarde van de vloer is van belang om vast te stellen hoe oud de vloer was. Een laminaatvloer wordt in 10 jaar afgeschreven. Is de vloer ouder dan 10 jaar dan heeft hij geen waarde. De functionaliteit van de vloer doet daar niets aan af.
De ondernemer bood initieel een vergoeding van € 750,- aangeboden en heeft dat bedrag later verhoogd naar € 1.200,-.
De ondernemer onttrekt zich niet aan zijn verantwoordelijkheid, maar houdt zich aan de beginselen van het schadevergoedingsrecht.
Ter zitting heeft de ondernemer verder nog in hoofdzaak het volgende aangevoerd.
In het kader van een minnelijke regeling van het geschil van partijen kan de ondernemer ermee instemmen dat hij tegen finale kwijting in totaal een bedrag van € 1.550,- aan de consument betaalt en het betaalde klachtengeld vergoedt.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Partijen hebben ter zitting een oplossing voor hun geschil bereikt. Om die reden komt de commissie niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van dit geschil en volstaat zij met het vastleggen van de getroffen schikking.
Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen alsnog overeenstemming bereikt over de wijze waarop het geschil opgelost zal worden. Dit betekent dat de commissie niet toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het geschil. Volstaan wordt met het hierna vastleggen van de tussen partijen tot stand gekomen schikking.
Derhalve wordt als volgt vastgesteld.
Beslissing
De ondernemer betaalt een vergoeding van € 1.577,50 aan de consument, onder verrekening met het reeds betaalde bedrag van € 1.200,-. Betaling dient plaats te vinden binnen 4 weken na de verzenddatum van dit bindend advies.
Na uitvoering van deze overeenkomst hebben partijen ter zake niets meer van elkaar te vorderen en verlenen zij elkaar over een weer kwijting en decharge.
Voor het overige draagt iedere partij de eigen kosten.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Water, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. P. Dekker – Stam, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 6 november 2025.