Geschil over geschatte energieafrekeningen na defecte elektriciteitsmeter

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Jaarafrekening    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1308902/1326899

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een consument die het niet eens was met hoge bijbetalingen op zijn jaarafrekening en eindafrekening voor elektriciteit. De oorzaak was een defecte elektriciteitsmeter, waardoor het verbruik over een lange periode moest worden herberekend. De consument vond dat de schatting van het verbruik te hoog was. De ondernemer legde uit dat de netbeheerder het verbruik opnieuw had berekend op basis van gegevens van de nieuwe meter en dat de correctie zelfs over een kortere periode was toegepast dan volgens de regels mogelijk was. Daarnaast werd later nog een fout in de energiebelasting hersteld, waardoor het openstaande bedrag aanzienlijk lager werd. De commissie oordeelt dat niet is gebleken dat de ondernemer onjuist heeft gehandeld of de regels heeft overtreden. Daarom worden de afrekeningen niet aangepast en wordt het verzoek van de consument afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft de jaarafrekening van 14 december 2024, met een bij te betalen bedrag van € 1.594,72, alsmede het op de eindafrekening van 9 september 2025 bij te betalen bedrag van € 505,68.

De consument heeft de klacht op 19 augustus 2025 bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De elektriciteitsmeter in de woning van de consument functioneerde vanaf 1 april 2023 tot 12 maart 2025 niet naar behoren. In maart 2025 is de meter vervangen voor een digitale elektriciteitsmeter. Tot zijn verbazing ontving de consument een op een schatting gebaseerde jaarafrekening met een hoge bijbetaling. Die schatting is onjuist geweest en niet in lijn met het gemiddelde historische verbruik van de consument.

De consument liet via een vertegenwoordiger op 14 november 2025 weten akkoord te gaan met de door de ondernemer aangeboden betalingsregeling, waarbij de incassokosten zijn komen te vervallen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De consument is vanaf 12 augustus 2025 geen klant meer van de ondernemer.

Uit het door de ondernemer opgestelde verbruiksoverzicht blijkt dat er al vanaf 2021 een storing van de elektriciteitsmeter was. De meter is vervangen waarna de systeembeheerder een herberekening van het verbruik heeft gemaakt op basis van het verbruik op de nieuwe meter. Van dit herberekende verbruik is 2.000 kWh op de jaarafrekening van 14 december 2024 in rekening gebracht en 1.067 kWh op de eindafrekening van 9 september 2025. In de brief van 24 oktober 2024 heeft de ondernemer uitleg gegeven over de bij te betalen bedragen. In de brief van 28 oktober 2025 heeft de ondernemer een nadere uitleg gegeven over de correctie. De correctie is gemaakt over een kortere periode dan op grond van de AV is toegestaan. De correctie is beperkt tot de periode 1 april 2023-12 maart 2025. Dit is in het voordeel van de consument geweest.

De bijbetalingen zijn ook veroorzaakt door een te laag termijnbedrag.

De ondernemer heeft met de vertegenwoordiger van de consument overeenstemming bereikt over deze kwestie. Men is akkoord gegaan met het voorstel om de incassokosten te laten vervallen en het treffen van een betalingsregeling.

Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

Er is geen regeling tegen finale kwijting getroffen. Wel maakte het intrekken van de procedure bij de commissie daarvan deel uit. Inmiddels heeft de ondernemer nog een correctie aangebracht. In 2023 was geen verbruik van elektriciteit geregistreerd en derhalve ook geen vermindering Energiebelasting (EB) toegepast. Dat is achteraf niet terecht nu achteraf wel een verbruik in rekening is gebracht en er dus wel (ook) een recht op die vermindering is ontstaan. Het openstaande bedrag waarop inmiddels wordt afgelost is daardoor met een bedrag van € 503,21 verminderd. Er staat nog € 897,19 open. De ondernemer heeft correct gehandeld.

Beoordeling

De commissie heeft het volgende overwogen.

In deze zaak klaagt de consument over de hoogte van de bijbetalingen van de jaarafrekening van 14 december 2024 en de eindafrekening van 9 september 2025.

De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.

De commissie stelt voorop dat een partij die niet ter zitting verschijnt zichzelf de mogelijkheid ontneemt te antwoorden op eventuele bij de commissie levende vragen en te reageren op hetgeen door de wel verschenen partij naar voren is gebracht.

Daarbij komt dat het voor de commissie onduidelijk is gebleven of de consument niet ter zitting is verschenen omdat hij heeft ingestemd met de getroffen regeling en daarmee zijn bezwaren tegen het in rekening gebrachte verbruik heeft laten varen.

Ook is de commissie niet gebleken dat de ondernemer is afgeweken van de termijn die voor haar gold voor de naheffing, maar deze zelfs heeft beperkt tot een kortere termijn, hetgeen door de consument niet is weersproken. Ook een door haar gemaakte fout bij het opstellen van de jaarafrekening van 2023, die noch door de ondernemer noch door de consument eerder was opgemerkt met betrekking tot de vermindering van EB is alsnog door haar gecorrigeerd, hetgeen resulteerde in een aanzienlijke verlaging van het openstaande bedrag.

Bij deze stand van zaken kan de commissie dan ook niet vaststellen dat de ondernemer onjuist en/of in strijd met haar verplichtingen uit de leveringsovereenkomst heeft gehandeld en op die grond de afrekeningen dienen te worden gecorrigeerd, zodat de klacht van de consument als zijnde ongegrond moet worden afgewezen.

De ondernemer voert gemotiveerd verweer.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 22 juni 2026.

Opslaan als PDF