Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1319035/1324496
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
In het geschil is de juistheid van de jaarafrekening gas, die door consument wordt betwist wegens een extreem hoog gasverbruik, waarbij consument tevens aangeeft dat sprake lijkt van een storing aan de
cv-installatie in het bijzonder de driewegklep.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen
De commissie stelt vast dat tussen partijen een leveringsovereenkomst bestaat voor gas en elektriciteit; dat de bewuste jaarafrekening 2024-2025 is gebaseerd op beginstand en eindstand door consument zelf doorgegeven; dat consument de door hem doorgegeven standen niet betwist en ook dat consument niet heeft gesteld dat de gasmeter onjuist functioneerde.
De commissie stelt vast dat het door consument genoemde mogelijk technisch mankement ziet op de binnen-installatie, waaronder de cv-installatie valt, maar dat de leveringsovereenkomst uitsluitend betrekking heeft op de levering van gas en elektriciteit en bijvoorbeeld niet op onderhoud, inspectie of technische beoordeling van de binnen-installatie.
De commissie acht de klacht met betrekking tot de eindafrekening derhalve ongegrond, omdat verbruik immers betaald moet worden. Nu consument betaling van de eindafrekening ad € 1.221,53 heeft opgeschort, maar wel bij De Geschillencommissie in depot heeft gestort, komt dit depot onmiddellijk toe aan ondernemer/aanbieder.
Waar consument verzoekt om correctie van het maandelijkse voorschot of termijnbedrag, stelt de commissie vast dat een eenvoudig verzoek gedaan kan worden aan ondernemer/aanbieder tot verlaging van het voorschot.
De commissie hecht eraan op te merken dat de maandelijkse voorschotten berekend door ondernemer/aanbieder voorschotten zijn, op basis van een inschatting van verbruik, maar dat de definitieve afrekening uitsluitend wordt gemaakt op basis van de meterstanden die het werkelijk verbruik weergeven, omdat altijd het werkelijk verbruik dient te worden betaald.
Bij een verzoek tot verlaging van de maandelijkse voorschotten en de honorering daarvan zal evenwel de realiteit niet uit het oog dienen te worden verloren, omdat voorschotten immers mede de bedoeling hebben de naheffing (of teruggave) bij de jaarrekening beperkt te houden.
Een verzoek tot correctie van het termijnbedrag door de commissie acht de commissie ongegrond dan wel niet opportuun.
Wanneer consument aanwezig was geweest ter zitting had de ongegrondheid van genoemde verzoeken wellicht nog nader toegelicht kunnen worden. Dit geldt ook met betrekking tot zijn overige verzoeken.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie
• bepaalt dat het depot ad € 1.221,53 dient te worden doorgestort naar ondernemer/aanbieder;
• wijst het meer of anders verzochte af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 27 mei 2026.