Klacht over gebruikte auto ongegrond verklaard

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Kosten    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1288167/1318008

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie oordeelt dat de consument geen recht heeft op ontbinding van de koopovereenkomst of vergoeding van kosten, omdat uit het deskundigenonderzoek blijkt dat de auto na de laatste reparatie goed functioneert en er geen sprake is van motorschade of blijvende gebreken. De consument kocht op 28 maart 2025 een gebruikte auto voor € 17.500,- en kreeg kort na aflevering meerdere storingen, waardoor hij drie keer langs de weg kwam te staan en extra kosten maakte. De auto is in die periode meerdere keren gerepareerd door de ondernemer en een merkdealer, waarbij onder meer de distributieketting en later een hogedruk-brandstofpomp zijn vervangen. Tijdens het deskundigenonderzoek in april 2026 bleek dat de motor normaal functioneerde, er geen storingen waren opgeslagen en dat de motorolie slechts lichte, normale slijtage vertoonde. De consument gaf zelf aan dat de auto sinds augustus 2025 goed rijdt en dat hij geen ontbinding meer wenst, maar wel een oordeel over de gemaakte kosten. De commissie stelt vast dat veel kosten door derden zijn vergoed en dat overige kosten, zoals verzekering en wegenbelasting, voor rekening van de kentekenhouder blijven. Omdat niet is gebleken dat de ondernemer vervangend vervoer had moeten aanbieden of dat er nog sprake is van een gebrek, ziet de commissie geen reden om kosten te vergoeden. De klacht is daarom ongegrond en het verzoek van de consument wordt afgewezen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een op 28 maart 2025 tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto van het [automodel] tegen een door de consument te betalen prijs van € 17.500,-.

De overeenkomst is op 28 maart 2025 uitgevoerd.

De consument heeft de klacht op 26 september 2025 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Meteen bij de thuisreis na de aflevering gaf de auto reeds een foutmelding. Binnen 3 maanden is de auto 3 maal stilgevallen en heeft de consument langs de weg gestaan. De auto is meerdere malen gerepareerd door de ondernemer en een erkende merkdealer. Onder meer is de distributieketting vervangen. De consument is het vertrouwen in de auto verloren. Hij verzocht op 17 juli 2025 om de koopovereenkomst te ontbinden, maar dat wilde de ondernemer niet.

De consument heeft in de periode van 28 maart tot 8 augustus 3 met autopech langs de weg gestaan. De consument heeft in die periode vanwege de reparaties nauwelijks gebruik kunnen maken van de auto.

De consument verlangt dat de koopovereenkomst wordt ontbonden en dat aan hem de gemaakte kosten wegens het niet functioneren van de auto worden vergoed. Deze kosten bedragen in totaal € 899,- en zijn door de consument gespecificeerd.

Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.

Het is juist dat de auto steeds is hersteld en na de reparaties goed functioneert. De consument heeft veel extra kosten moeten maken. De [organisatie] heeft de kosten van vervangend vervoer betaald. De consument heeft zelf een huurauto moeten huren. Ook zijn onnodige kosten voor wegenbelasting en verzekering gemaakt.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Alle reparaties zijn door [begeleider] begeleid. Recente klachten over de auto zijn niet bekend bij de ondernemer.

Bij het onderzoek door de deskundige van de commissie hoorde de ondernemer tot zijn verbazing dat de consument aangaf na de laatste reparatie in augustus 2025 geen klachten meer te hebben.

Deskundigenrapport

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport het volgende vastgesteld.

De deskundige heeft tijdens het bezoek aan de reparateur eerst het gesprek tussen de consument en de ondernemer aangehoord. De consument gaf aan dat het voertuig sinds de laatste werkzaamheden, uitgevoerd medio augustus 2025, correct functioneerde. De ondernemer bevestigde dat bij deze werkzaamheden een brandstofpomp van het hogedrukbrandstofsysteem was vervangen.

Vervolgens heeft de deskundige het voertuig in de werkplaats geïnspecteerd, waarbij gebruik werd gemaakt van een aanwezige hefinrichting. Tijdens deze inspectie werden geen afwijkingen aan de motor waargenomen; de motor functioneerde op dat moment naar behoren. Het motorolieniveau bevond zich tussen het minimale en maximale niveau, zoals afgelezen vanaf de peilstok.

Daarna heeft de deskundige de voertuigelektronica uitgelezen met door hemzelf aangeleverde apparatuur van het merk [merk], geschikt voor het uitlezen van elektronische voertuigsystemen. Uit deze diagnose bleek dat er geen storingsmeldingen in het systeem waren opgeslagen.

Omdat in het dossier melding werd gemaakt van mogelijke vervuiling met metaaldelen in de motorolie, heeft de deskundige een monster van de motorolie afgenomen. Dit monster werd verzameld vanuit het motorcarter nadat de carterstop gedeeltelijk was losgenomen. De olie werd opgevangen in een schone, ongebruikte flacon, voorzien van bedrijfsnaam, dossiernummer, kenteken en datum van afname.
Op 2 april 2026 is het monster verzegeld en verzonden naar het laboratorium van DEKRA Rail te Utrecht, met als opdracht: “Het monster beoordelen op slijtagedelen.”

Op 13 april 2026 ontving de deskundige de analyseresultaten. Samengevat concludeerde het laboratorium het volgende:

• De motorolie is niet overmatig vervuild met slijtagedelen.
• Er is een lichte vervuiling met ijzer aangetroffen (73 ppm) en met brandstof (8,1%).
• De motorolie vertoont tekenen van overmatige veroudering (TAN 4,0 KOH/g).

Uit de analyse leidt de deskundige af dat de motorolie verouderd is, waardoor lichte vervuiling is ontstaan door slijtage van de distributieketting — een verschijnsel dat niet ongebruikelijk is bij motoren met een ketting. Ook de lichte vervuiling met brandstof wordt verklaard door de veroudering van de olie.

Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor een defect aan de motor. De mate van vervuiling met benzine geeft geen aanleiding om motorschade of overmatige slijtage te vermoeden.

De deskundige stelt vast dat het voertuig op dit moment correct functioneert, hetgeen ook door de consument wordt bevestigd. Uit de motorolieanalyse blijkt dat er geen slijtagedelen aanwezig zijn die wijzen op motorschade of abnormale slijtage.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

In dit geschil klaagt de consument meerdere gebreken van de door hem bij de ondernemer gekochte auto. Hij is meerdere malen stilgevallen met de auto en heeft vakantiedagen moeten missen en kosten moeten maken.

De ondernemer voert verweer.

De commissie stelt voorop dat nu partijen geen gemotiveerde bezwaren hebben aangevoerd tegen de bevindingen van de door haar ingeschakelde deskundige, zij diens bevindingen zal overnemen en tot de hare zal maken.

Dit brengt mee dat geen sprake (meer) is van gebreken die de consument de bevoegdheid zouden kunnen geven om de ontbinding van de koopovereenkomst te kunnen verlangen. Ook blijkt daaruit dat de auto na de laatste reparatie vanaf 7 augustus 2025 naar behoren en zonder storingen functioneert.

De commissie begrijpt uit de stukken en hetgeen door de consument tijdens de zitting naar voren is gebracht, dat de consument het verzoek tot ontbinding niet langer doet, maar wel graag een beslissing van de commissie over de kosten tegemoet ziet.

Over dat laatste kan de commissie kort zijn. Zij begrijpt dat de meeste kosten als gevolg van het stilvallen van de auto door derden, zoals de [organisatie] en [begeleider] zijn gedragen. Motorrijtuigenbelasting en kosten van de verzekering zijn kosten die ten laste van de kentekenhouder komen en zo nodig bij langer durende stilstand kunnen worden beperkt door het schorsen van de auto. Het is de commissie niet gebleken dat de consument daartoe is overgegaan. Ook is niet duidelijk geworden of nu wel of geen vervangend vervoer is aangeboden van de zijde van de ondernemer.

De commissie ziet dan ook geen aanleiding om tot vergoeding van de kosten over te gaan.

Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument ongegrond.

Derhalve wordt beslist als volgt.

Beslissing

De commissie wijst het door de consument verlangde af.

Aldus vastgelegd en beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, B.H. Oving en H.H. van der Linden, leden, op 25 juni 2026.

Opslaan als PDF