Commissie: Voertuigen
Categorie: bejegening/ informatieverstrekking
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Niet-ontvankelijkverklaring
Uitkomst: niet-ontvankelijk
Referentiecode:
1308298/1336605
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De commissie concludeert dat zij het geschil niet inhoudelijk kan behandelen omdat de ondernemer niet de verkopende partij was en daarom niet als contractpartij kan worden aangesproken. De consument kocht op 18 februari 2024 een auto en stelt dat de verkoper had toegezegd dat Apple CarPlay later via een software‑update beschikbaar zou komen. Toen bleek dat dit technisch onmogelijk was, wilde de consument de koop ontbinden. De ondernemer gaf echter aan dat hij slechts als agent optrad voor een andere partij, [ondernemer], die niet bij de BOVAG is aangesloten. De consument vindt dat de ondernemer naar buiten toe wel als verkoper handelde, omdat hij de proefrit, communicatie en betaalbevestiging verzorgde. De commissie stelt vast dat de schriftelijke koopovereenkomst niet op naam van de ondernemer staat en dat de ondernemer de consument herhaaldelijk heeft verwezen naar de daadwerkelijke verkoper. Omdat de commissie alleen bevoegd is bij geschillen met BOVAG‑leden en de koopovereenkomst niet met de ondernemer is gesloten, ontbreekt de juridische basis om het geschil inhoudelijk te beoordelen. Daarom verklaart de commissie zich onbevoegd en wordt het verzoek van de consument niet behandeld.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 18 februari 2024 gesloten koopovereenkomst waarbij door de consument een auto van het merk [automodel].
De overeenkomst is op 17 mei 2024 uitgevoerd.
De consument heeft de klacht op15 mei 2025 voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Tijdens het aankoopgesprek in februari 2024 werd door de verkoper aangegeven dat de auto niet voorzien was van Apple Car Play, maar dat dit in de toekomst via een software update, beschikbaar zou komen.
Deze toezegging was essentieel voor de consument om tot de aankoop over te gaan. Het bleek echter dat een model werd geleverd waarop Apple Car Play niet kon worden geïnstalleerd. Om die reden wenst de consument, die zich misleid voelt, de koopovereenkomst te ontbinden.
De ondernemer is daartoe niet bereid en stelt zich bovendien op het standpunt dat hij niet de verkopende partij is, maar dat sprake is geweest van een koopovereenkomst tussen [ondernemer] te [stad], waarbij de ondernemer slechts als agent is opgetreden.
De consument is het daarmee niet eens en wijst op een betaalbevestiging en een afspraakbevestiging voor een proefrit van de ondernemer. Ook wijst de consument erop dat het geschil is ontstaan als gevolg van het aankoopproces met de ondernemer. Het gehele aankooptraject verliep via de ondernemer. Naar buiten toe trad de ondernemer als de verkopende partij op. De consument begrijpt dat in bepaalde stukken een andere partij wordt genoemd.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Naar aanleiding van de klacht van de consument gaf de ondernemer aan dat de consument zich tot [ondernemer] diende te wenden omdat dat de verkopende partij is. De ondernemer trad daarbij op als agent van [ondernemer], dat niet is aangesloten bij de BOVAG. De ondernemer is wel BOVAG-lid.
De koopovereenkomst is tussen de consument en [ondernemer] gesloten en de leveringsbevestiging is ook daarvan afkomstig.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Alvorens een geschil inhoudelijk te kunnen behandelen dient vast komen te staan dat de consument in zijn verzoek kan worden ontvangen en de commissie bevoegd is om het geschil te behandelen. De commissie dient dit ambtshalve dan wel op verzoek te onderzoeken.
De commissie stelt vast, aan de hand van de door haar overgelegde stukken, dat tussen partijen geen koopovereenkomst is gesloten, met toepasselijke Algemene BOVAG Voorwaarden, waaraan zij haar bevoegdheid om dit geschil inhoudelijke te beoordelen op kan baseren.
De schriftelijke koopovereenkomst staat niet op naam van de ondernemer, terwijl deze aangeeft – onbestreden door de consument – dat hij bij het tot stand komen van de koopovereenkomst slechts als agent van [ondernemer] is opgetreden.
De ondernemer heeft dan ook slechts als vertegenwoordiger zijn diensten verleend, hetgeen voor de consument in voldoende mate kenbaar was, gelet op de tenaamstelling van de koopovereenkomst. Bovendien heeft de ondernemer, zo blijkt uit de stukken, de consument bij herhaling naar [ondernemer] verwezen als de aan te spreken partij. De omstandigheid dat de ondernemer een bemiddelende rol heeft gespeeld, past bij diens positie als agent, en maakt niet dat de ondernemer daardoor de juridische status van verkoper verkrijgt c.q. als zodanig kan worden aangesproken.
Overigens is [ondernemer] geen BOVAG-lid, zodat er geen grondslag bestaat op grond waarvan de commissie bevoegd is om in een geschil tegen [ondernemer] inhoudelijk te behandelen.
Op grond van het voorgaande acht de commissie zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer R. Romijn, de heer A. van Aldijk, leden, op 18 juni 2026.