Opzegboete, energiekorting en eindafrekening na voortijdige beëindiging contract

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Opzegging overeenkomst    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1329257/1331713

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een consument die een energiecontract van één jaar voortijdig heeft opgezegd omdat de woning zou worden gesloopt. Na de opzegging ontstond een geschil over een opzegboete, een energiekorting van € 300,- en incasso’s die na de opzegdatum waren verstuurd. De commissie stelt vast dat de ondernemer de opzegboete volgens de overeenkomst mocht rekenen, maar deze later alsnog heeft laten vervallen. De consument had geen recht op de energiekorting, omdat in de actievoorwaarden stond dat deze alleen wordt uitgekeerd als het contract een volledig jaar loopt. Ook blijkt dat de ondernemer na de opzegdatum geen leveringskosten meer heeft berekend en de betaalde voorschotten correct heeft verrekend in de eindafrekening. Daarom oordeelt de commissie dat de ondernemer juist heeft gehandeld. De klacht wordt afgewezen en de consument moet het openstaande bedrag van € 126,24 betalen.

 

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Consument heeft een jaarcontract met ondernemer/aanbieder binnen de contractstermijn opgezegd. Het geschil betreft de daarna opgelegde opzegboete, de niet uitgekeerde energie korting en incasso’s na opzegdatum klantenservice.

Beoordeling

De commissie heeft het volgende overwogen.

De commissie stelt vast dat consument niet aanwezig was bij de zitting.
De commissie stelt vast dat consument een leveringsovereenkomst is aangegaan met ondernemer/aanbieder per 23 april 2025 voor de duur van een jaar. Ook dat consument deze overeenkomst heeft opgezegd per 19 januari 2026, derhalve binnen een jaar, met als reden dat de woning gesloopt zou worden.

De commissie stelt vast dat ondernemer/aanbieder vervolgens een opzegboete in rekening heeft gebracht, waartoe ondernemer/aanbieder contractueel gerechtigd was. Ook dat ondernemer/aanbieder deze boete inmiddels heeft laten vervallen.
Waar de commissie de klacht van consument met betrekking tot de opzegboete al ongegrond achtte, acht de commissie de klacht inmiddels niet langer opportuun.

Waar consument klaagt dat de ondernemer/aanbieder niet de energiekorting van € 300,- heeft betaald, stelt de commissie vast dat in de toepasselijke actievoorwaarden uitdrukkelijk is bepaald dat deze korting uitsluitend wordt toegekend indien ondernemer/aanbieder voor de volledige periode van 1 jaar stroom en gas heeft kunnen leveren op het opgegeven leveringsadres. Nu consument binnen 1 jaar de overeenkomst heeft opgezegd, is die korting niet van toepassing en acht de commissie die klacht derhalve ongegrond.

Waar consument klaagt over de door ondernemer/aanbieder gestuurde incasso’s na 19 januari 2026 is de commissie gebleken dat ondernemer/aanbieder na 19 januari 2026 in de eindafrekening de door consument opgegeven meterstanden per die datum heeft verwerkt, vanaf die datum geen leveringskosten meer heeft berekend en de na die datum geïncasseerde voorschotten in de eindafrekening heeft meegenomen en verrekend, zodat de commissie die klacht ongegrond acht.

De commissie stelt vast dat de eindafrekening resulterend in een bedrag van € 126,24 te betalen door consument, per datum zitting nog niet was betaald.
Nu door consument geen bedrag in depot is gesteld, zal consument dat bedrag nog dienen te betalen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie
• bepaalt dat consument aan ondernemer/aanbieder, binnen twee weken na verzending van dit Bindend Advies, een bedrag dient te betalen van € 126,24 ter voldoening van de eindafrekening van ondernemer/aanbieder;
• wijst het meer of anders verzochte af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. E.M.T. van Ruitenbeek – de Bekker, voorzitter, de heer drs. G.J. Visser, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 27 mei 2026.

 

 

Opslaan als PDF