Commissie: Voertuigen
Categorie: Schade materieel
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1321087/1330306
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De commissie oordeelt dat de klacht van de consument ongegrond is, omdat uit het deskundigenonderzoek blijkt dat de ernstige motorschade vooral is veroorzaakt door het blijven doorrijden met een brandend oliedruklampje en later met een duidelijk motorgeluid, wat binnen de verantwoordelijkheid van de consument valt. De consument bracht zijn auto naar de ondernemer nadat het oliedruklampje bij het starten bleef branden; de ondernemer stelde eerst voor de motor te vervangen, maar na verder onderzoek werd gekozen voor een reparatie waarbij onder meer de oliepomp, nokkenasverstellers en distributieset werden vervangen. Na de reparatie ontstond een ratelend geluid, waarna de auto meerdere keren terug moest naar de garage. De consument stelt dat de diagnose onvolledig was, dat de distributieketting te los stond en dat hierdoor metaaldeeltjes in de motor zijn gekomen, waardoor uiteindelijk de lagers kapot zijn gegaan. De ondernemer voert aan dat de auto al zonder oliedruk werd aangeboden, dat de consument afzag van het controleren van de lagers omdat dit een kostbare ingreep was, en dat de ketting niet te los kon hebben gestaan. De deskundige constateerde ernstige schade aan drijfstanglagers, krukas, zuigers en nokkenassen, en veel metaaldeeltjes in de olie, maar oordeelde dat deze schade vooral is ontstaan door het rijden zonder oliedruk en het langdurig doorrijden met een motorgeluid, niet door de reparatie of de distributieketting. Ook bleek de motor sterk vervuild en was er al sprake van verhoogd olieverbruik. De commissie volgt dit oordeel en stelt dat de consument niet aannemelijk heeft gemaakt dat de reparatie de oorzaak van de schade was. Daarom wordt het verzoek om kosteloos herstel of schadevergoeding afgewezen. Wel geeft de commissie de ondernemer mee dat reparatieafspraken voortaan beter schriftelijk moeten worden bevestigd om misverstanden te voorkomen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 29 augustus 2025 tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het verrichten van opgedragen werkzaamheden, tegen een door de consument te betalen prijs van € 2.947,73
De overeenkomst is uitgevoerd.
De consument heeft de klacht op 5 september 2025 voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De klacht betreft de diagnose, de uitvoering en de nazorg/afhandeling van de tussen partijen gesloten reparatieovereenkomst.
De aanleiding voor het bezoek aan de garage van de ondernemer was een brandend oliedruklampje bij het starten. Omdat dit een ernstige waarschuwing is heeft de consument alleen nog maar met de auto gereden naar de ondernemer een afstand van ongeveer 900 meter. Aanvankelijk liet de ondernemer weten dat de motor moest worden vervangen, maar omdat dit zeer ingrijpend is, verzocht de consument om verder onderzoek te doen naar een minder kostbare oplossing. Twee dagen later kreeg de consument het bericht van de ondernemer dat een reparatie mogelijk was waarbij de oliepomp, de nokkenasverstellers en de distributieset worden vervangen. De ondernemer heeft diagnosekosten in rekening gebracht, zonder duidelijke toelichting welke onderzoeken precies zijn gedaan. Na de reparatie ontstond een nieuw probleem, een ratelend geluid bij gas loslaten. Een monteur van de ondernemer gaf aan dat dit geluid afkomstig was van de nokkenasverstellers, het gebied waaraan zij hadden gewerkt. De nokkenasverstellers zijn opnieuw vervangen, maar het geluid bleef aanhouden. De auto is hierna nog drie keer terug geweest. Daarbij is, naar zeggen van de ondernemer, de distributieketting, die los bleef staan, gecontroleerd en ook vervangen. Wederom zonder resultaat. Tussen de eerste en de derde reparatie is de consument noodgedwongen met de auto blijven rijden en is mogelijk meer motorschade als gevolg van het niet oplossen van het probleem, ontstaan.
Inmiddels is duidelijk dat de motor defect is geraakt. Bij een controle van de olie zijn op de peilstok metaaldeeltjes zichtbaar. Het is aannemelijk dat de distributieketting gedurende een langere periode niet correct gespannen is geweest en contact heeft gemaakt met de aluminium behuizing waarvan deeltjes in de motor zijn terechtgekomen. Bij aanvang van de reparatie was nog geen sprake van motorschade, gelet op de diagnose van de ondernemer. De ondernemer heeft geen compressietest uitgevoerd.
Uit het rapport van de door de commissie ingeschakelde deskundige blijkt dat de diagnose onvolledig is geweest en de reparatie dus is gebaseerd op een onvolledig beeld van de staat van de motor. Ook heeft de deskundige vastgesteld dat de distributieketting onvoldoende spanning had. De stelling van de deskundige dat gelet op de motorvervuiling er sprake moet zijn geweest van een verhoogd olieverbruik is een aanname.
De auto staat sinds 20 december 2025 stil.
De consument verlangt kosteloos herstel of schadevergoeding.
Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
De consument heeft autotechniek gestudeerd en enige tijd bij een dealer als monteur gewerkt. Men heeft hem niet gewaarschuwd voor de risico’s van de reparatie. Ook is nooit verzocht om de auto bij de consument thuis op te halen. Het lampje ging niet uit na een koude start. Later bleek dat de plunjer van de oliepomp vastzat waardoor er geen druk werd opgebouwd. Na het eerste advies om de motor te vervangen verzocht de consument of ze meer onderzoek wilden doen. Ze konden niets vinden. Er is wel gezegd dat het moeilijk was om de lagers van de krukas te bekijken. De consument vroeg nooit om goedkoper. Het bijgeluid was afkomstig van de distributieketting, die te los stond. Daardoor waren de tandwielen van de nokkenas versleten. De consument had geen 7000 kilometer kunnen rijden als de lagers van de krukas al kapot waren. De lagerschade is geïnitieerd door de distributieketting. Men kijkt niet naar de oorzaak, maar alleen naar het gevolg.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De auto werd rijdend aangeboden met een brandend oliedruklampje. Dit kan ernstige motorschade hebben veroorzaakt. Daarvoor had de ondernemer aangeboden om de auto met de auto-transporter op te halen. In overleg werd besloten de oliepomp te gaan controleren. De pomp is bij dit type motor geïntegreerd in de deksel van de distributie. Bij de demontage hiervan bleek de plunjer van de oliepomp muurvast te zitten, dus er was totaal geen oliedruk geweest. Er was mondeling afgesproken om de krukas- en drijfstanglagers te controleren, echter na demontage van het carter bleek dat deze niet zichtbaar waren bij dit type motor. De motor moest daartoe worden “gesplitst” en de versnellingsbak moet dan worden gedemonteerd. Na overleg met de consument is daarvan afgezien. Hij dacht dat het allemaal we zou meevallen. Wel is toen besloten om de distributieketting te vervangen.
Voor aanvang van de reparatie is telefonisch overleg geweest en is een prijsindicatie gegeven. Een compressiemeting was niet relevant gezien de klacht. Een volledig beeld van de motor was onduidelijk gezien het starten en rijden met een brandend oliedruklampje. Om uit te sluiten dat het geluid afkomstig was van de motor is de distributieketting gedemonteerd en gemonteerd, ook met nieuwe onderdelen. Het ijzervijlsel dat zowel in de motorolie als in de solenoïdekleppen is afkomstig van de lagers van de krukas/drijfstangen en is geen aluminium van het nokje van de distributiedeksel. De ketting heeft zeker niet te los gestaan, gezien de met de autogereden kilometers. Dat had anders geleid tot storingen en een brandend motorlampje. De consument gaf kort na de reparatie aan dat er een bijgeluid in de motor zat nadat hij de auto had opgehaald. Het geluid was niet afkomstig van de ketting. Dit was door de ondernemer gecontroleerd.
Dat deze versleten motor fors olie verbruikt kon de ondernemer van tevoren niet vaststellen. Nu de motor open ligt is goed te zien dat sprake is van veel interne vervuiling. De consument heeft het over een speling van de ketting van 1 centimeter, maar dat is bij stilstaande motor, dus zonder oliedruk. Speling bovenin tussen de nokkenassen kan wisselend zijn, afhankelijk van de stand.
Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
Op verzoek van de door de commissie ingeschakelde deskundige, en met instemming van de consument, is de motor door de ondernemer gedemonteerd. Voor het uitvoeren van de reparatie is voorgesteld om de lagers te onderzoeken. Dat was geen eenvoudige reparatie omdat de versnellingsbak dan moet worden losgehaald. Het is de keuze van de consument geweest omdat niet te doen. Sinds het onderzoek van de deskundige staat de auto bij de ondernemer. De ondernemer onderschrijft het deskundigenrapport. De ondernemer neemt de kosten van het demonteren van de motor op zich. Voor het overige is hij klaar met de zaak.
Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport het volgende vastgesteld.
Drijfstanglagers
Het 1e drijfstanglager is ernstig beschadigd. De stalen schalen zijn uitgewalst. De zachte looplaag is geheel verdwenen. De overige drijfstanglagers hebben aanlopen wrijfsporen alsmede inbedding van
metaaldeeltjes.
Krukas
De hoofdlagers hebben aanloop- en wrijfsporen, inbedding van metaaldeeltjes De kruktappen vertonen krassen en aanloopsporen.
Zuigers en zuigerveren
De zuigers zijn ernstig vervuild door olieresten, verbrandingsresten en koolaanslag. De zuigerbodems vertonen eveneens vervuiling door olieresten, koolaanslag en verbrandingsresten. De zuigerveergroeven zijn vervuild met verbrandingsresten en koolaanslag. De zuigerveren vertonen allen slijtage. De olieschraapveren zijn dicht gekoekt met verbrandingsresten en koolaanslag.
Nokkenassen
De nokkenaslagers vertonen lichte groeven en geringe aanloopsporen. Bij een van de nokkenastandwielen zijn enkele tanden licht beschadigd.
Olieaanzuigzeef
In de olieaanzuigzeef bevinden zicht schilfers van metaaldelen. De elektromagnetische ventielen (solenoïdes) voor de aansturing van de nokkenasverstellers zijn vervuild met metaaldeeltjes. De inlaatkleppen zijn ernstig vervuild door verbrandingsresten en koolafzetting. Van de vervangen oliepomp zit de regelplunjer vast.
Het is voor de deskundige niet duidelijk geworden hoe het besluit tot stand is gekomen om de lagers niet te controleren op schade en het risico daarvan. Aannemelijk is dat de (inleidende) schade aan het 1e drijfstanglager, als gevolg van het wegvallen van de oliedruk, is verergerd doordat er na de reparatie nog ca. 7.000 kilometer met de auto is gereden.
Alhoewel de werkwijze met betrekking tot de distributie en de nokkenasverstellers te denken geeft kan dat niet tot de vastgestelde schade hebben geleid. De deskundige is van oordeel dat door het schavielen van de distributieketting tegen het distributiehuis geen meerschade is ontstaan. Gezien de sterk vervuilde zuigers met verbrandingsresten en koolresten moet er al sprake zijn geweest van verhoogd olieverbruik.
Er zijn geen kenmerken aan de zuigers en zuigerveren waarneembaar welke duiden op een plotseling sterke toename van het olieverbruik.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In dit geschil klaagt de consument over de diagnose, de reparatie en de nazorg van een in zijn opdracht door de ondernemer uitgevoerde reparatie. De consument is van mening dat het vooronderzoek onvoldoende is geweest en de reparatie geen soelaas heeft geboden. Erger nog, als gevolg van het na de reparatie ontstane bijgeluid, dat niet aanstonds werd opgelost, is de consument blijven doorrijden en is het olieverbruik toegenomen en zijn de lagers kapot gegaan.
De ondernemer voert gemotiveerd verweer.
Vaststaat dat de auto met een brandend oliedruklampje rijdend bij de ondernemer ter reparatie is aangeboden. Ook staat vast dat alvorens tot de reparatie over is gegaan er een qua omvang beperkte diagnose heeft plaatsgevonden. Partijen twisten niet over de vraag of er gesproken is over een onderzoek naar de lagers, maar wel over de vraag of daarvan door de consument al dan niet is afgezien.
De commissie is van oordeel, mede gelet op de bevindingen van de door haar ingeschakelde deskundige, dat het in de rede had gelegen om alvorens de reparatie uit te voeren de staat van de lagers te beoordelen. Onweersproken door de consument staat echter vast dat dit een kostbare exercitie was waarbij de versnellingsbak moet worden gedemonteerd. Voorts blijkt niet uit de stukken dat de consument daartoe een opdracht aan de ondernemer heeft verstrekt en was hij ervan dus op de hoogte dat een dergelijk verdergaand onderzoek niet had plaatsgevonden alvorens de reparatie werd uitgevoerd.
De stelling van de consument dat de diagnose onvolledig is geweest is dan ook met name gebaseerd op wetenschap achteraf. Daarbij stelt de consument zich ook op het standpunt dat de lagers niet bij het aanbieden van de auto reeds waren beschadigd door het rijden zonder oliedruk, maar dat de ondeugdelijk uitgevoerde reparatie, met name een niet goed gemonteerde distributieketting de oorzaak is geweest van de lagerschade.
Naar het oordeel van de commissie heeft de consument dit oorzakelijk verband niet in voldoende mate aannemelijk kunnen maken. Het is niet waarschijnlijk dat nog ongeveer 7000 kilometer met de auto had kunnen worden gereden als de ketting niet op tijd zou hebben gestaan. Daarbij komt dat de deskundige heeft geoordeeld dat door het schavielen van de ketting tegen het distributiehuis geen meerschade aan de motor is ontstaan. Ook blijkt uit het deskundigenonderzoek dat sprake was van een sterk vervuilde motor, zodat het onwaarschijnlijk is, zoals de consument stelt, dat voorafgaand aan de reparatie er geen sprake was van een hoog olieverbruik.
Het is aannemelijk dat met name het rijden met een brandend oliedruklampje en het langdurig doorrijden met een “motorgeluid” tot de ernstige lagerschade hebben geleid. Deze handelingen vallen binnen de risicosfeer van de consument als eigenaar van de auto en kunnen de ondernemer niet worden aangerekend.
Bij deze stand van zaken kan niet anders worden geoordeeld dan dat de klacht van de consument ongegrond is. Wel verdient het de aandacht van de ondernemer om in het vervolg reparatieafspraken zo mogelijk ook schriftelijk te bevestigen om te voorkomen, zoals in deze zaak, dat daarover onduidelijkheid ontstaat.
Derhalve wordt beslist als volgt.
Beslissing
De commissie wijst het door de consument verlangde af.
Aldus vastgelegd en beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, B.H. Oving en H.H. van der Linden, leden, op 25 juni 2026.