Klacht deels gegrond – alleen kosten van de accu worden vergoed

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Voertuigen    Categorie: Schade materieel    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ten dele gegrond   Referentiecode: 1313711/1334961

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De consument kocht op 1 september 2025 een gebruikte automodel uit 2017 voor € 11.940, inclusief een onderhoudsbeurt en 12 maanden garantie. Kort na aankoop moest er olie worden bijgevuld, liet de consument op eigen initiatief een onderhoudsbeurt uitvoeren bij een andere garage en ging de accu kapot. De consument wilde de kosten van de onderhoudsbeurt (€ 495), de accu (€ 295) en de oliebeurt (€ 72,76) vergoed krijgen. De ondernemer stelde dat de afgesproken onderhoudsbeurt aantoonbaar was uitgevoerd en dat de consument hem nooit de kans heeft gegeven om zelf herstel uit te voeren, waardoor volgens artikel 7:21 lid 6 BW geen recht op kostenvergoeding bestaat. De commissie volgt dit standpunt: omdat de consument zonder de ondernemer te informeren zelf reparaties liet uitvoeren, blijven de kosten van de oliebeurt en onderhoudsbeurt voor zijn eigen rekening. Wel oordeelt de commissie dat de ondernemer de kosten van de accu moet vergoeden, omdat de consument er redelijkerwijs van mocht uitgaan dat hij 12 maanden BOVAG‑garantie had en dat een defecte accu binnen die periode onder de garantie zou vallen. Daarom is de klacht deels gegrond. De ondernemer moet € 295 voor de accu vergoeden en daarnaast het klachtengeld van € 127,50 aan de consument terugbetalen.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.

Het geschil betreft gebreken aan een [automodel].

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op 1 september kocht de consument een [automodel] uit 2017 van de ondernemer voor € 11.940 met 12 maanden garantie en een onderhoudsbeurt. De auto bleek na aankoop diverse gebreken te hebben. Er moest olie bijgevuld worden en een onderhoudsbeurt bleek nodig, die de consument bij een ander garagebedrijf heeft laten uitvoeren. Ook ging de accu al snel kapot, maar dat viel volgens de ondernemer niet onder de garantie. De consument wil de kosten van de servicebeurt (€ 495,-) de accu (€ 295,-) en de oliebeurt (€ 72,76) vergoed hebben. Tijdens de zitting heeft de consument laten weten dat hij er bij de aankoop van uit gegaan is dat hij 12 maanden BOVAG-garantie kreeg en dat hem geen andersluidende voorwaarden ter hand zijn gesteld. Voorts heeft de consument ter zitting verklaard geen behoefte meer te hebben aan een motorruimtekapje.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

De overeengekomen kleine onderhoudsbeurt is aantoonbaar uitgevoerd, waarvoor de ondernemer verwijst naar een factuur van 29 augustus 2025. De consument heeft de ondernemer op geen enkel moment in de gelegenheid gesteld tot herstel. Hij liet alles eigenmachtig repareren, waardoor het wettelijke recht op kostenverhaal niet is ontstaan (artikel 7:21 lid 6 BW). Voor het motorruimtekapje ontbreekt ieder bewijs dat dit bij aflevering ontbrak en contractueel was inbegrepen. De ondernemer heeft reeds € 300,– vergoed voor andere gemelde mankementen en heeft in de correspondentie steeds constructief gereageerd. De vorderingen die thans nog openstaan, missen feitelijke en juridische grondslag.

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

De consument heeft niet, althans onvoldoende weersproken dat hij een derde de olie heeft laten verversen en een onderhoudsbeurt uit te voeren zonder de ondernemer eerst de gelegenheid te bieden een diagnose te stellen of deze werkzaamheden uit te voeren. Om die reden dienen de kosten hiervan gezien artikel 7: 22 Burgerlijk Wetboek voor rekening van de consument te blijven. Dit deel van de klacht wordt dus afgewezen. De commissie is daarentegen wel van oordeel dat de ondernemer de accu dient te vergoeden, omdat de consument er onweersproken van uitgegaan is dat hem 12 maanden BOVAG-garantie werd verleend en erop mocht vertrouwen dat een defecte accu binnen die termijn onder de garantie kosteloos zou worden vervangen.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ten dele gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De ondernemer dient binnen 14 dagen na de dag van kennisgeving van deze uitspraak een bedrag van
€ 295,- te betalen aan de consument. Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.
Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit de heer mr. B.J. Tideman, voorzitter, de heer B.H. Oving en de heer mr. J.H. Willems, leden, op 23 juni 2026.

Opslaan als PDF