Hogere vaste leveringskosten bij zonnepanelen toegestaan onder oud contract

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Kosten    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1326995/1334475

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een consument met zonnepanelen die bezwaar maakt tegen hogere vaste leveringskosten die sinds 2024 in rekening worden gebracht. De consument vindt dat dit eigenlijk terugleverkosten zijn en dat deze niet mogen worden berekend omdat zijn energiecontract van vóór 2022 dateert. De ondernemer stelt dat geen nieuwe kosten zijn ingevoerd, maar dat de vaste leveringskosten eerlijker zijn verdeeld tussen klanten met en zonder zonnepanelen. De commissie oordeelt dat teruglevering van stroom kosten veroorzaakt voor de energieleverancier. Omdat bij oude contracten geen directe terugleverkosten kunnen worden berekend, mag de ondernemer hiervoor een vast bedrag via de leveringskosten rekenen. De commissie vindt deze oplossing redelijk en wijst erop dat de consument kan overstappen naar een nieuw contract als hij een andere kostenstructuur wenst. De klacht wordt daarom afgewezen.

 

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Klacht over terugleveringskosten bij een contract van voor 2022. De commissie verklaart de klacht ongegrond.

Beoordeling

De consument heeft zonnepanelen en levert energie terug. De consument klaagt erover dat aan hem sinds 2024 hogere vaste leveringskosten in rekening worden gebracht, omdat hij elektriciteit aan het net teruglevert. Volgens de consument zijn dit verkapte terugleveringskosten. Deze mogen niet berekend worden omdat het contract van voor 2022 stamt.

De ondernemer stelt zich op het standpunt dat zij geen nieuwe component heeft toegevoegd in 2024, maar de verdeling van de vaste leveringskosten eerlijker heeft verdeeld over klanten met zonnepanelen waarbij wel terugleverkosten in rekening kunnen worden gebracht, klanten met zonnepanelen waarbij dat niet kan en klanten zonder zonnepanelen.

De commissie is van oordeel dat vaststaat dat ook in geval van een contract van voor 2022 de teruglevering van elektriciteit aan het net kosten voor de ondernemer met zich meebrengt. Kosten die, indien ze niet aan de terug leverende klant in rekening gebracht worden, over alle klanten worden verdeeld en dus ook over klanten die niet terug leveren en die dus ook die kosten niet veroorzaken. Waar de klant die terug levert met een contract van na 2022 aangeslagen kan worden voor de kosten van de daadwerkelijke terug levering, kan dat niet bij klanten met contract van voor 2022. Het is echter niet wenselijk de door deze klanten veroorzaakte extra kosten (mede) door te belasten aan klanten zonder zonnepanelen of klanten met zonnepanelen die op basis van hun contract al op hun eigen teruglevering gebaseerde terugleverkosten betalen. Het berekenen van een forfaitair bedrag, zoals de ondernemer doet, is dan een passende oplossing. Daar komt bij dat, indien de consument deze forfaitaire kosten niet wil dragen, het zeer eenvoudig is hieraan te ontkomen. Namelijk door zijn contract te wijzigen naar een nieuw contract waarbij per terug geleverde eenheid de terugleveringskosten kunnen worden berekend.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht ongegrond.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 26 juni 2026.

Opslaan als PDF