Gedeeltelijke vrijstelling van depotstorting wegens beperkte financiële draagkracht

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Kosten    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: depotbeslissing   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1327978/1340672

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een consument die een geschil heeft met een ondernemer en daarvoor een openstaand bedrag van € 2.292,58 zou moeten storten bij de commissie als zekerheid. De consument heeft aangetoond dat hij financieel niet in staat is om dit volledige bedrag te betalen. De commissie legt uit dat een depotstorting normaal gesproken verplicht is, zodat zeker is dat een ondernemer betaald krijgt als zijn vordering terecht blijkt te zijn. Omdat uit de overgelegde financiële gegevens blijkt dat de consument onvoldoende middelen heeft om het volledige bedrag te storten, verleent de commissie een gedeeltelijke ontheffing. De consument hoeft daarom slechts € 500,- in depot te storten. Daarna kan de commissie het geschil inhoudelijk behandelen.

 

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Aan de consument wordt een gedeeltelijke depotontheffing verleend.

Beoordeling

Het reglement van de commissie bepaalt dat de commissie, als de consument een goed of dienst waarover het geschil gaat, nog niet helemaal heeft betaald, in de regel zal verlangen dat de consument een bedrag dat ten hoogste gelijk is aan het nog openstaande bedrag bij haar deponeert.

Kern van de geschillenregeling is dat de ondernemer moet gedogen dat een geschil door de commissie wordt behandeld, als de consument dit wenst. Hiertegenover staat dat de ondernemer verzekerd moet zijn van de betaling van datgene dat volgens de commissie verschuldigd is. Die zekerheid wordt verkregen door de in het reglement van de commissie voorgeschreven depotstorting. De consument lijdt hierdoor geen nadeel, omdat hij het depotbedrag terugkrijgt indien en voor zover de vordering van de ondernemer wordt afgewezen. Derhalve is de consument in beginsel verplicht tot depotstorting. Van die verplichting kan geen ontheffing worden verleend enkel op de grond dat de depotstorting de consument slecht uitkomt of op grond van een inhoudelijke beoordeling van de vordering van de ondernemer door de commissie. Het past de commissie niet zich reeds een oordeel te vormen over het geschil voordat partijen hun standpunt hebben kunnen toelichten. De depotstorting staat naar zijn aard in beginsel los van een inhoudelijk oordeel over de vordering van de commissie en dient uitsluitend als zekerheid voor de betaling van de vordering van de ondernemer.

Alleen als door de consument voldoende aannemelijk is gemaakt dat hij niet over de financiële middelen beschikt om de verlangde depotstorting te doen, kan er naar redelijkheid en billijkheid aanleiding bestaan gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen.

Uit de stukken blijkt dat de consument bij de ondernemer een openstaand bedrag heeft van in totaal
€ 2.292,58 Uit de door de consument overgelegde financiële gegevens blijkt dat hij niet in staat is dit bedrag in een keer in depot storten bij de commissie. Daarom zal de commissie hem gedeeltelijk ontheffen van de verplichting dit bedrag in depot te storten. De commissie stelt het bedrag dat de consument bij de commissie in depot moet storten naar van redelijkheid en billijkheid vast op het hierna in de beslissing genoemde bedrag.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De consument dient binnen vier weken na datum verzending van deze beslissing een bedrag van € 500,00 bij de commissie in depot te storten, waarna het geschil in behandeling zal worden genomen.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. J.B. Smits, voorzitter, mevrouw mr. W.H. van Oorspronk, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 26 juni 2026.

Opslaan als PDF