Commissie: Energie
Categorie: Jaarafrekening
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1325138/1327239
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze uitspraak gaat over een consument die vond dat de warmteleverancier onvoldoende had gewaarschuwd voor de gevolgen van het verlagen van het termijnbedrag van € 70,- naar € 10,- per maand. Hierdoor moest de consument bij de jaarafrekening € 732,42 bijbetalen. Volgens de consument had de ondernemer duidelijker moeten uitleggen dat de vaste kosten voor warmte ook blijven doorlopen als een woning nog niet wordt bewoond. De commissie oordeelt dat de consument hierover voldoende informatie had ontvangen, onder meer bij het afsluiten van het contract en tijdens eerdere contacten. Daarnaast heeft de consument zelf gekozen voor het lagere termijnbedrag en had hij kunnen weten dat dit tot een bijbetaling kon leiden. De commissie ziet daarom geen schending van de zorgplicht of informatieplicht en wijst de klacht af.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil betreft de jaarafrekening van 30 oktober 2025, met een bij te betalen bedrag van € 732,42.
De consument heeft de klacht op 21 december 2025 bij de ondernemer ingediend.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Het geschil ziet uitsluitend op de vraag of de ondernemer bij het telefonisch aanpassen van het termijnbedrag heeft voldaan aan de op hem rustende zorg- en informatieplicht, gelet op de concrete omstandigheden van het geval. Ten onrechte stelt de ondernemer dat de consument meerdere malen is geïnformeerd over de financiële gevolgen van een te laag termijnbedrag. De consument is bij het klantcontact op 1 november 2025 niet expliciet en ondubbelzinnig gewezen op het feite dat vaste kosten voor warmte ook bij leegstand van een woning blijven doorlopen en dat bij een betaling van € 10,- per maand dit onvermijdelijk zal leiden tot een aanzienlijke bijbetaling. Het feit dat in een eerder contact in algemene zin een hoger termijnbedrag is geadviseerd en dat in de contractdocumentatie informatie daarover is opgenomen maakt dit niet anders.
Het gaat de consument niet om de hoogte van de bijbetaling als zodanig maar om de informatieverstrekking op een cruciaal moment.
Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
Het is juist dat in het contract informatie wordt verstrekt over het doorlopen van de vaste kosten. De klacht gaat meer over de noodzaak van een actiever klantencontact.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De consument is op 21 oktober 2021 contracten aangegaan met derde partij voor de levering van elektriciteit en warmte voor het adres [woonplaats]. Op 11 oktober 2024 meldde de klant een nieuw adres aan: [woonplaats] en sloot voor dat adres een warmtecontract af met ingang van 31 oktober 2024. De consument gaf aan dat de woning nog niet werd bewoond en werd geïnformeerd over de vaste kosten voor warmte. Op basis daarvan werd een termijnbedrag van € 70,- voor de eerste maand vastgesteld. Tijdens dat gesprek werd ook geadviseerd om het bedrag te verhogen naar minimaal € 180,- bij bewoning. Op 1 oktober 2024 nam de consument telefonisch contact op met de ondernemer en verzocht om het voorschotbedrag van zijn nieuwe adres te verlagen van € 70,- naar € 10,-. Naar aanleiding van dit verzoek werd het termijnbedrag aangepast naar € 10,-. Begin september 2025 vroeg de consument een Termijnbedrag advies aan. Uit dit advies bleek dat het huidige termijnbedrag niet toereikend was om de te verwachte warmtekosten te ontdekken. De consument kreeg het advies om het termijnbedrag fors te verhogen.
De bijbetaling op de jaarafrekening over de periode van 31 oktober 2024 tot en met 19 oktober 2025 van € 732,42 is ontstaan als gevolg van het te lage voorschotbedrag.
De ondernemer heeft nooit erkend in strijd met de zorgplicht te hebben gehandeld, wel toonde hij begrip voor de frustratie van de consument. Als tegemoetkoming bood de ondernemer een betalingsregeling aan, die de consument heeft geaccepteerd.
Ter zitting heeft de ondernemer voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
Bij de aanmelding is de consument geïnformeerd en is een bedrag van € 70,- geadviseerd, dat zou worden verhoogd bij bewoning. De consument woonde al in [plaatsnaam] en was bekend met de vaste leveringskosten voor warmte. De consument heeft zelf gekozen voor een laag voorschot en wist en kon weten dat dit niet voldoende was om een bijbetaling te voorkomen. Ook op de maandelijkse energieoverzichten stonden de warmtekosten vermeld.
Beoordeling
De commissie heeft het volgende overwogen.
In deze zaak klaagt de consument over de hoogte van de bijbetaling op de jaarafrekening van 30 oktober 2025 van € 732,42. Hij wijt die bijbetaling aan een gebrek aan zorgplicht van de ondernemer bij gelegenheid van zijn verzoek om het termijnbedrag van € 70,- te verlagen naar € 10,-.
De ondernemer voert gemotiveerd verweer.
De commissie volgt het standpunt van de ondernemer.
Naar het oordeel van de commissie kon de consument ermee bekend zijn dat de vaste kosten voor warmte ongeacht of er verbruik is bleven doorlopen.
Ook blijkt dat de consument er zelf voor heeft gekozen om het termijnbedrag te verlagen. Die keuze is zijn eigen verantwoordelijkheid en die kan hij niet afschuiven op de ondernemer. Bovendien is slechts sprake van uitgestelde betaling, nu de consument hoe dan ook – vroeger of later – voor de kosten had moeten betalen. Ook uit de inhoud van het contract had de consument kunnen opmaken dat hij gehouden was vaste kosten voor warmte te betalen.
Van een schending van de zorgplicht of welke andere verplichting van de ondernemer dan ook is de commissie dan ook niet gebleken.
Op grond van het bovenstaande is de klacht van de consument tegen de ondernemer ongegrond.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie wijst het door de consument verlangde af.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw mr. L. Schots – Smit, leden, op 22 juni 2026.