Commissie: Thuiswinkel
Categorie: Geen consument
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Onbevoegdverklaring
Uitkomst: onbevoegd
Referentiecode:
1321758/1329355
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De commissie verklaart zich onbevoegd om het geschil te behandelen omdat duidelijk is geworden dat de verzonden pakketzending zakelijk was en niet door een consument is gedaan. De consument meldde dat de inhoud van een verzekerd pakket (waarde € 1.491,75) na retourzending ontbrak en vroeg vergoeding. De ondernemer stelde echter dat het pakket is verzonden vanuit een rechtspersoon, dat de consument zelf in e‑mails spreekt over een zakelijke zending en dat de schadevergoeding op een zakelijke rekening kon worden gestort. Uit het account van [bedrijf] blijkt dat sprake is van professionele verkoopactiviteiten, met honderden verkopen en een groot aanbod aan producten. Ook heeft de consument een KvK‑nummer en een actief verkoopkanaal op Instagram. De commissie concludeert dat de consument structureel handelt in artikel en dus niet als consument optreedt. Daarom voldoet de zaak niet aan de definitie van “consument” in artikel 1 en 3 van het Reglement, waardoor de commissie het geschil niet mag behandelen. De commissie verklaart zich daarom onbevoegd.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil gaat over de verdwenen inhoud van een verzonden pakket, doch eerst dient beoordeeld te worden of de commissie bevoegd is het geschil te behandelen.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 7 oktober 2025 heeft de consument een pakket met de verzekerservice van € 5500,- verzekerd verzonden via de verzekerdienst van de ondernemer. Nadat het pakket op 4 november retour geleverd werd door de ondernemer, was zichtbaar dat er tape van de Spaanse postbedrijf op het pakket geplakt zat. Omdat de consument dat vreemd vond heeft hij de opening van het pakket gefilmd waaruit bleek dat de complete inhoud ([artikel]) eruit is gehaald. Na heel wat telefoontjes zonder enige response kreeg hij een melding dat zijn verzoek is afgewezen omdat er geen verschil in gewicht te zien is.
Nu gaat het echter om een pakket van 500 gram of minder en hij heeft de vraag gesteld wanneer het pakket opnieuw gewogen is bij de ondernemer. Hier heeft hij geen antwoord op gekregen.
De Totale waarde van de zending is: € 1.491,75, waarvan hij vergoeding verzoekt.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
In dit dossier kan de consument niet worden aangemerkt als consument. Het betreffende poststuk is verzonden vanuit de rechtspersoon [bedrijf]. Dit volgt onder andere uit door de consument verstuurde e-mails waarin hijzelf aangeeft dat het een zakelijke zending betreft en dat de schadevergoeding uitgekeerd kan worden op het zakelijke bankrekeningnummer van [bedrijf]. Bovendien blijkt uit het account van [bedrijf] op [website] dat klager een professionele verkoper is. Het account vermeldt 280 gerealiseerde verkopen en een aanbod van 1193 [artikel]. Dit duidt op structurele, commerciële activiteiten. Daarnaast beschikt de klager over een KvK-nummer en ook over een actief Instagram-account waarop 273 [artikel] te koop aangeboden worden. Het stelselmatig verhandelen van producten, op een wijze die het hobbymatige of incidentele karakter overstijgt, wordt aangemerkt als bedrijfsmatig handelen. Daarmee staat vast dat de consument niet handelt als consument in de zin van het Reglement, waardoor de commissie niet bevoegd is om dit geschil te behandelen.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Uit het betoog en de producties blijkt dat de consument op regelmatige basis handelt in [artikel]. Hijzelf bevestigt dat het pakket waarop het geschil ziet, een zakelijke zending betreft. De commissie is dan niet bevoegd te oordelen, hetgeen volgt uit artikel 3 in combinatie met de definitie van consument in artikel 1 van het Reglement van de commissie. De commissie zal zich dan ook niet bevoegd verklaren.
Op grond van het voorgaande is de commissie niet bevoegd het geschil te beoordelen.
Derhalve wordt als volgt beslist.
Beslissing
De commissie verklaart zich onbevoegd het geschil te behandelen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Post, bestaande uit de heer mr. R.J. Paris, voorzitter, de heer A. Verkaik en mevrouw mr. E.M. van Gelder, leden, op 9 juni 2026.