Commissie: Voertuigen
Categorie: Gebrek
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: tussenadvies
Uitkomst: aanhouding beslissing
Referentiecode:
1315199/1331117
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
De consument kocht een [automerk] [model] voor € 36.690 en kreeg binnen een jaar te maken met een ernstig laadprobleem: de auto startte niet meer en kon niet worden opgeladen. Een merkdealer stelde dat de vermogenselektronica (JX1) defect was, maar dit kon niet worden bevestigd. De deskundige van de commissie constateerde dat de laadstekker niet vergrendelt, dat laden onmogelijk is en dat een elektronische storing aanwezig is, maar dat de exacte oorzaak niet kan worden vastgesteld. Omdat het gebrek binnen 12 maanden na levering is gemeld, geldt de wettelijke bewijsregel van artikel 7:18a BW: de ondernemer moet aantonen dat het gebrek niet al bij levering aanwezig was. De commissie vindt dat er wél een gebrek is, maar dat de oorzaak nog niet duidelijk is. Daarom kan zij nog geen definitieve uitspraak doen. De ondernemer moet eerst kosteloos een volledig onderzoek uitvoeren naar de oorzaak van het laadprobleem, de bevindingen delen met de consument en daarna kunnen partijen opnieuw naar de commissie terugkomen als zij er samen niet uitkomen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
Het geschil vloeit voort uit een op 5 augustus 2024 tussen de consument en de ondernemer tot stand gekomen overeenkomst. De ondernemer heeft zich daarbij verplicht tot het leveren van een gebruikte auto van het merk [automerk], [model], tegen een door de consument te betalen prijs van € 36.690, -.
De overeenkomst is op 8 augustus 2024 uitgevoerd.
De consument heeft de klacht op 11 juli 2025 voorgelegd aan de ondernemer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Op 30 juni 2025 bleek dat de auto niet meer startte. De auto is daarop gebracht naar een merkdealer voor een diagnose. Daarbij is vastgesteld dat de vermogenselektronica, (JX1), defect is. Een essentieel onderdeel voor de aandrijving van de auto. Op 14 juli 2025 liet de ondernemer dat dit defect niet onder de overeengekomen garantie valt. Dit standpunt is juridisch onjuist. De consument heeft op grond van de wet recht op een deugdelijk product. Een auto die minder dan een jaar na de aankoop volledig uitvalt door een defect aan de vermogenselektronica voldoet daaraan niet.
Uit het rapport van de door de commissie ingeschakelde deskundige blijkt dat sprake is van een storing, de laadstekkervergrendeling, waardoor het niet mogelijk is het voertuig te laden. Er is sprake van een gebrek in de zin van artikel 7:17 BW.
De consument verlangt kosteloos herstel.
Ter zitting heeft de consument voor zover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
De klachten zijn meteen bij de ondernemer gemeld. De ondernemer is op 10 september 2025 in gebreke gesteld. De auto, een plug-in hybride, moet kunnen laden. Het is niet uitgesloten dat de JX1 defect is. Het laadprobleem is binnen het eerste jaar na de aflevering ontstaan.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Bij de aankoop van de auto is een garantie van 6 maanden bedongen met een einddatum van 7 februari 2025. Ten tijde van de aflevering was de auto 8 jaar oud en bedroeg de kilometerstand 155.920 kilometer.
Binnen de garantietermijn zijn meerdere reparaties uitgevoerd, zowel in de eigen garage van de ondernemer, als bij een merkdealer. Vanwege de afstand is de ondernemer ermee akkoord gegaan dat meerdere reparaties bij een merkdealer werden uitgevoerd. Het eerste probleem is ruim buiten de garantietermijn gemeld in april 2025. Niettemin is de ondernemer de consument te hulp geschoten en heeft zelfs de bij de merkdealer gemaakte kosten deels vergoed. In juni 2025 ontstond weer een probleem. De consument koos ervoor dit gebrek niet bij de ondernemer te melden, maar liet de diagnose en reparatie uitvoeren door de merkdealer. Die heeft een verkeerde diagnose gesteld en de on board charger, OBC, uitgebouwd en naar een specialist gestuurd. De OBC bleek echter niet defect. De factuur van de merkdealer is door de ondernemer vergoed.
Op 30 juni 2025 deed zich kennelijk een startprobleem voor. Opnieuw bracht de consument de auto naar de merkdealer. Diens diagnose luidde dat de stelmotor van de van de laadstekkervergrendeling kapot zou zijn. De ondernemer besloot uit coulance ook de kosten van deze reparatie te vergoeden. Later bleek dat de merkdealer de verkeerde stelmotor had besteld. Het bestelde onderdeel was het onderdeel dat door de specialist was hersteld en niet kapot was. De ondernemer is niet bereid de kosten van het juiste onderdeel alsnog te betalen. Het is geen probleem waarvoor de ondernemer verantwoordelijk is.
Als de deskundige van de commissie tot het oordeel komt dat het gebrek al aanwezig was op 5 augustus 2024 zal de ondernemer voor herstel zorgdragen. Een alternatief is dat de ondernemer de reparatie in de eigen garage uitvoert en daarna de kosten door partijen worden gedeeld. De auto is 9 jaar oud, met een kilometerstand van 170.000 kilometer en beschikt over een geavanceerde, maar kwetsbare techniek. Dat er na die periode rekening moet worden gehouden met aanzienlijke onderhoudskosten is een gegeven. De kosten zijn erg hoog en daarom doet de ondernemer uit coulance dit aanbod.
Een vermogensomvormer is geen aan slijtage onderhevig onderdeel en bedoeld om gedurende de normale levensduur van het voertuig te functioneren. Een gebrek van dit onderdeel ligt buiten de invloedsfeer van de ondernemer.
Volgens de ondernemer bestaat er geen juridische grondslag om aansprakelijkheid of garantieverplichtingen aan te nemen met betrekking tot de vermogensomvormer. Het is geen slijtageonderdeel; van reguliere gebruiksslijtage is geen sprake.
Van wanprestatie, artikel 6:74 BW of non-conformiteit, artikel 7:17 BW is geen sprake.
Ter zitting heeft de ondernemer voorzover van belang nog het volgende naar voren gebracht.
Aan de laadpoort is een reparatie uitgevoerd. De OBC is gedemonteerd, maar bleek niet defect. De ondernemer stuurde de consument naar de merkdealer omdat hij daaraan de voorkeur gaf. De kosten van de merkdealer worden soms wel en soms niet door de ondernemer vergoed. De afspraak was 6 maanden garantie en daaraan heeft de ondernemer zich gehouden. Voor de laatste reparatie, waarvoor de merkdealer een offerte van ongeveer € 11.000,- heeft uitgebracht, heeft de consument de auto niet bij de ondernemer aangeboden. De merkdealer is ergens aan begonnen, maar heeft dat niet afgemaakt.
Het is niet duidelijk wat de stand van zaken is. Hoe luidt de diagnose precies? Wat is de oorzaak van het euvel?
Het probleem met de JX1 is niet binnen het eerste jaar na de aflevering gemeld.
Deskundigenrapport
De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport het volgende vastgesteld.
Op 10 april 2026 heeft de deskundige, in aanwezigheid van beide partijen, het voertuig geïnspecteerd bij [bedrijf]. Tijdens deze inspectie viel direct op dat het laadpunt niet correct in de behuizing was bevestigd en scheef stond. Boven de hoogvoltaccu trof de deskundige meerdere afdekkingen aan die los in het voertuig lagen. Het laadpunt maakte bovendien een nieuwere indruk dan de omliggende kunststofdelen, waardoor het niet kon worden uitgesloten dat dit onderdeel eerder was vervangen. Zowel het laadpunt als de laadstekker vertoonden, afgezien van lichte gebruikssporen, geen zichtbare beschadigingen.
Bij aansluiting op de laadpaal bleek dat het voertuig niet kon worden opgeladen. Het laadpunt gaf een rode signaalindicatie en de laadpaal meldde dat het laden niet kon worden gestart. Tijdens deze poging werd duidelijk dat de laadstekker niet werd vergrendeld in het voertuig. Ondanks het laadprobleem kon het voertuig elektrisch worden verplaatst en verschenen er geen storingsmeldingen op het instrumentenpaneel. De deskundige heeft vervolgens de regeleenheden van het hoogvoltsysteem visueel gecontroleerd, waaronder de eenheid naast de hoogvoltaccu, de vermogenselektronica‑eenheid onder het voertuig en het laadregelapparaat aan de achterzijde. Geen van deze componenten vertoonde zichtbare afwijkingen of beschadigingen.
Met diagnoseapparatuur heeft de deskundige de voertuigelektronica uitgelezen. Daarbij kwamen meerdere storingen naar voren, waaronder één relevante: wanneer de laadstekkervergrendeling niet functioneert, is het niet mogelijk het voertuig te laden. Op basis van alle bevindingen concludeert de deskundige dat de hoogvoltaccu niet kan worden opgeladen via de laadstekker en dat er een elektronische storing aanwezig is (P33E800) die mogelijk de oorzaak vormt van het laadprobleem. De exacte oorzaak van de storing en het laadprobleem kon niet worden vastgesteld. Het is niet uitgesloten dat het regelapparaat voor de vermogenselektronica (JX1) defect is, maar er is geen documentatie beschikbaar die dit bevestigt. Indien dit regelapparaat daadwerkelijk defect zou zijn, is het doorgaans niet langer mogelijk om met het voertuig te rijden.
Uit de beschikbare documentatie blijkt dat de On‑Board Charger (OBC) eerder is vervangen of gerepareerd door [bedrijf]. De [automerk]‑dealer [bedrijf] te [woonplaats] heeft een diagnose gesteld waarin wordt geconcludeerd dat het regelapparaat JX1 defect is. De herstelkosten zouden € 10.347,20 exclusief BTW bedragen, oftewel € 12.520,11 inclusief BTW. De deskundige kan deze diagnose echter niet bevestigen en merkt op dat het aan de dealer is om aan te tonen dat het betreffende onderdeel daadwerkelijk defect is. In het dossier ontbreekt documentatie waaruit dit blijkt.
Tot slot wijst de deskundige erop dat het voertuig bijna tien jaar oud is en 178.032 kilometer heeft gereden. Bij een dergelijke leeftijd en kilometerstand kunnen defecten aan het hoogvoltsysteem en de regeleenheden in het algemeen voorkomen. Het is technisch niet meer te herleiden op welk moment de storing en het laadprobleem zijn ontstaan.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
In dit geschil klaagt de consument over een laadprobleem van de door hem bij de ondernemer gekochte auto. De consument verlangt kosteloos herstel en beroept zich daartoe op artikel 7: 17 BW.
De ondernemer voert gemotiveerd verweer.
Partijen hebben geen fundamentele of zwaarwegende bezwaren aangevoerd tegen de bevindingen van de door haar ingeschakelde deskundige zodat de commissie diens bevindingen zal overnemen en tot de hare zal maken.
De deskundige concludeert dat:
– de hoog-volt accu niet is op te laden via de laadstekker;
– een storing aanwezig is in de voertuig elektronica welke mogelijk ten grondslag ligt aan het niet kunnen laden;
– het onduidelijk is wat de oorzaak van de storing is en het niet kunnen laden. Het is niet uitgesloten dat het regelapparaat van de vermogenselektronica (JX1) defect is, maar daarover heeft de deskundige geen informatie ontvangen die dit bevestigt. Indien het betreffende apparaat defect is, is het veelal niet mogelijk om met het voertuig te rijden;
– het uit de verkregen duidelijk is dat de OBC reeds is vervangen dan wel is hersteld door [bedrijf].
Bij deze stand van zaken is de commissie niet in staat een beslissing te nemen die recht doet aan beide partijen, maar zal eerst nader onderzoek moeten plaatsvinden. De commissie maakt uit de stukken op dat de laadproblemen, die aan een normaal gebruik van de auto in de weg staan, binnen 12 maanden na de aflevering zijn gemeld, zodat de consument een beroep kan doen op het bepaalde in artikel 7: 18a lid 2 BW, en de bewijslast van de afwezigheid van het gebrek op de ondernemer rust.
Het gebrek is wel genoegzaam komen vast te staan, maar niet is komen vast te staan wat de oorzaak is van het niet kunnen laden. Is sprake van een defecte laadstekker vergrendeling en/of is sprake van een defecte vermogensomvormer?
De commissie zal de ondernemer opdragen nader onderzoek naar een ander te doen en diens bevindingen met de consument en – zo nodig – met de commissie te delen.
Voorts verdient het aanbeveling dat partijen met elkaar in overleg treden over de aard en de (verdeling van de) kosten van de eventuele uit te voeren reparatie.
Leidt dit niet tot een oplossing dan kunnen partijen zich alsnog tot de commissie wenden onder overlegging van stukken waaruit van hun standpunten blijkt. De commissie zal dan op basis van de stukken verder bindend adviseren, tenzij partijen laten weten een nadere mondelinge behandeling te verlangen.
Derhalve wordt beslist als volgt.
Beslissing
De ondernemer stelt een nader onderzoek in naar de oorzaak van het niet kunnen laden van het betreffende voertuig zoals hiervoor is overwogen. De ondernemer brengt daarvoor geen kosten in rekening.
De ondernemer vangt aan met de werkzaamheden binnen 4 weken na de verzenddatum van dit tussenadvies en rondt deze binnen 3 weken na aanvang af.
De ondernemer laat zijn bevindingen aan de consument weten.
Partijen dienen elkaar in staat te stellen aan hun verplichtingen van dit tussenadvies te voldoen.
Voor het geval partijen geen overeenstemming bereiken over de eventuele uit te voeren reparatie en de (verdeling van de) kosten daarvan kunnen zij onder overlegging van hun op schrift gestelde standpunten zich tot de commissie wenden.
De commissie zal dan verder bindend adviseren op basis van de stukken, tenzij partijen een nadere mondelinge behandeling verlangen.
De commissie houdt iedere verdere beslissing aan.
Aldus vastgelegd door de Geschillencommissie Voertuigen, bestaande uit mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, R. Vlasveld en mr. E.A.J. van der Heijden, leden, op 30 juni 2026.