Ondernemer moet scheuren in gietvloer herstellen wegens onvoldoende informatie

  • Home >>
  • Afbouw >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Afbouw    Categorie: Kosten    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: gegrond   Referentiecode: 1110198/1208967

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een consument die na de oplevering van een gietvloer scheuren ontdekte rond het kookeiland en de doucheafvoer. Uit onderzoek van de deskundige bleek dat de scheuren waarschijnlijk zijn ontstaan doordat de vloerverwarming een te hoge vloertemperatuur heeft veroorzaakt. De commissie oordeelt dat de ondernemer de consument vooraf duidelijk had moeten informeren over de maximale oppervlaktetemperatuur van de gietvloer. De ondernemer kon niet aantonen dat hij deze informatie had verstrekt. Daardoor was de consument niet op de hoogte van het risico op schade en zijn de scheuren ontstaan. De commissie vindt daarom dat de ondernemer zijn informatieplicht heeft geschonden en verantwoordelijk is voor de schade. De ondernemer moet de scheuren bij de keuken en de doucheafvoer herstellen. De consument moet er wel eerst voor zorgen dat de oppervlaktetemperatuur van de vloer niet hoger kan worden dan 27°C. Daarnaast moet de ondernemer het klachtengeld van € 127,50 vergoeden.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil vloeit voort uit een tussen partijen op 24 januari 2024 tot stand gekomen overeenkomst, waarbij de ondernemer zich heeft verplicht om een gietvloer en drain te leveren en te realiseren voor een aanneemsom van € 16.529,-. Het werk is uitgevoerd en opgeleverd in november 2024. De consument heeft de aanneemsom betaald aan de ondernemer. Na oplevering heeft de consument scheuren in de vloer waargenomen ter plaatse van de zolder, rondom de douche drain en in de keuken, rondom het kookeiland.

De consument heeft de klacht op 9 januari 2025 voorgelegd aan de ondernemer.

Standpunt van de consument

Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Op verzoek van de ondernemer heeft de consument de klacht voorgelegd aan de commissie, omdat de ondernemer een onafhankelijk oordeel wil over het ontstaan van de scheuren. De consument begrijpt dat er een beperkte garantie gegeven wordt op vloeren, maar voor de aankoop heeft de consument laten weten dat hij er alles aan wil doen om deze scheuren en eventuele verkleuring van de vloer te voorkomen. Hier heeft de consument het met de ondernemer uitgebreid over gehad tijdens het eerste contact.
De ondernemer zou de scheuren eerst zelf oplossen, later wilde hij de vloerendokters inschakelen. Nadat de consument daarna nog extra meldingen van scheuren bij de ondernemer deed, kwam hij nogmaals kijken. Bij het laatste bezoek gaf de ondernemer aan dat hij niets kon doen aan deze scheuren, omdat de oppervlaktetemperatuur van de vloeren te hoog was. Hij adviseerde de consument om contact op te nemen met de leverancier van de vloerverwarming en warmtepomp. De leverancier daarvan heeft de consument laten weten dat de gebruikte aanvoertempratuur nooit voor scheurvorming van de gietvloer kan zorgen. Hij gaf wel aan dat dit misschien in combinatie met zonlicht op de vloer wel zou kunnen. De consument wil dat de ondernemer de scheuren kosteloos herstelt.

Het is volgens de consument niet juist dat op de website van de ondernemer stond vermeld dat de vloer een maximale oppervlaktetemperatuur mag hebben van 27°C en dat dit tot schade kan leiden als deze oppervlaktetemperatuur wordt overschreden. Deze informatie heeft niet op de website gestaan tot december 2024, na oplevering van de vloer.

Ter zitting heeft de consument zijn standpunt nader toegelicht. De consument heeft goed onderzoek gedaan. De ondernemer geeft garantie dat er geen scheuren zijn. Bij de eerste melding was er geen probleem. Bij de tweede en derde melding wel. Daarna kreeg de consument het verwijt dat het aan de vloerverwarming ligt. Daar heeft de consument last van, want de ondernemer verkoopt het als een hele sterke vloer, maar het voldoet niet aan wat hij de consument heeft voorgespiegeld. Nu zijn er andere dingen naar voren gekomen en blijkt dat de vloer heel fragiel is. Zo is er een grote blaas in het planchet en scheuren bij het douchenisje. Alle informatie is achteraf gekomen, ook van de 25°C. Ook op de website stond dat niet eerder vermeld. De warmtepomp is ingesteld zoals dat moet. De consument had er nooit iets aan kunnen doen.

Standpunt van de ondernemer

Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.

Via zijn website ontving de ondernemer een aanvraag van de consument. De werkzaamheden zijn uiteindelijk in 2024 uitgevoerd, onder uitdagende omstandigheden doordat de door de consument ingeschakelde aannemer veel vertraging opliep. Het werk is gestart vóór de oplevering door de aannemer, terwijl er nog veel overige werkzaamheden moesten worden uitgevoerd. Kort na onze werkzaamheden werd de vloer enkele maanden afgedekt vanwege stucwerk, timmerwerk, installatie van verwarming/warmtepomp, elektra en het schilderwerk (door de consument zelf uitgevoerd). De badkamer werd kort na oplevering in gebruik genomen, aangezien de opdrachtgever moest verhuizen. Eerder was de ondernemer ter plaatse geweest voor de badkamer rond de drain en de zoldervloer. Deze schade werd tijdelijk hersteld. De zoldervloer heeft geen vloerverwarming. Op donderdag 13 maart 2025 is de ondernemer opnieuw ter plaatse geweest en heeft de ondernemer vastgesteld dat de gietvloer schade heeft opgelopen door oververhitting. Toen werd meteen duidelijk waar onder andere de schade aan de badkamervloer rond de drain vandaan kwam (die de ondernemer eerder had proberen op te lossen). De ondernemer verstrekt zoveel mogelijk informatie via zijn website en tijdens het bezoek aan de showroom. De consument maakte de indruk goed geïnformeerd te zijn voordat hij een afspraak in de showroom maakte. Tijdens deze afspraak zijn technische vragen beantwoord en zijn verdere toelichtingen gegeven met betrekking tot producten, werkwijze en eigenschappen. Op de website staat vermeld op de pagina voorzorg nazorg onder kopje: Algemene eisen aan vloerbekleding op vloerverwarming of vloerkoeling: “Tijdens het verwarmen is het noodzakelijk dat de vloer een maximale oppervlaktetemperatuur heeft van 27 graden. Wordt deze oppervlaktetemperatuur overschreden, kan dit leiden tot schade aan de gietvloer en egalisatie lagen, zoals krimpscheuren, barsten of ontkoppelen. Gietvloeren met een epoxy binder zijn gevoelig voor overhitting, dus het is belangrijk om de temperatuur binnen de gestelde grenzen te houden. Bij vloerverkoeling moet het dauwpunt maximaal op 18 graden ingesteld staan om condensvorming te voorkomen”. Deze belangrijke informatie staat ook in de algemene voorwaarden en via google is het ook te vinden met betrekking tot de oppervlaktetemperatuur van de vloer vs gietvloeren en overige vloerbekledingen.

Ter zitting heeft de ondernemer zijn standpunt nader toegelicht. De ondernemer heeft bevestigd dat de consument op zijn verzoek de procedure bij de commissie is gestart. Hij is bereid om het klachtengeld te betalen, ook als de ondernemer in het gelijk wordt gesteld. De ondernemer verklaart dat hij bereid is om de scheuren bij het planchet en op zolder kosteloos te herstellen. De ondernemer is niet bereid de scheuren in het douchenisje te herstellen. In antwoord op de vraag van de commissie welke informatie de ondernemer heeft verstrekt aan de consument over de maximale temperatuur van de vloerverwarming heeft hij verklaard dat het staat op zijn website en dat het ter sprake is gekomen in het gesprek in de showroom. Verder heeft de ondernemer verklaard dat hij het achteraf duidelijker had kunnen maken. Ook heeft hij erop gewezen dat de maximale oppervlaktetemperatuur bekend is bij de installateur van de vloerverwarming.

Deskundigenonderzoek

De door de commissie ingeschakelde deskundige heeft blijkens zijn rapport, voor zover thans van belang, het volgende vastgesteld.

Beide partijen waren aanwezig bij het onderzoek dat op 22 augustus 2025 heeft plaatsgevonden.

Het betreft een nieuwe vrijstaande woning die in november 2024 door de hoofdaannemer is opgeleverd aan consument. Hoofdaannemer heeft de begane grond en 1e etage van de woning voorzien van een ca. 80mm dikke cementgebonden dekvloer, deze is aangebracht op een betonnen draagvloer met bindnet waarop de vloerverwarmingsleiding is verknoopt. Op de zolder is een 80mm dikke cementgebonden dekvloer aangebracht zonder vloerverwarming. De dekvloeren zijn in de zomer van 2024 (juni/juli) in de woning aangebracht. De woning is voorzien van een warmtepomp waarbij de leidingen in de vloer de woning zowel kunnen verwarmen als koelen.

Vooraf is er geen opstook- en afkoelprotocol doorlopen, de installatie was op dat moment (sept. 2024) nog niet in bedrijf (nog niet volledig geïnstalleerd).

Zoals aangegeven heeft ondernemer de vloerafwerking in september 2024 aangebracht tijdens de (af)bouw van de woning. Om mogelijke schade te voorkomen is de vloer met stucloper afgedekt. Na oplevering woning (november 2024) is de stucloper verwijderd en heeft consument op dat moment geen schade aan de vloerafwerking vastgesteld. De schade (klachten) kwamen later en zijn door consument aan de ondernemer gemeld:
– 9-1-2025; schade (onthechting) vloerafwerking zolder.
– 27-2-2025; rondom de douche drain meerdere haarscheurtjes.
– 8-3-2025; in de keuken, rondom het kookeiland, meerdere plekken kleine haarscheurtjes.

Ondernemer geeft aan de vloerafwerking in maart 2025 te hebben geïnspecteerd. Hierbij werd duidelijk dat het vloeroppervlak van de vloerafwerking extreem warm was. De temperatuur van het vloeroppervlak in de keuken, rondom het kookeiland, bedroeg tussen de 28,1°C tot 34,3°C. In het dossier van de Geschillencommissie heeft ondernemer foto’s hiervan bijgevoegd. Ondernemer geeft aan dat deze extreem hoge vloertemperatuur de oorzaak van de scheurvorming moet zijn en adviseert consument contact op te nemen met de installateur van de verwarming. Consument heeft de installateur hiervan op de hoogte gebracht maar deze stelde dat de aanvoertemperatuur nooit voor scheurvorming in de vloerafwerking kan zorgen. De installateur geeft aan dat dit mogelijk wel in combinatie met zonlicht zou kunnen.

Tijdens de inspectie geeft consument wel aan dat er inmiddels wel iets is vervangen in de installatie door de installateur.

Vaktechnisch oordeel
Het aangetroffen schadebeeld is opmerkelijk en wordt vrijwel nooit aangetroffen. Midden in de vloer (keuken) rondom het kookeiland zijn plaatselijk meerdere kleine haarscheurtjes in de vloerafwerking zichtbaar, terwijl er in de rest van de vloerafwerking begane grond (open ruimte met woonkamer en eetkamer) geen scheurtjes zijn waar te nemen. Beklopping van het vloeroppervlak geeft aan dat de vloerafwerking goed hecht aan de ondervloer, er is geen holle klank nabij de scheurtjes vastgesteld.

Om de oorzaak van het probleem te achterhalen is in eerste instantie eliminatie noodzakelijk.
1. De producten worden op meerdere vergelijkbare werken door ondernemer verwerkt zonder vergelijkbare problemen. De optredende schade betreft geen producteigenschap of een bijzondere gevoeligheid van de toegepaste producten.
2. Het betreft geen productiefout van de betreffende batch, het beeld doet zich immers alleen plaatselijk voor in de keuken en bij de afvoerdrain in de douchehoek. De rest van de woning (woonkamer en eetkamer op de begane grond, slaapkamers en gang 1e etage en de gehele zolder) is dit schadebeeld niet ontstaan. Het grootste deel van de door Ondernemer aangebrachte vloerafwerking vertoont geen enkel gebrek en is goed aangebracht.
3. Daarmee valt dan te concluderen dat de oorzaak van dit schademechanisme valt toe te schrijven
aan specifieke omstandigheden op die twee plekken (keuken en drain).

Het schadebeeld kenmerkt zich door willekeurig verlopende korte haarscheuren in de vloerafwerking. Het patroon van deze korte scheurlijntjes wijst op materiaalkrimp als oorzaak. Een minerale gietvloer kan onderhevig zijn aan materiaalkrimp bij verharding maar dit zou direct na applicatie zichtbaar moeten zijn en niet ongeveer 5 maanden later. Bij beklopping is er ook geen onthechting in de ondergelegen dekvloer hoorbaar, het lijkt er sterk op dat de ondergelegen dekvloer geen scheurvorming en onthechting heeft.

De meest voor de hand liggende oorzaak van dit schadebeeld is toch de aanwezigheid van vloerverwarming in de dekvloer in combinatie met een extreem hoge vloertemperatuur van ruim 34C. Deze temperatuur is door ondernemer in het bijzijn van consument gemeten in maart 2025. Op dat moment (maart 2025) was er sprake van vorst waarbij de buitentemperatuur ruim onder nul graden kwam. Een andere oorzaak is er voor deskundige niet, immers het overgrote deel van de vloerafwerking vertoont dit schadebeeld niet.

Normaal gesproken zal een dekvloer met vloerverwarming een maximale vloertemperatuur hebben (in het stookseizoen) van ca. 24C. Wanneer een dekvloer veel warmer wordt verminderd dit het gebruikscomfort en is slecht voor de gezondheid (doorbloeding bij te warme voeten). Daarnaast verhoogt dit het risico op vervorming en scheurvorming in de kunsthars gebonden vloerafwerking. In dit geval is er een oppervlaktetemperatuur vastgesteld in maart 2025 die ruim 10C hoger ligt (ruim 34C!). Bij deze vloertemperaturen is scheurvorming (in de afkoelperiode) de meest waarschijnlijke oorzaak.

Samenvattend kan deskundige concluderen dat de verwarmingsinstallatie de oorzaak moet zijn van de ontstane schade aan de vloerafwerking. Door een te hoge aanvoertemperatuur van het proceswater wat door de vloerverwarmingsleiding wordt geleid is er plaatselijk (keuken en badkamer) een oppervlaktetemperatuur van ruim 34°C op de vloerafwerking ontstaan. Om deze temperatuur aan het vloeroppervlak te krijgen moet de aanvoertemperatuur van het proceswater aanzienlijk hoger liggen. Dat bezonning een rol speelt ligt niet in de rede, de schade doet zich in de keuken voor waar vrijwel geen direct zonlicht kan komen. Daarnaast heeft de woning rondom ramen waar de zon wel door kan schijnen maar daar vertoont de vloerafwerking geen gebrek. Of deze hoge temperaturen zijn veroorzaakt door een storing in de installatie kan deskundige niet aangeven, dit valt buiten mijn expertise.

De schade van de vloerafwerking op de zolder kan deskundige niet goed verklaren aan de hand wat hem door consument is medegedeeld. Hier is een stuk van de vloerafwerking midden in het vloerveld ‘spontaan’ gaan scheuren. In de dekvloer op zolder is verder geen vloerverwarming opgenomen waardoor er geen sprake kan zijn van thermische activiteit (in- en uitschakelen verwarming). Door beklopping van het vloeroppervlak heeft deskundige vastgesteld dat er geen sprake is van onthechting, er is geen holle klank hoorbaar. Naar de mening van deskundige moet er sprake zijn geweest van een zware mechanische piekbelasting om deze schade te veroorzaken. Dit betreft een hypothese, er kan geen eenduidige technische verklaring voor dit schadebeeld worden gegeven. Ook ondernemer vindt de schade op deze plek opmerkelijk maar heeft, uit coulance, inmiddels de scheur m.b.v. epoxy technisch hersteld. De bedoeling was om derde partij dit esthetisch te laten herstellen, dit is even uitgesteld i.v.m. de andere ontstane schade.

De door ondernemer geleverde en aangebrachte vloerafwerking is verder goed en deugdelijk aangebracht.

De omvang van de problemen zijn volgens de deskundige gering. Herstel is mogelijk. Herstel van de vloerafwerking is pas zinvol als de maximale watertemperatuur in de vloerverwarming naar beneden wordt bijgesteld. Wanneer de proceswatertemperatuur goed is ingesteld kan de schade plaatselijk worden hersteld. Er is door deskundige geen onthechting vastgesteld, het betreft dus een oppervlakkige schade aan de vloerafwerking. Deze schade is middels spot-repair plaatselijk goed te herstellen. De kosten voor spot-repair van zowel de scheurtjes in de keuken, rondom de drain in de douchehoek en de plek op zolder begroot de deskundige op € 1.200, (incl. btw).

Beoordeling van het geschil

De commissie heeft het volgende overwogen.

Bevoegdheid van de commissie
De commissie moet ambtshalve onderzoeken of zij bevoegd is een geschil te behandelen. Op grond van artikel 4 van het reglement is de commissie bevoegd een geschil te behandelen, indien en voor zover partijen zijn overeengekomen zich aan het bindend advies van de commissie te onderwerpen. De commissie heeft vastgesteld dat in de overgelegde stukken geen bepaling is opgenomen waarin partijen dit zijn overeengekomen. Beide partijen hebben desgevraagd ter zitting uitdrukkelijk verklaard dat zij instemmen met behandeling van het geschil door de commissie onder het geldende reglement. De ondernemer is lid van de Nederlandse Ondernemersvereniging voor Afbouwbedrijven (NOA) en daarmee is het ook de taak van de commissie om het aan haar voorgelegde geschil te behandelen, zoals volgt uit artikel 3 lid 1 van het reglement. De commissie is derhalve bevoegd om het geschil te behandelen.

Scheuren ter plaatse van de zolder en het planchet
Gelet op de verklaringen die partijen ter zitting hebben afgelegd, zijn zij het met elkaar eens dat de ondernemer de scheuren ter plaatse van de zolder en het planchet kosteloos zal herstellen. Het planchet valt buiten de omvang van het geschil. De commissie heeft het verder zo opgevat, dat gelet op de verklaring van de ondernemer de consument geen uitspraak meer verlangt van de commissie over de scheuren op zolder.

Scheuren ter plaatse van het douchenisje
De scheuren ter plaatse van het douchenisje wijst de commissie af, omdat deze scheuren pas later in de procedure zijn gemeld. Deze scheuren zijn ook niet beoordeeld door de deskundige. Deze scheuren vallen buiten de omvang van het geding.

Scheuren ter plaatse van de keuken en de douche drain
De commissie maakt allereerst de bevindingen en de conclusies van de deskundige tot de hare. Beide partijen zijn in de gelegenheid gesteld om op het deskundigenrapport te reageren en hebben geen bedenkingen geuit. Ter zitting heeft de ondernemer verklaard het helemaal met het rapport eens te zijn. De consument heeft te kennen gegeven niet te weten wat hij moet vinden over de oorzaak en dat het vreemd is dat de scheuren niet bij de overige plekken van de vloerverwarming zijn. Dit doet de commissie echter niet twijfelen aan het rapport.

Het voorgaande leidt ertoe dat de commissie tot uitgangspunt neemt dat de scheuren ter plaatse van de keuken en de douche drain zijn veroorzaakt door de aanwezigheid van vloerverwarming in de gietvloer in combinatie met een vloertemperatuur hoger dan 27°C.

Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord voor wiens rekening en risico het herstel van de scheuren moet komen. Niet in geschil is dat de scheuren zijn ontstaan na oplevering van het werk door de ondernemer aan de consument. Artikel 7:758 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt, voor zover van belang, dat na oplevering het werk voor risico van de opdrachtgever is, in dit geval de consument.

De consument heeft echter aangevoerd dat hij door de ondernemer niet op de hoogte is gesteld wat de maximale oppervlaktetemperatuur is die de gietvloer mag hebben. De ondernemer heeft dat weersproken.

De commissie zal eerst ingaan op de vraag of op de ondernemer de verplichting rustte om de consument te informeren over de maximale oppervlaktetemperatuur van 27°C die de door hem gerealiseerde gietvloer mag hebben. De commissie is, op grond van de aanvullende werking van de maatstaven van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:248 lid 1 BW), van oordeel dat deze verplichting in dit geval op de ondernemer rustte. Daartoe overweegt de commissie dat 1) de ondernemer bij uitstek de deskundige is die van de maximale oppervlaktetemperatuur van de betreffende gietvloer op de hoogte is, 2) de kans dat schade ontstaat bij (grote) overschrijding van de maximale oppervlaktetemperatuur waarschijnlijk is, 3) de schade zich in zekere mate zal voordoen bij overschrijding en 4) het weinig moeite kost om de consument hierover te informeren. Het voorgaande neemt niet weg dat onder omstandigheden van een gemiddelde consument kan worden verlangd dat hij zelf onderzoek doet naar de eigenschappen van een door hem gewenste gietvloer, waaronder ook kan worden begrepen de maximale oppervlaktetemperatuur. De commissie laat wat zij onder punt 1 tot en met 4 heeft genoemd in dit geval echter zwaarder wegen. Nu de ondernemer heeft aangevoerd dat hij de consument over de maximale oppervlaktetemperatuur van 27°C heeft geïnformeerd, zal de commissie die stellingen verder beoordelen.

De commissie stelt vast dat in de door de ondernemer overgelegde algemene voorwaarden geen informatie is opgenomen over de maximale oppervlaktetemperatuur van de gietvloer. De commissie volgt de ondernemer daarom niet in zijn stelling dat de informatie daarin is opgenomen.

De ondernemer heeft verder aangevoerd dat hij de consument mondeling tijdens het verkoopgesprek in de showroom hierover heeft geïnformeerd. De consument heeft dat betwist. Nu de stelling niet verder is onderbouwd door de ondernemer, volgt de commissie de ondernemer hierin niet. Ook is de commissie niet gebleken dat de ondernemer de consument hierover heeft geïnformeerd voorafgaand aan het aanzetten van de vloerverwarming.

De ondernemer heeft ook aangevoerd dat de maximale oppervlaktetemperatuur staat vermeld op zijn website. De consument heeft bestreden dat de informatie al op de website stond in december 2024. Of de informatie op de website stond voorafgaand aan of tijdens het sluiten van de overeenkomst dan wel voorafgaand aan het aanzetten van de vloerverwarming kan in het midden blijven. Uit niets blijkt dat de ondernemer de consument erop heeft gewezen dat deze informatie op zijn website stond en hem heeft geadviseerd om de website voorafgaand aan het aanzetten van de vloerverwarming te raadplegen. Dit geldt eveneens voor de verwijzing naar google door de ondernemer.

Voor zover de ondernemer met zijn stelling, dat de consument tijdens het verkoopgesprek de indruk maakte goed geïnformeerd te zijn over de gietvloer, heeft bedoeld te stellen dat hij daarom de consument niet hoefde te informeren, volgt de commissie ook deze stelling niet. Uit niets blijkt namelijk dat ten tijde van dit gesprek de consument reeds op de hoogte was van de maximale oppervlaktetemperatuur dan wel op basis waarvan bij de ondernemer deze indruk is ontstaan.

Ook de stelling dat de maximale oppervlaktetemperatuur bekend is bij de installateur van de vloerverwarming neemt de verplichting van de ondernemer om de consument te informeren niet weg.

De slotsom is dat de ondernemer er niet in is geslaagd om te bewijzen dat hij de consument over de maximale oppervlaktetemperatuur van 27°C heeft geïnformeerd.

De commissie is van oordeel dat de ondernemer de verplichting om de consument te informeren over de maximale oppervlaktetemperatuur van 27°C die de door hem gerealiseerde gietvloer mag hebben heeft geschonden. De consument was hierdoor niet op de hoogte van deze maximale oppervlaktetemperatuur en heeft, zonder hiermee rekening te houden, de vloerverwarming aangezet, waardoor de scheuren zijn ontstaan. De commissie is van oordeel dat de oorzaak van de scheuren zijn toe te rekenen aan de ondernemer, omdat hij zijn informatieverplichting heeft geschonden en de scheuren zonder eigen schuld aan de zijde van de consument zijn ontstaan. De commissie zal de ondernemer dan ook veroordelen tot herstel van de scheuren op de in het dictum van dit bindend advies aangegeven wijze.

Aan het herstel zal de commissie de opschortende voorwaarde verbinden dat het herstel niet eerder hoeft aan te vangen, dan nadat de consument er voor eigen rekening heeft zorggedragen dat de maximale oppervlaktetemperatuur in de gietvloer de 27°C niet overschrijdt. Bij de consument ligt namelijk de verantwoordelijkheid dat de vloerverwarming zodanig is ingeregeld, dat de maximale vloertemperatuur niet wordt overschreden.

Artikel 22 van het reglement van deze commissie staat in de weg aan het toewijzen van ter zake de behandeling van het geschil gemaakte kosten. Die kosten komen voor eigen rekening. Er zijn geen bijzondere omstandigheden gebleken die hier nopen tot een andere beslissing.

Nu terecht is geklaagd is de ondernemer op basis van het reglement gehouden om het klachtengeld aan de consument te voldoen en om de bijdrage in de behandelingskosten te betalen aan het secretariaat van de commissie. De ondernemer heeft ook toegezegd ongeacht de uitkomst het klachtengeld aan de consument te voldoen. De bijdrage aan de behandelingskosten wordt de ondernemer separaat bij factuur in rekening gebracht.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht gegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie verklaart de klacht gegrond en bepaalt dat de ondernemer, in goed overleg met de consument, de scheuren ter plaatse van de keuken en de douche drain, moet herstellen door middel van spot-repair en met inachtneming van de eisen van goed en deugdelijk werk. De ondernemer is niet gehouden om het herstel eerder aan te vangen, dan nadat de consument er voor eigen rekening heeft zorggedragen dat de maximale oppervlaktetemperatuur in de gietvloer de 27°C niet overschrijdt.

Bovendien dient de ondernemer overeenkomstig het reglement van de commissie een bedrag van € 127,50 aan de consument te vergoeden ter zake van het klachtengeld.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

De commissie wijst af het meer of anders gevorderde.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit de heer mr. M. Cune, voorzitter, de heer mr. B.C. Westenbroek, mevrouw drs. W. Nienhuis, leden, op 9 januari 2026.

 

Opslaan als PDF