Commissie: Afbouw
Categorie: Overeenkomst
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1318239/1321856
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze uitspraak gaat over een consument die niet tevreden was over een troffelvloer in de woning. Volgens de consument vertoonde de vloer zichtbare banen en voldeed deze niet aan de verwachtingen die bij de aankoop waren gewekt. De consument vond dat onvoldoende was uitgelegd welke eigenschappen en kwaliteitsklasse bij dit type vloer horen. Uit het onderzoek van de deskundige bleek echter dat de vloer technisch en functioneel voldoet aan wat van een troffelvloer mag worden verwacht. De zichtbare baanvorming en andere optische effecten zijn vooral zichtbaar bij strijklicht of van zeer dichtbij en worden veroorzaakt door de eigenschappen van het materiaal en de lichtinval. Bij een normale beoordeling vanaf een gebruikelijke afstand zijn deze verschijnselen nauwelijks zichtbaar. De commissie neemt het oordeel van de deskundige over en concludeert dat geen sprake is van een technisch gebrek of een fout in de uitvoering. Daarom wordt de klacht afgewezen.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument heeft de klacht voorgelegd aan de ondernemer.
Het geschil betreft een troffelvloer.
Standpunt van de consument
Voor het standpunt van de consument verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
Wij zijn niet tevreden over de opgeleverde vloer, bij aankoop hebben wij een troffelvloer gekocht voor een woning, nadien is er nog via de mail een overeenkomst gestuurd daarin werd geschreven over een klasse 3-4 volgens TBA, deze zijn in gesprek niet mondeling toegelicht.
Na 2 x een opnieuw gelegde vloer, die er nog steeds niet goed uitziet, kwamen ze met de reactie dat de vloer die wij gekocht hebben nergens aan hoeft te voldoen, klasse 3-4 TBA. Hadden wij als consument zelf moeten uitzoeken wat klasse 3-4 betekent, een D vloer geschikt voor industrie, er bestaat ook een A, B, en C klasse, waarvan A en B geschikt zijn voor een woning, maar hier is nooit over gesproken. Nu hebben wij een vloer die er naar onze mening niet uitziet voor in een woning.
Standpunt van de ondernemer
Voor het standpunt van de ondernemer verwijst de commissie naar de overgelegde stukken. In de kern komt het standpunt op het volgende neer.
De familie [van klager] is op 25-11-2023 {op zaterdag } bij ons in de showroom geweest voor een troffel-finovloer{dit is een mix van grind 1-3 mm en Troffelzand. Kleur 40054Y50R/QH8020. Dit is een donkere vloer. Bij verkoop is alles netjes uitgelegd over onze werkwijze en wat de eigenschappen zijn van een troffelvloer. Dat er bij strijklicht {kijken naar raam} baanvorming te zien zal zijn en dat het een industrievloer is. Hoe donkerder de vloer hoe meer dit zichtbaar kan zijn. Ze hadden de opdracht ondertekend op 25-11-2023.
Op maandag is per mail {27-11-2023} is deze opdracht uitgewerkt. Kantoor is op zondag gesloten, vandaar pas op maandag. Hierbij stond geschreven: Bij vragen over deze opdracht kunt u altijd bellen of mailen. dit hebben de familie [van klager] niet gedaan. Er is vaak gemaild door ons, maar ze hebben nooit gevraagd wat de beoordeling Ethische aspecten van het TBA betekent. Dit hebben wij wel uitgelegd bij verkoop in onze showroom. En meegegeven samen met de NOA voorwaarden.
In de bijkeuken en keuken is dit niet zichtbaar! Alleen woonkamer. We hebben de vloer dichtzetten met topper 33, en daarna PU MG matt afgelakt. Het is de uitstraling van een industrievloer en voldoet aan deze eisen. Wij hebben aangeboden om een PU gietvloer kosteloos te leggen. Maar dit wilde [klager] niet. Daarbij is nogmaals uitgelegd dat er strijklicht aanwezig zou zijn in de woonkamer {zeker omdat de vloer donker is} Wij van [ondernemer] leggen alles goed uit bij verkoop over deze industrievloer, en dat ze altijd voor vragen ons mogen bellen. Dit is niet gebeurt. We hebben een foto laten zien van een lichtbeigevloer Troffel-Fino, en daarbij is het strijklicht altijd minder te zien, maar wel aanwezig. Ook is het niet zichtbaar op 1.5 m stahoogte als je op de vloer kijkt, alleen naar het raam kijkend. Ook de foto’s zijn door de klant genomen naar het raam toe kijkend.
Rapport van de deskundige
De deskundige heeft het volgende gerapporteerd.
Vooraf merkt de deskundige het volgende op. In het dossier wordt gesproken over een “klasse 3/4 TBA”. Deze aanduiding heeft geen betrekking op een esthetische beoordelingsrichtlijn voor troffelvloeren, maar verwijst naar de NEN 2747 Classificatie en meting van de vlakheid en evenwijdigheid van vloeroppervlakken. Dit betreft derhalve een norm voor vlakheid en niet een TBA-richtlijn voor esthetische beoordeling. De vlakheid van de vloer staat in dit geschil niet ter discussie en blijft daarom verder buiten beschouwing.
Daarnaast wordt in het dossier verwezen naar TBA-richtlijn 2.5 Specificatie en beoordeling van troffelvloeren. Deze richtlijn is echter pas in januari 2025 gepubliceerd en kan daarom formeel geen onderdeel hebben uitgemaakt van de overeenkomst tussen partijen, die dateert van november 2023. De deskundige hanteert deze richtlijn uitsluitend als onafhankelijke en vakinhoudelijke referentie voor wat in de branche als goed en deugdelijk werk wordt beschouwd (TBA-richtlijn-2.5-Specificatie-enbeoordeling-van-troffelvloeren.pdf). Een troffelvloer wordt van oorsprong veelal om functionele en industriële redenen toegepast, maar kan ook in woningen worden aangebracht. In een woonomgeving spelen, naast functionele eigenschappen, ook esthetische aspecten een rol.
Volgens de in de richtlijn 2.5 opgenomen tabel 4.1 voor esthetische beoordelingsklassen is voor woningbouw doorgaans een beoordelingsniveau passend waarbij relatief hoge esthetische eisen gelden (vergelijkbaar met klasse B). In dat kader geldt onder meer dat baanpatronen in beginsel niet toelaatbaar zijn, waarbij de beoordeling dient plaats te vinden conform de in de richtlijn omschreven beoordelingsmethodiek. De richtlijn beschrijft in hoofdstuk 6 (Keuring en controle) in paragraaf 6.1.2 dat een visuele beoordeling van troffelvloeren dient te worden uitgevoerd bij diffuus licht, zonder strijklicht, en vanaf een beoordelingsafstand van circa 1,5 meter in staande positie. Indien verschijnselen onder deze omstandigheden niet waarneembaar zijn, worden deze in de regel niet als gebrek aangemerkt.
Tijdens het onderzoek zijn de door de consument aangewezen visuele onregelmatigheden en baanvormige verschijnselen waargenomen wanneer met strijklicht langs het vloeroppervlak werd gekeken en/of bij een zeer korte beoordelingsafstand (gehurkte positie). Onder diffuse lichtomstandigheden en bij een beoordelingsafstand van circa 1,5 meter in staande positie waren deze verschijnselen niet of nauwelijks waarneembaar. Op basis van het voorgaande is de deskundige van oordeel dat de door de consument ervaren visuele verschijnselen in hoofdzaak samenhangen met de optische eigenschappen van een troffelvloer en de wijze van waarnemen (strijklicht en korte afstand), en niet duiden op een uitvoeringsfout of technisch gebrek aan de vloerconstructie of afwerking.
De deskundige concludeert dat de vloer technisch en functioneel voldoet aan hetgeen van een troffelvloer mag worden verwacht en dat de waargenomen visuele verschijnselen het gevolg zijn van de materiaaleigenschappen en de lichtinval, en niet van een tekortkoming in de uitvoering.
Beoordeling van het geschil
De commissie heeft het volgende overwogen.
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting onderschrijft de commissie het rapport van de deskundige. Naar het oordeel van de commissie kan niet worden gezegd dat de ondernemer de tussen partijen gesloten overeenkomst niet deugdelijk is nagekomen. Kennelijk had de consument andere verwachtingen van de vloer dan gelet op de aard van het product redelijkerwijs voor de hand lagen. De ondernemer is de overeenkomst goed nagekomen. De klacht treft geen doel.
Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.
Daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Afbouw, bestaande uit mr. D.J. Buijs, voorzitter, mr. A.B. van Kruistum en mr. W. van den Berg, leden, op 31 maart 2026.