Consument moet depotbedrag storten voordat klacht inhoudelijk wordt behandeld

  • Home >>
  • Energie >>
De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Kosten    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: depotbeslissing   Uitkomst: aanhouding beslissing   Referentiecode: 1322532/1326902

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

Deze uitspraak gaat over een consument die bezwaar maakt tegen een energierekening omdat volgens hem energieverbruik buiten de contractperiode in rekening is gebracht. De consument wilde het openstaande bedrag wel in depot storten, maar verzocht de commissie om pas een beslissing te nemen nadat een onderzoek door een toezichthouder was afgerond. De commissie legt uit dat een depotstorting bedoeld is als zekerheid voor betaling zolang het geschil wordt behandeld. Alleen wanneer een consument kan aantonen dat hij financieel niet in staat is het depotbedrag te betalen, kan een gehele of gedeeltelijke ontheffing worden verleend. De consument heeft geen financiële redenen aangevoerd, maar uitsluitend inhoudelijke argumenten over het geschil. Daarom wijst de commissie het verzoek af. De consument moet eerst een bedrag van € 2.009,98 in depot storten voordat de commissie het geschil inhoudelijk behandelt.

De volledige uitspraak

Onderwerp van het geschil

Het geschil betreft het op de jaarnota 2023-2025 in rekening gebrachte verbruik van energie.

De consument heeft op 20 juli 2025 de klacht bij de ondernemer ingediend.

Standpunt van de consument

Het standpunt van de consument luidt in hoofdzaak als volgt.

De ondernemer heeft ten onrechte energieverbruik buiten de contractperiode in rekening gebracht.

De consument verzoekt om ontheffing van de depotstorting. Het probleem met de factuur vindt zijn oorzaak in de aanwijzing van [netbeheerder]. Deze netbeheerder heeft 22 maanden onwettig stroom geleverd aan huurders van het appartement van de consument. De consument heeft de ACM aangeschreven en om een onderzoek verzocht. Het oordeel van de ACM zal mogelijk later plaatsvinden dan de uitspraak van de commissie.

Het in depot geven van het volledige bedrag is an sich geen probleem, maar graag met de restrictie dat de commissie pas tot betaling overgaat nadat de resultaten van het onderzoek van de ACM bekend zijn.

Standpunt van de ondernemer

Het standpunt van de ondernemer luidt in hoofdzaak als volgt.

Het verzoek van de consument om het depotbedrag niet te hoeven storten is onverenigbaar met het doel en de systematiek van de geschillenprocedure. Het zou leiden tot een onredelijke verlenging van de procedure. Het enkele feit dat de consument een klacht heeft ingediend bij de ACM vormt geen legitieme grond om af te wijken van de bij de commissie gebruikelijke procedure.

Het staat de consument vrij om het ACM-traject af te wachten en de procedure bij de commissie aan te houden.

Beoordeling

De commissie heeft het volgende overwogen.

Het reglement van de commissie bepaalt dat de commissie, voor zover de consument de betaling van een goed of dienst waarover het geschil gaat, achterwege heeft gelaten, in de regel zal verlangen dat de consument een bedrag ten hoogste gelijk aan het nog openstaande bedrag bij haar deponeert.
Kern van de geschillenregeling is dat de ondernemer moet gedogen dat een geschil door de commissie wordt behandeld, als de consument dit wenst. Hiertegenover staat dat de ondernemer verzekerd moet zijn van de betaling van datgene dat volgens de commissie verschuldigd is. Die zekerheid wordt verkregen door de in het reglement van de commissie voorgeschreven depotstorting. De consument lijdt hierdoor geen nadeel, omdat zij het depotbedrag terugkrijgt indien en voor zover de vordering van de ondernemer wordt afgewezen. Op die gronden is de consument in beginsel verplicht tot depotstorting. Van die verplichting kan geen ontheffing worden verleend enkel op de grond dat de depotstorting de consument slecht uitkomt of op grond van een inhoudelijke beoordeling van de vordering van de ondernemer door de commissie. Het past de commissie niet zich al een oordeel te vormen over het geschil voordat partijen hun standpunt hebben kunnen toelichten. De depotstorting staat naar zijn aard in beginsel los van een inhoudelijk oordeel over de vordering van de commissie en dient uitsluitend als zekerheid voor de betaling van de vordering van de ondernemer.
Slechts in het geval door de consument voldoende aannemelijk is gemaakt dat hij niet over de financiële middelen beschikt om de verlangde depotstorting te doen, kan er naar redelijkheid en billijkheid aanleiding bestaan gehele of gedeeltelijke ontheffing te verlenen.
De consument heeft weliswaar een verzoek tot ontheffing gedaan, maar daarvoor geen financiële gronden aangevoerd, maar argumenten die niet relevant zijn om te kunnen worden ontheven van de verplichting tot het doen van een depotstorting.
Het verzoek van de consument wordt dan ook afgewezen.
Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De commissie bepaalt dat de consument gehouden is een bedrag van € 2.009,98 in depot bij de commissie te storten alvorens het geschil door de commissie inhoudelijk kan worden behandeld.

De betaling dient plaats te vinden binnen 4 weken na de verzenddatum van deze beslissing.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit de heer mr. F.C. Schirmeister, voorzitter, de heer J.H.P.T.M. den Ouden, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 23 februari 2026.

Opslaan als PDF