Commissie: Energie
Categorie: (non)conformiteit
Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies
Uitkomst: ongegrond
Referentiecode:
1318194/1323060
De uitspraak:
Waar gaat de uitspraak over?
Deze uitspraak gaat over een consument die vond dat hij niet hoefde te betalen voor geleverde warmte. Volgens de consument had de ondernemer hem niet tijdig geïnformeerd over zijn contractverplichtingen en waren bovendien onjuiste tarieven toegepast. De commissie stelt vast dat de consument warmte heeft afgenomen en dat in de huurovereenkomst staat dat hij een overeenkomst voor warmte moet hebben. Door het daadwerkelijk gebruiken van warmte is volgens de commissie een leveringsovereenkomst tot stand gekomen, ook zonder een schriftelijk ondertekend contract. Daarnaast heeft de consument onvoldoende onderbouwd waarom de gehanteerde tarieven onjuist zouden zijn. De commissie ziet dan ook geen reden om de vordering van de ondernemer kwijt te schelden. De klacht wordt afgewezen en het door de consument gestorte depotbedrag van € 470,- wordt aan de ondernemer uitgekeerd.
De volledige uitspraak
Onderwerp van het geschil
De consument meent dat de ondernemer hem niet tijdig heeft geïnformeerd over zijn contractverplichting en heeft bovendien onjuiste tarieven gehanteerd. De consument zegt dat de vordering van de ondernemer niet opeisbaar is en vraagt de commissie om kwijtschelding.
De commissie wijst de vordering af.
Beoordeling
Uit de stukken blijkt dat de ondernemer op het adres van de consument warmte heeft geleverd. De consument heeft ook warmte gebruikt.
In de huurovereenkomst van de consument met de verhuurder staat dat de consument een contract moet afsluiten voor warmte, koude en warmtapwater.
Wat de consument precies bedoelt met zijn stelling dat de ondernemer hem niet tijdig heeft geïnformeerd, legt de consument niet uit.
De commissie stelt vast dat de consument door de verhuurder is gewezen op het feit dat hij een leveringsovereenkomst voor warmte moest afsluiten. Door het feitelijk afnemen van warmte is er tussen de consument en de ondernemer een leveringsovereenkomst tot stand gekomen.
Daarvoor is het onder de gegeven omstandigheden niet nodig dat er daarvoor een schriftelijke ondertekende overeenkomst moet zijn.
Wat er mis zou zijn met de door de ondernemer gehanteerde tarieven blijkt ook niet uit de stukken. De commissie heeft geen aanleiding gevonden om te twijfelen aan de informatie van de ondernemer over die tarieven.
De commissie gaat er van uit dat iedere consument die warmte gebruikt dat verbruik ook betaalt. Dat geldt dus ook voor deze consument.
De vordering van de ondernemer is opeisbaar en er is geen reden om de vordering kwijt te schelden zoals de consument wil.
Dat alles betekent dat de consument de niet betaalde nota’s alsnog moet betalen en dat het depot dat de consument heeft gestort, moet worden uitbetaald aan de ondernemer.
Al met al is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is en daarom wordt als volgt beslist.
Beslissing
Het door de consument gevraagde wordt afgewezen.
Het depot bedrag van € 470,- wordt uitbetaald aan de ondernemer.
Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. I.E. de Vries, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, de heer drs. L. van Rootselaar, leden, op 4 maart 2026.