Correctienota op basis van werkelijke meterstanden blijft verschuldigd

De Geschillencommissie Opslaan als PDF




Commissie: Energie    Categorie: Meterstanden    Jaartal: 2026
Soort uitspraak: Bindend Advies   Uitkomst: ongegrond   Referentiecode: 1321594/1329759

De uitspraak:

Waar gaat de uitspraak over?

De commissie oordeelt dat de executeur‑testamentair terecht een eindafrekening van € 4.242,98 heeft ontvangen nadat hij de werkelijke meterstanden van het huis van de overledene heeft doorgegeven. Jarenlang waren geen meterstanden aangeleverd, waardoor de ondernemer schattingen gebruikte die steeds zijn betaald. Toen in 2025 de juiste standen alsnog werden doorgegeven, moest een correctie plaatsvinden op basis van het daadwerkelijke verbruik, en dat leidt tot het hoge bedrag. De consument vindt dat de ondernemer zijn zorgplicht heeft geschonden omdat deze meer moeite had moeten doen om meterstanden te verkrijgen, dat de methode Vink had moeten worden toegepast en dat oudere delen van de vordering zijn verjaard. De commissie volgt dit niet: de ondernemer heeft aantoonbaar herhaald om meterstanden gevraagd, de nieuwe standen zijn betrouwbaar, de correctie is daarom terecht, de methode Vink is hier niet van toepassing en er is geen sprake van verjaring omdat de vordering pas in 2025 is ontstaan. De klacht is ongegrond en het volledige depotbedrag komt toe aan de ondernemer.

De volledige uitspraak

Samenvatting

Klager is de executeur testamentair en erfgenaam van een meneer (geboren in 1946). Bij het uitvoeren van de nalatenschap geeft hij de daadwerkelijke meterstanden voor gas en elektriciteit van het huis van de overledene door aan de ondernemer. De overledene heeft dat gedurende een aantal jaar niet gedaan. De jaren dat er geen meterstanden zijn doorgegeven heeft de ondernemer op grond van schattingen een jaarafrekening opgesteld die is betaald. Naar aanleiding van de recente doorgegeven meterstanden door de consument heeft de ondernemer een afrekening gemaakt. Uit die recente afrekening blijkt dat de consument € 4.242,98 moet bijbetalen. Dit heeft de consument in depot gestort bij de geschillencommissie.
De consument is het er niet mee eens dat het volledige bedrag in rekening gebracht kan worden en stelt dat de ondernemer zijn zorgplicht heeft geschonden. De ondernemer had meer moeite moeten doen om de meterstanden te ontvangen, dan was er niet zo een hoge nieuwe eindafrekening ontvangen. Verder stelt de consument dan ten onrechte de methode Vink niet is toegepast door de ondernemer. Tot slot beroept de consument zich erop dat consumentenvorderingen na twee jaar verjaren. Vorderingen ouder dan twee jaar dient de ondernemer hem kwijt te schelden.

De ondernemer brengt naar voren in zijn verweerschrift dat de eindafrekening is gebaseerd op daadwerkelijk afgenomen gas en elektriciteit. Verder zijn er volgens de ondernemer voldoende inspanningen verricht, zoals meerdere verzoeken gedaan aan de consument om de meterstanden door te geven. Dat de methode Vink alleen relevant is als de ondernemer structureel nalaat om meterstanden te controleren, dat is, volgens de ondernemer, hier niet het geval. Tot slot stelt de ondernemer dat de vordering in kalenderjaar 2025 is ontstaan, verjaring is niet aan de orde.

Beoordeling

De commissie oordeelt dat de meterstanden in het verleden niet zijn doorgegeven aan de ondernemer en dat die ordentelijk dit wel heeft verzocht aan de consument. De commissie heeft geen twijfels dat de meterstanden zoals die door de executeur zijn doorgegeven onjuist of onredelijk zouden zijn. Dit houdt in dat in 2025 een correctie heeft plaatsgevonden van de daadwerkelijk afgenomen hoeveelheid aan gas en elektriciteit. Dit betekent dat de consument de afrekening uit 2025 dient te voldoen. De methoden Vink en de verjaring van (een deel van) de vordering is niet van toepassing. De klacht is ongegrond.

Op grond van het voorgaande is de commissie van oordeel dat de klacht ongegrond is.

Derhalve wordt als volgt beslist.

Beslissing

De klacht is ongegrond en voor het overige wijst de commissie de eisen van de consument af.
Het door de consument verlangde wordt afgewezen.

Met inachtneming van het bovenstaande wordt het depotbedrag als volgt verrekend. Het volledige bedrag in depot van € 4.242,98 valt toe aan de ondernemer ter voldoening van de openstaande vordering.

Overeenkomstig het reglement van de commissie is de ondernemer aan de commissie behandelingskosten verschuldigd.

Deze behandelingskosten worden geheel betaald.

Aldus beslist door de Geschillencommissie Energie, bestaande uit mevrouw mr. drs. A.M.M. van Breugel, voorzitter, mevrouw mr. W.N. Kip, mevrouw Y. Moll, leden, op 18 mei 2026.

Opslaan als PDF